Standpunt KNMG over vrije artsenkeuze: dit standpunt van de KNMG is tot stand gekomen na consultatie van de NVOG en de Commissie Gelijke Behandeling (2008)
Download KNMG-publicatie Standpunt KNMG over vrije artsenkeuze>>
Naar aanleiding van een aantal incidenten heeft zich in de afgelopen periode in de media een debat afgespeeld over de vraag in hoeverre zorginstellingen in zouden moeten gaan op de vraag van patiënten om een zorgverlener of onderzoeker met een specifieke eigenschap, zoals sekse. In Nederland bestaat vrije artsenkeuze. Soms hebben patiënten een voorkeur voor een man of een vrouw als behandelaar of onderzoeker. Deze voorkeur kan voortkomen uit religieuze motieven, maar ook uit persoonlijke voorkeur, eerdere (negatieve of positieve) ervaringen of trauma’s.
Binnen de beroepsgroep van artsen en in de samenleving is hierover veel discussie ontstaan, vooral naar aanleiding van de situatie dat (begeleiders van) sommige moslima’s de hulp van een mannelijke arts weigeren.
Standpunt KNMG
Om artsen en instellingen handvatten geven hoe zij met een dergelijke vraag om kunnen gaan, heeft de KNMG een standpunt opgesteld over dit onderwerp. Dit standpunt heeft betrekking op de curatieve sector. Een arts/instelling wordt geadviseerd alleen aan het verzoek voor een zorgverlener met
een bepaalde sekse te voldoen als de patiënt dit tijdig (bij het maken van een afspraak) aangeeft. De enige voorkeur waar rekening mee gehouden kan worden is sekse. Artsen of zorginstellingen gaan niet in op wensen van patiënten om door een hulpverlener te worden geholpen die aan andere kenmerken voldoet (zoals een bepaalde seksuele geaardheid, huidskleur, politieke gezindheid of godsdienst). Komt de patiënt pas tijdens het bezoek aan de instelling met een voorkeur voor een man of vrouw als zorgverlener, dan hoeft aan het verzoek van de patiënt geen gehoor te worden gegeven. Het staat de patiënt overigens wel vrij om ook dan de toegewezen behandelaar te weigeren.
Spoedsituaties
In acute situaties wordt de patiënt door de beschikbare hulpverlener(s) geholpen. Ook in spoedsituaties heeft de patiënt echter het recht de toegewezen behandelaar te weigeren, zelfs als dit consequenties heeft voor de eigen gezondheidstoestand. De arts wijst de patiënt op deze consequenties. In het geval van levensgevaar moet de patiënt met alle mogelijke middelen overtuigd worden van de noodzaak tot het ondergaan van een behandeling.
Vuistregel
De vuistregel is dus: een instelling probeert alleen aan het verzoek voor een zorgverlener met een bepaalde sekse te voldoen als de patiënt dit tijdig (bij het maken van een afspraak) aangeeft. In spoedsituaties zijn de keuzemogelijkheden van de patiënt veel beperkter, of niet bestaand. Een en ander laat onverlet dat de vrije artsenkeuze ook door andere factoren beperkt kan worden (beperkingen in verzekerde aanspraken, een beperkte capaciteit aan artsen per gemeente of regio e.d.) Ook bij verzekerings- en bedrijfsartsen bestaat doorgaans geen vrije artsenkeuze.
Zie ook:
Actualiteit, commentaren, KNMG-richtlijnen en standpunten.
Dossiers op thema >
