U bent nu hier:

Notitie ‘Inhoud relatie KNMG landelijk – districten met bijbehorende passende regionale organisatie’


I  Inhoud relatie regionale organisatie – KNMG landelijk
De KNMG is verantwoordelijk voor het behartigen van de immateriële belangen van alle artsen en houdt zich bezig met beroepsgroepoverstijgende thema’s. Om die taken goed te kunnen uitvoeren is een geregelde peiling van de mening van de achterban, alsmede dialoog met de achterban onontbeerlijk (zie beleidsplan ‘Missie en strategische beleidshoofdlijnen KNMG, FB 24 april 2007).
Met en via haar achterban wil de KNMG de volgende doelstellingen bereiken:

I  Standpuntbepaling over actuele beroepsoverstijgende beleidsthema’s
De KNMG peilt de mening van haar achterban over actuele beleidsthema’s ten behoeve van landelijke standpuntbepaling. De afgelopen jaren is daarmee ervaring opgedaan met thema’s als alternatieve geneeswijzen, kindermishandeling, marktwerking in de zorg, medische professionaliteit en de nieuwe  Zorgverzekerings-wet. Andere thema’s die zich daarvoor in de nabije toekomst lenen, zijn: preventie, hoofdbehandelaarschap, kwaliteit van deskundigheidsbevordering en het EPD.
Regio’s kunnen hierin een rol spelen door de mening van de eigen achterban te peilen door middel van enquêtes, het houden van discussiebijeenkomsten of het organiseren van expertmeetings.

II  Signalering regionale knelpunten
Signalen vanuit de regio’s zijn een belangrijke aanleiding voor landelijk beleid of een landelijke aanpak. Een voorbeeld hiervan is het thema kindermishandeling dat door een aantal districten opgepakt is. Een succesvolle bijeenkomst in Groningen i.s.m. het Wenckenbach instituut heeft ertoe geleid dat de coördinatie rondom kindermishande-ling op de landelijke politieke agenda staat.
Via het uitvoeren van een quickscan of deelname aan regioplatforms kan een regio  knelpunten opsporen.

III  Implementatie van (KNMG-)beleid
De KNMG zal door haar ontwikkeld beleid uitdragen en er zorg voor dragen dat het geïmplementeerd wordt. Voorbeelden zijn: richtlijnen en gedragsregels als palliatieve sedatie, meldcode kindermishandeling, online arts-patiënt contact, orgaandonatie, melden van incidenten, het manifest ‘medische professionaliteit’ waarvoor momenteel een landelijke campagne ontwikkeld wordt etc.
Een regio kan daarin een actieve rol spelen door richtlijnen en protocollen onder de aandacht van de eigen achterban te brengen via een nieuwsbrief, een eigen website of daarover een beroepsoverstijgende nascholingsbijeenkomst te organiseren.

IV  Regionale podium-  en netwerkfunctie
De KNMG biedt haar achterban een podium in de regio t.b.v. discussie, samen-werkingafspraken tussen verschillende beroepsgroepen, nascholing en netwerken. Voorbeelden zijn regionale samenwerkingafspraken rondom anw-diensten en de organisatie van acute hulp, de betrokkenheid van de beroepsgroep bij de uitvoering van de WMO, de organisatie van  palliatieve zorg, thema-avonden o.a. over jeugd en alcoholmisbruik, levenseinde beslissingen, ICT in de zorg of preventie.
Dit geschiedt waar mogelijk en gewenst in samenwerking met (regionale afdelingen van) federatiepartners. 

VI  Serviceverlening 
Niet alleen landelijk (via Medisch Contact en artseninfolijn), maar ook in de regio wil de KNMG zichtbaar zijn door het verlenen van service aan haar achterban. Voorbeelden zijn het project ‘dokter in de klas’, regionale tijdschriften ‘Onder dokters’ (district Friesland) en ‘Schelmenstreek’ (district Limburg) en de workshop solliciteren voor studentleden.
Diensten van KNMG landelijk staan beschreven in de Service Level Agreement: sommige diensten zijn gratis en andere worden tegen betaling geleverd.


II   Passende regionale organisatie
De huidige districtenstructuur is niet voor elke regio de meest efficiënte en effectieve structuur om activiteiten te organiseren (zie onderzoeksresultaten Twynstra Gudde, december 2007).
De vraag die in deze notitie beantwoord zal worden, is ‘welke regionale organisatie is het meest efficiënt en effectief gezien de vastgestelde inhoud?’ Aan de hand van een aantal thema’s wordt daarvan een beeld geschetst.

Districtenstructuur van de KNMG
Het advies van de werkgroep is om de bestaande districtenstructuur te handhaven. Districten die niet (goed) functioneren of moeite hebben activiteiten te organiseren c.q. aansluiting te vinden bij de eigen leden zoeken, ondersteund door KNMG landelijk, naar alternatieven als:
• samenwerking met aangrenzende districten
• samenwerking met regionale afdelingen van separate beroepsverenigingen of regionale instellingen of zorgplatforms
• organisatie van activiteiten in samenwerking met één of meer ziekenhuizen of andere zorgpartners

Gewoonlijk zijn artsen lid van het district waarin zij wonen. De mogelijkheid bestaat om  lid te worden van het district waarin zij werkzaam zijn, zodat zij gebruik kunnen maken van de uit hun werkomgeving voortvloeiende (regionale) netwerken. Districten dienen deze mogelijkheid nadrukkelijk naar de eigen leden te communiceren. 

Districtsactiviteiten
In een district worden de volgende activiteiten aangeboden:
• basisactiviteiten d.w.z. activiteiten die passen binnen de algemene doelstelling van de KNMG en binnen de vastgestelde inhoud (zie onder I). Daarbij gaat het onder andere om:
- het uitdragen van KNMG standpunten en -beleid in de regio: online arts-patiënt contact, alternatieve geneeswijzen, tucht- en klachtrecht etc.
- het aanbieden van beroepsoverstijgende geaccrediteerde nascholing op specifieke KNMG-thema’s als richtlijn palliatieve sedatie, meldcode kindermishandeling en andere gedragscodes
- het organiseren van regionale bijeenkomsten voor aankomende artsen (co-assistenten) als wederkerende activiteit om de KNMG en haar federatiepartners  als artsenorganisaties te profileren en op die manier nieuwe leden te krijgen.
• activiteiten gekoppeld aan de specifieke situatie in een district of aan een specifieke wens van de leden, zoals:
- analyse van knelpunten binnen de eigen zorgregio en zo mogelijk met zorgpartners invulling geven aan regionale gezondheidspolitiek
- het bieden van een podium aan de leden t.b.v. discussie en afstemming van onderlinge samenwerking
- het op verzoek van leden aanbieden van (geaccrediteerde) specifieke (nascholings)cursussen.

Samengevat: KNMG landelijk voedt districten met inhoudelijke onderwerpen. Dat doet zij onder andere door districten te betrekken bij landelijke standpuntbepalingen en bij de implementatie van landelijk beleid. Andersom hebben districten een verantwoordelijkheid om regionale knelpunten en thema’s door te spelen naar landelijk.
In districten waar geen bestuur actief is, zal KNMG landelijk basisactiviteiten organiseren.

Accreditatie
KNMG landelijk onderzoekt op korte termijn of het mogelijk is voor districten een instellingsaccreditatie aan te vragen en zo ja, aan welke voorwaarden dan voldaan dient te worden.

Jaarplan
Een district stelt voorafgaand aan het contributiejaar een jaarplan (incl. begroting) op met daarin een beschrijving van activiteiten, die zij het komend jaar van plan zijn te organiseren. Een district organiseert jaarlijks 2 à 3 basisactiviteiten. Ten behoeve van het opstellen van de jaarplannen ontvangen districten het activiteitenplan van KNMG landelijk. De jaarplannen van de districten en het activiteitenplan van KNMG landelijk worden geagendeerd voor het voorzittersoverleg.

Samenstelling districtsbesturen
Een district kent een actief bestuur, dat regionaal samengesteld wordt. Het districtsbestuur onderhoudt contacten met regionale afdelingen van de federatie-partners en streeft ernaar vertegenwoordigers daarvan in haar bestuur op te nemen.
Landelijke federatiepartners kunnen op deze manier invloed uitoefenen door communicatie naar en beïnvloeding van de eigen achterban.

Inbedding binnen de KNMG
De KNMG erkent het belang van haar achterban (zie KNMG-beleidsplan). De inbedding van districten binnen de KNMG krijgt momenteel vorm door:
• specifieke formatie t.b.v. districten
• structureel overleg tussen KNMG directie en districten
• ledenvergaderingen regionaal en landelijk
• regio ambassadeurs
• vertegenwoordiging vanuit de districten in het federatiebestuur

Ten aanzien van de inbedding stelt de werkgroep voor:
• te onderzoeken of het zinvol is een koppeling te maken tussen het structurele overleg van KNMG directie met de districten (voorzittersoverleg) en de ledenvergaderingen (AV). Gedacht kan worden aan een inhoudelijke koppeling qua onderwerpen, maar ook aan het op elkaar aansluiten of elkaar (deels) overlappen van beide vergaderingen.
• het regio ambassadeurschap mogelijk om te vormen tot een bij de voorgestelde inhoud en organisatie passende functie.

Communicatie
Er dient sprake te zijn van een intensieve communicatie tussen KNMG landelijk – districten – achterban. Instrumenten die hiervoor ingezet kunnen worden zijn:
• districtennieuwsbrief
• ledenpanels
• websites KNMG en districten
• Medisch Contact
• enquêtes
• regionale bijeenkomsten
 
Financiën
Over de financiën zijn gesprekken gevoerd met de voorzitters van de federatiepartners  en de voorzitters van de districten (d.d. 9 oktober 2008). Met inachtneming van de overeenkomsten en verschillende meningen tussen alle partijen stelt de werkgroep Regionale Ordening met betrekking tot de financiering van districten het volgende voor:

De districtscontributie is verplicht en wordt centraal door KNMG landelijk geïnd.
De hoogte van de contributie wordt voorafgaand aan het nieuwe contributiejaar
vastgesteld door het districtsbestuur. Doorstorting van de geïnde contributiegelden vindt plaats na het indienen van een jaarplan door het district.
Jaarlijks dienen districten tijdig een korte financiële verantwoording in bij KNMG landelijk.
Districten die gedurende 2 jaar niet functioneren conform de door hen ingediende jaarplannen ontvangen extra ondersteuning van de medewerkers districtenbeleid van KNMG landelijk. Daarvoor zal aan de betreffende districten een financiële tegemoetkoming gevraagd worden. Beoordeling daarvan ligt bij het voorzittersoverleg (het overleg tussen voorzitter KNMG en voorzitters van districten).

Werkgroep Regionale Ordening: 
De heer C. Bijleveld (voorzitter)
Mw. L. Schrevel (district Amsterdam)
Mw. C. Vos (district Midden-Brabant)
Dhr. G. Hulst (district Spaarne & Amstel)
Dhr. J. Geurts (district Utrecht)
Dhr. K. Went (district Friesland)
Namens de KNMG: Dhr. L. Wigersma, Mw. M. de Rond en Mw. M. Hoekstra (secretaris).

15 oktober 2008

Er zijn nog geen reacties bij dit bericht. Ziet u geen reactieformulier? Dan dient u eerst in te loggen.

Geef uw reactie


code

Nog 4000 tekens over

Toelichting: uw naam (en woonplaats) worden bij plaatsing van uw reactie getoond. Uw e-mailadres wordt niet getoond.

In de regio

KNMG district Den Haag organiseert lezing van Luc Bonneux op 16 februari

'En ze leefden nog lang en gezond. Hoe de gezondheid een industrie werd.'

Onlangs publiceerde Luc Bonneux, epidemioloog en columnist bij Medisch Contact, een boek onder de titel 'En ze leefden nog lang en gezond. Hoe gezondheid een industrie werd'. Deze voordracht bestond lang voor dit boek, en was er de oorsprong en leidraad van.
Deel één vertelt het verhaal van de mens.  In deel twee toont Bonneux hoe media, bedrijven, politici, milieubewegingen en 'gezondheidsdeskundigen' van allerlei aard en slag ons willen overtuigen van het tegendeel. Tegen deze georganiseerde hypochondrie, celebreert Luc Bonneux de eindigheid van een lang bestaan als onderdeel van de schier oneindigheid van dit wonderlijke wezen: een slimme chimpansee op zoek naar wijsheid.

We hopen u bij de lezing van Luc Bonneux op donderdag 16 februari 2012 in het Carlton Ambassador hotel Den Haag.

Tom Mutsaerts, voorzitter
Marleen de Groot, secretaris

Contact

Wilt u informatie over een bepaald district?
Alle contactgegevens per district >

Voor vragen kunt u het district of KNMG-landelijk benaderen:
Esmée Donker
KNMG, afdeling Beleid en Advisering
telefoon: 030- 28 23 827
E-mail: districten@fed.knmg.nl

E-mailnieuwsbrief voor districtsbestuurders ontvangen? Laat het ons weten >

Deelnemende sites

Voor deze site(s) bent u ingelogd