U bent nu hier:

Op zoek naar normen voor het handelen van artsen bij vragen om hulp bij levensbeëindiging in geval van lijden aan het leven: rapport Commissie Dijkhuis (2004)

Download KNMG-publicatie Op zoek naar normen voor het handelen van artsen bij vragen om hulp bij levensbeëindiging in geval van lijden aan het leven: rapport Commissie Dijkhuis>>

In 2001 is door het Federatiebestuur van de KNMG een commissie ingesteld, onder voorzitterschap van prof. J. Dijkhuis, om te adviseren over de problematiek van hulp door artsen bij levensbeëindiging bij patiënten die 'klaar met leven' zijn.

De commissie is destijds in het leven geroepen naar aanleiding van de zaak-Brongersma. De oud-senator leed aan het leven en de Overveense huisarts F. Sutorius ging in op zijn verzoek om euthanasie. Sutorius werd veroordeeld en de Hoge Raad bekrachtigde de veroordeling.

Verschillende aspecten problematiek

De commissie heeft een verkenning gemaakt en gediscussieerd over diverse aspecten van deze problematiek, zoals: de mogelijkheden tot afbakening van het medisch domein en daarmee van hulpvragen waarvoor de arts zich wel en niet meer verantwoordelijk kan voelen; de karakterisering van hulpvragen in verband met 'klaar met leven' (overigens geeft de commissie er de voorkeur aan om te spreken over 'lijden aan het leven'); de vereiste deskundigheid in hulpverlening bij dit type hulpvragen en de mogelijke variaties in de rolverdeling tussen arts en patiënt bij zelfdoding door de patiënt. De commissie concludeert dat onder strikte voorwaarden artsen hulp bij zelfdoding moeten kunnen verlenen aan mensen die lijden aan het leven.

Medisch-professioneel domein

De commissie onderscheidt enkele opvattingen over hoe een arts kan reageren op een verzoek tot levensbeëindiging van een patiënt die lijdt aan het leven. Zo kan de arts een ‘strakke begrenzing van het medisch-professioneel domein’ aanhouden en het verzoek afwijzen omdat er geen sprake is van een classificeerbare ziekte. De commissie geeft er de voorkeur aan dat de arts een ‘ruimer, maar niet onbegrensd, medisch-professioneel domein’ hanteert. ‘Het’ deskundigheidsgebied van ‘de’ arts bestaat niet. ‘De ene arts bemoeit zich met een veel ruimer gebied van ‘lijden’ bij de patiënt – en doet daarmee ervaring en bekwaamheid op – dan de andere arts’, stelt de commissie.

Medische professie

Volgens de commissie hoort hulp bij problemen door het lijden aan het leven bij de medische professie. Ze vindt het geen goede zaak als multidisciplinaire teams of zelfs uitsluitend andere hulpverleners deze hulp tot hun domein gaan rekenen. Volgens de commissie is de bron van het lijden niet bepalend voor de mate waarin de patiënt lijdt. De jurisprudentie miskent hoe moeilijk het is ‘lijden’ te beoordelen, al zijn sommige artsen daarin overigens zeer deskundig. Gerespecteerd moet worden dat niet elke arts zich hiermee wil bezighouden, zo oordeelt de commissie, die ook vaststelt dat dit soort hulpvragen in de toekomst zal toenemen.

Download KNMG-publicatie Op zoek naar normen voor het handelen van artsen bij vragen om hulp bij levensbeëindiging in geval van lijden aan het leven: rapport Commissie Dijkhuis>>


Zie ook:



Actualiteit, commentaren, KNMG-richtlijnen en standpunten.
Dossiers op thema >

Deelnemende sites

Voor deze site(s) bent u ingelogd