U bent nu hier:

Standpunt Federatiebestuur KNMG inzake euthanasie (2003) met nadere uitleg (2012)

In deze brochure wordt ingegaan op de medisch-ethische overwegingen die ten grondslag liggen aan het standpunt van de KNMG inzake euthanasie en hulp bij zelfdoding en op de in wet vastgelegde zorgvuldigheidseisen die artsen in acht moeten nemen. Doel is om de arts handreikingen te geven voor een zorgvuldige omgang met verzoeken om euthanasie of hulp bij zelfdoding.

Wettelijke regeling

De ontwikkelingen tot 2003 - waaronder de invoering van de wettelijke regeling inzake toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding per april 2002 - maken actualisering noodzakelijk. De laatste actualisering van het standpunt uit 1984 is uit 1995. Met de invoering van de Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding op 1 april 2002 is een mijlpaal bereikt in de discussie over euthanasie.

Bijzondere medische handelingen

De KNMG wil er op wijzen dat deze wettelijke regeling van euthanasie niet betekent dat euthanasie nu tot het normaal medisch handelen behoort. Het blijft gaan om bijzondere medische handelingen waarover op grond van maatschappelijke criteria verantwoording moet worden afgelegd. Ook moeten euthanasie en hulp bij zelfdoding nog steeds worden beschouwd als een ultimum remedium voor situaties waarin er geen reële behandelingsmogelijkheden zijn om het lijden van de patiënt te verlichten.

Rechtszekerheid patiënten en artsen

Het karakter van euthanasie en hulp bij zelfdoding is door de nieuwe wet niet veranderd. Wel biedt de Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding meer rechtszekerheid aan patiënten en artsen. Maar dat wil niet zeggen dat patiënten nu recht hebben op euthanasie. En artsen hebben nog steeds niet de plicht om euthanasie of hulp bij zelfdoding te verlenen.

Openheid

De KNMG dringt er bij artsen ten sterkste op aan om rondom euthanasie en hulp bij zelfdoding altijd de vereiste openheid te betrachten en alle gevallen te melden bij de gemeentelijk lijkschouwer. Niet alleen omdat de wet dit vereist, maar ook omdat het vanuit het perspectief van de medische ethiek een wezenlijk element vormt in de rechtvaardiging van het handelen van de arts in dezen. Bovendien kan alleen zo de kwaliteit van het handelen van artsen bij euthanasie en hulp bij zelfdoding inzichtelijk worden gemaakt en daarover maatschappelijk verantwoording worden afgelegd.

Deelnemende sites

Voor deze site(s) bent u ingelogd