U bent nu hier:

KNMG projectplan Buitenlands gediplomeerde artsen

Projectplan Buitenslands gediplomeerde artsen (november 2008)


Inleiding


Bij buitenlands gediplomeerde artsen kan een onderscheid gemaakt worden tussen artsen die buiten de Europese Economische Ruimte (EER) hun diploma hebben behaald en binnen de EER. De EER bestaat naast de landen van de Europese Unie ook uit Noorwegen, IJsland en Liechtenstein. Met Zwitserland is een apart verdrag. Totaal 31 landen.


A. Artsen van buiten de Europese Economische Ruimte (EER en Zwitserland)
Artsen die buiten de EER (in het vervolg van deze notitie betekent EER: inclusief Zwitserland) hun diploma hebben gehaald en hier willen werken, moeten aantonen dat ze het vak volgens de Nederlandse eisen beheersen. Hiervoor moeten zij een assessment doorlopen (sinds december 2005). Voorheen was er de oude diploma-erkenningsprocedure. Artsen met een diploma buiten de EER moesten hun diploma laten erkennen aan de hand van documenten en eventueel een toelichting. Deze procedure kon tot willekeur leiden. Per december 2005 doorlopen buitenlandse artsen daarom een assessmentprocedure. Het aantal deelnemers neemt af. Deels te verklaren door de afname van de toestroom vluchtelingen naar Nederland. Wellicht spelen andere redenen ook een rol.
Deze nieuwe procedure bestaat uit 2 delen:
1) een algemene kennis- en vaardighedentoets (AKV)
2) medisch-inhoudelijke toetsen
In de algemene kennis- en vaardighedentoets wordt de Nederlandse taal, de kennis van de structuur en cultuur van de Nederlandse zorg, ICT-vaardigheden en passieve beheersing van de Engelse taal getoetst. Het UAF biedt ondersteuning aan vluchtelingartsen die zich willen voorbereiden op het assessment; vluchtelingartsen maken slechts een deel uit van de buitenlandse artsen die de Minister van VWS om een verklaring van vakbekwaamheid vragen.
Wie de AKV met goed gevolg heeft afgelegd mag door naar de beroepsinhoudelijke toets. De beroepsinhoudelijke toets omvat drie deeltoetsen: medische basiskennis, klinische kennis en klinische vaardigheden. De kennistoetsen bestaan uit honderden vragen, geënt op de voortgangstoets die geneeskundestudenten in Maastricht, Nijmegen, Groningen en Leiden viermaal per jaar maken. Het praktische deel van het examen is de klinische vaardigheden toets. Die wordt afgenomen in een skillslab. Bij deze toets wordt vooral de kwaliteit van de anamnese, het lichamelijk onderzoek, het verslag, professioneel gedrag, communicatie, de probleemlijst en de differentiaaldiagnose beoordeeld.
De resultaten van de beroepsinhoudelijke toets gaan naar de Commissie Buitenlands Gediplomeerden Volksgezondheid (CBGV) die uiteindelijk een opleidingsadvies op maat geeft. Bij slagen voor de medisch-inhoudelijke toetsen kan de buitenslands gediplomeerde arts geclausuleerd worden ingeschreven in het BIG-register en moet dan nog drie maanden onder supervisie werken, tijdens welke periode zijn professionele gedrag wordt beoordeeld. Bij niet slagen komt de CBGV tot een voor de buitenslands gediplomeerde arts en de UMC’s bindend advies op maat voor het volgen van een deel de artsopleiding (½, 1, 2 of 3 jaar) of de gehele artsopleiding.


B. Artsen van binnen de Europese Economische Ruimte (EER)
Binnen Europa is er vrij verkeer van personen. Dit geldt ook voor artsen, want binnen de EER erkennen de deelnemende landen wederzijds artsdiploma’s. De EER bestaat naast de landen van de Europese Unie ook uit Noorwegen, IJsland en Liechtenstein. Verder heeft ook Zwitserland zich bij de afspraak aangesloten. In de praktijk krijgen elk jaar ongeveer vierhonderd Europese artsen uit de EER en Zwitserland toestemming om in Nederland te werken.
Zij moeten aan vier voorwaarden voldoen:
1) de arts die in Nederland wil praktiseren, moet beschikken over een in een EER-land of Zwitserland afgegeven artsdiploma en dient zijn originele diploma overleggen;
2) Hij/zij moet onderdaan zijn van een EER-land of Zwitserland;
3) Hij/zij mag niet ontzet zijn van het recht het beroep uit te oefenen door een rechterlijke uitspraak;
4) Hij/zij mag niet onder curatele staan vanwege een geestelijke stoornis.
Door de bevoegde autoriteiten mogen geen taaleisen worden gesteld aan deze buitenlandse artsen, werkgevers en opleiders mogen dat wel doen, mits proportioneel. Nederlandse Ziekenhuizen en andere zorginstellingen zouden van solliciterende Europese artsen kunnen eisen dat ze de algemene kennis- en vaardighedentoets afleggen. In Europa hebben 11 landen een vergelijkbare procedure, 5 landen hebben een andere procedure. Van de resterende landen is onvoldoende bekend welke procedure zij hanteren.



Problemen


In de afgelopen periode zijn gesprekken gevoerd met Patria Diaz (buitenlands gediplomeerde arts), Petra Veltman en Cindy Geers (beiden werkzaam bij het UAF), Theo van Berkestijn (CBGV) en Lourens Kooij (coördinerend secretaris Opleiding & Registratie). Daarnaast zijn een aantal artikelen als bron van informatie gebruikt1,2,3 en is tijdens het KNMG-congres ‘Opleiden voor kwaliteit’4 over dit onderwerp gesproken. Uit deze eerste analyse komen de volgende problemen, uiteengezet per doelgroep, naar voren:
A. Artsen van buiten de Europese Economische Ruimte (EER)
- Voor de buitenlandse artsen is de medisch-inhoudelijke toets, met name het klinische deel, behoorlijk pittig. Er zijn op dit moment geen mogelijkheden voor artsen om zich voor te bereiden op deze toets. Artsen zouden graag een training willen volgen en een proefexamen willen afleggen.
- De informatie voor buitenlandse artsen over het assessment is in het Nederlands geschreven. Dit is niet toegankelijk voor buitenlandse artsen die net in Nederland arriveren en zich willen oriënteren op de stappen die gezet moeten worden zich om als arts in Nederland te registreren.
- Buitenlandse artsen hebben geen netwerk van Nederlandse artsen om hen wegwijs te maken in de assessmentsprocedure en de Nederlandse gezondheidszorg.
- Nadat buitenlandse artsen hun artsenbul hebben behaald is het lastig om een opleidingsplaats te bemachtigen.
- De financiering van (de voorbereiding op) het assessment kan een belemmering vormen. Maar vooral ook daarna wanneer de buitenlands gediplomeerde arts (die op basis van de resultaten van het assessment het advies heeft gekregen een deel van de geneeskunde opleiding te moeten volgen) geconfronteerd wordt met het hoge instellingscollegegeld (men kan als buitenlands gediplomeerde arts buiten de EER geen aanspraak maken op gesubsidieerd onderwijs). Wanneer een arts geclausuleerd wordt toegelaten tot het BIG-register dient hij/zij 12 weken onder supervisie te moeten werken alvorens men zelfstandig aan de slag kan. In deze periode ontvangt men géén salaris, behalve als de supervisie wordt gecombineerd met vervolgopleiding of ander dienstverband.
B. Artsen van binnen de Europese Economische Ruimte (EER)
- Artsen van binnen de EER hoeven geen toetsen (bijv. taaltoets) te ondergaan zoals buitenlandse artsen van buiten de EER. Patiënten lopen hierdoor het risico behandeld te worden door slecht Nederlands sprekende artsen die de Nederlandse gezondheidszorg slecht kennen.



Doel


De KNMG staat voor het bevorderen van de kwaliteit van de beroepsuitoefening, maar wil buitenlands talent niet verloren laten gaan.



Vraagstellingen


Op basis van bovenstaande analyse komen we tot de volgende vraagstellingen:


A. Artsen buiten de EER
1. Is het wenselijk om buitenlands gediplomeerde artsen buiten de EER voor te bereiden op de beroepsinhoudelijke toets van het assessment? Zo ja, waar zou die voorbereiding uit moeten bestaan?
2. Wat zijn andere mogelijkheden om deze artsen te ondersteunen?
3. Zijn er mogelijkheden voor financiële ondersteuning? Zo ja, welke mogelijkheden?


B. Artsen binnen de EER
1. Is het wenselijk om de AKV-test voor buitenlands gediplomeerde artsen binnen de EER verplicht te stellen?
2. Zo ja, welke mogelijkheden bestaan hiertoe bij werkgevers in de zorg?



Acties


De bovengenoemde vraagstellingen leiden tot de volgende acties:


A. Artsen buiten de EER
De acties van de KNMG hebben betrekking op de voorbereiding op de medisch-inhoudelijke toets van het assessment.
1. Inventarisatie organisaties (en hun belangen) die betrokken zijn bij de voorbereiding op het assessment (te denken valt aan: James Bowell Instituut (Utrecht), Sibio, UAF, Emplooi, Joost Dijkstra-Maastricht).
2. Lidmaatschap KNMG (studentlidmaatschap of bijzonder lidmaatschap) voor de buitenlandse artsen regelen waarmee men o.a. toegang krijgt tot de website van MC.
3. Uitgebreide voorbereiding (traineeship) op deel 2 van het assessment
a. proefexamens (VGT’s, casuïstieken en andere toetsen en toetsmethoden) beschikbaar stellen
b. stages regelen o.a. via districten: inhoud en voorwaarden (verblijfsvergunning, BSN, beroepsaansprakelijkheidsverzekering, reikwijdte, rechten en plichten, vergoeding); stageduur (conform bijvoorbeeld het ALKO).
4. Info over de procedure (van aanmelding bij de IND tot en met registratie in het BIG register) in het Engels en Nederlands ontsluiten op website www.artsinspe.nl en www.knmg.nl.  Input via een invitational (o.a. Marokkaanse Artsen Vereniging (AMAN) uitnodigen) en ervaringen Patria Diaz/Zabi Hamidi. Info op de website per doelgroep.
5. Een community (i.s.m. Artsennet) opzetten waar buitenlandse artsen elkaar kunnen ontmoeten en ervaringen kunnen uitwisselen (discussieplatform, FAQ’s).
6. Buddy-systeem tijdens studie opzetten in samenwerking met Studentenplatform.
7. Bij het zoeken naar een opleidingplaats of baan:
a. een sollicitatietraining aanbieden (afstemmen met UAF)
b. eventueel aangevuld met een persoonlijk loopbaanadviseringstraject met daarin aandacht voor culturele aspecten bij communicatie
8. Aandacht voor artsen die om wat voor reden niet het artsendiploma kunnen halen, in aansluiting op het project Latent Talent (www.uaf.nl/latentetalenten). Gesprek organiseren met voorzitter examencommissie UMC St. Radboud. Alternatieve trajecten in kaart brengen.
9. Kosten voor de buitenlands gediplomeerde arts in kaart brengen (i.s.m. Lourens Kooij). Mogelijkheid voor financiële ondersteuning (voorbereiding op assessment, collegegeld/levensonderhoud tijdens de opleiding of supervisietraject) in de vorm van een lening inventariseren bij VVAA, UAF, IBG, SZW, Rabobank/ABN-Amro, innovatieplatform, Vereniging Nederlandse Gemeenten. Mogelijkheden onderzoeken studenten te vrijwaren van het veel duurdere instellingscollegeld. NB Vluchtelingen kunnen voor hun opleidings-, reis en boekenkosten gebruik maken van een regeling van OC&W, voor de kosten van hun levensonderhoud kunnen zij terecht bij de sociale dienst.
10. Volgsysteem na doorlopen assessment opzetten (in de vorm van een effectmeting). Contact opnemen met Ted Splinter i.v.m. de opzet van een longitudinale studie (promotieonderzoek) en UAF (die eveneens een onderzoek doet onder een paar honderd buitenlands gediplomeerde artsen over hun carrièreverloop).
11. Uitleg aan en training van de begeleiders/opleiders van de buitenlands gediplomeerden (waar dient men rekening mee te moeten houden: aandacht, geduld, tijd).
12. Feedback naar CBGV.
13. Publiciteit via MC, Huisarts in Praktijk/Beeld en Arts in spe.
14. Opstarten pilot (5-7 buitenlands gediplomeerde artsen hebben in mei de AKV toets afgelegd en moeten binnen een jaar de medisch-inhoudelijke toets gemaakt hebben). Het aanbod voor deze artsen zou kunnen bestaan uit:
a. stageplaats
b. individuele begeleiding
c. informatie
d. intervisie
e. workshop/training


B. Artsen binnen de EER
1. Overleg met NVZ (Vereniging van Ziekenhuizen) en andere werkgevers in de zorg (GGZ Nederland, Thuiszorg, Verpleeghuiszorg) en NFU (Nederlandse Federatie van Universitair Medisch Centra) om op één en dezelfde manier, maar wel ‘proportioneel’, de Nederlandse taal te toetsen; namelijk gebruik te maken van het specifiek voor buitenlandse artsen ontwikkelde algemeen deel van het assessment.



Samenwerking met andere organisaties


Voor het uitvoeren van de acties zal met de volgende organisaties samenwerking gezocht worden:
• UAF (richt zich op de voorbereiding de AKV-toets van het assessment)
• KNMG districten
• Commissie Buitenslands Gediplomeerden Volksgezondheid
• IND (informeren)
• MEVA (quickscan)
• Federatiepartners: LHV (Swanehilde Kooij) en Orde (Robien Kuipers)
• VNG
• KNMG Opleiding & Registratie
• Werkgevers o.a. GGZ, SBOH



Begroting


Te verwachten kosten:
1) Vergoeding voor artsen die de begeleiding van de stages op zich nemen.
2) Kosten ontwikkeling website (vertaling webpagina’s).
3) Vacatie- en reisgelden voor projectgroepleden



Referenties


1 Op z’n Hollands; Assessment van buitenlandse dokters behoorlijk pittig. Medisch Contact. 2007; 40: 1624-1627.
2 Poolse arts hoeft geen Nederlands te spreken; ongelijke regels voor buitenlandse artsen. Medisch Contact. 2007; 41: 1672-1674.
3Ten Cate O, Kooij LR. Artsen met een buitenlands diploma in de Nederlandse
patiëntenzorg: de nieuwe assessmentprocedure. NTvG 2008; 152: 899-902
4 KNMG-congres ‘Opleiden voor Kwaliteit’. 11 oktober 2007, Domus Medica, Utrecht



 

Patiënten vragen artsen regelmatig om medische verklaringen. Zoals een patiënt die een sportschool-abonnement wil opzeggen wegens rugklachten. Mag u een oordeel over de medische (on)geschiktheid van uw patiënt afgeven?

Patiënten vragen artsen regelmatig om medische verklaringen. Zoals een patiënt die een sportschool-abonnement wil opzeggen wegens rugklachten. Mag u een oordeel over de medische (on)geschiktheid van uw patiënt afgeven?

KNMG Consult

KNMG Consult

Uitdagingen in de gezondheidszorg aangaan?
KNMG Consult adviseert u daar graag bij!

Naar KNMG Consult >
Succesvolle projecten >

Van de artsenfederatie KNMG maken deel uit:

Landelijk Vereniging van Artsen in Dienstverband (LAD) Landelijke Huisartsen Vereniging (LHV) Nederlandse Vereninging voor Arbeids- en Bedrijfsgeneeskunde (NVAB) Nederlandse Vereniging voor Verzekeringsgeneeskunde (NVVG) Orde van Medisch Specialisten (Orde) Verenso, specialisten ouderengeneeskunde (Verenso)