U bent nu hier:

De arts en niet-reguliere behandelwijzen: gedragsregel (2008)

Download KNMG-publicatie De arts en niet-reguliere behandelwijzen: gedragsregel>>

Deze gedragsregel is een addendum op de ‘normale’ gedragsregels van de KNMG, maar dan toegespitst op niet-reguliere behandelwijzen. De regels gelden immers niet alleen voor niet-regulier werkende artsen, maar feitelijk voor alle artsen.

De KNMG neemt in de nieuwe gedrags­regels afstand van de begrippen ‘alternatief’ en  ‘complementair’. Deze termen kunnen immers de suggestie wekken dat niet-reguliere behandelwijzen daadwerkelijk ‘complementair’ of ‘alternatief’ kunnen zijn. Ook de term ‘geneeswijzen’ wordt vermeden, omdat immers niet bewezen is dat niet-reguliere behandelwijzen ook inderdaad genezen. In plaats daarvan kiest de KNMG voor het neutralere ‘reguliere’ en ‘niet-reguliere’ behandelwijzen.

Voorwaarden voor aanbieden van niet-reguliere behandeling

Kern van de nieuwe gedragsregels is dat de arts zich moet richten naar het best beschikbare wetenschappelijke bewijs, gecombineerd met klinische ervaring en rekening houdend met de wensen, verwachtingen en ervaringen van de patiënt. Alleen onder strenge voorwaarden mag een arts een niet-reguliere behandeling aanbieden. Deze voorwaarden zijn dat niet voor wordt bijgegaan aan een geïndiceerde reguliere behandeling, dat de patiënt goed wordt voorgelicht, en dat de patiënt geen schade oploopt. Schade wordt door de KNMG breed opgevat. Het betekent onder andere dat artsen geen valse hoop op genezing of verbetering van de klachten mogen bieden en geen onjuiste of incomplete informatie over de werkzaamheid van een behandeling mogen verstrekken. Ook moeten artsen voorkomen dat een reguliere behandeling niet, of niet-tijdig wordt begonnen. Verder mogen artsen alleen handelen op basis van een op reguliere wijze gestelde diagnose en mogen zij geen behandelingen afraden die binnen de beroepsgroep algemeen zijn aanvaard. Deze voorwaarden gelden ook als curatieve behandeling niet meer mogelijk is, of als de patiënt reguliere behandelingen afwijst.

Welzijn van de patiënt

Artsen moeten zich daarnaast altijd bewust zijn van het feit dat de artsentitel bij patiënten vertrouwen in de behandeling kan wekken. Niet-reguliere behandelaars verwijten reguliere artsen soms dat zij geen oog hebben voor het welzijn van de patiënt, dat zij zich te eenzijdig richten op de ziekte (en te weinig op de zieke), en de patiënt in de steek laten als deze uitbehandeld is. De KNMG verwerpt deze kritiek en stelt expliciet dat het tot de professionele standaard behoort om oog te hebben voor het bredere welzijn van de patiënt. Ook stelt de KNMG dat artsen patiënten troost moeten bieden en moeten begeleiden bij existentiële vragen die worden opgeroepen door de ziekte.

De nieuwe gedragsregels vervangen het oude standpunt van de KNMG over alternatieve behandelwijzen, dat uit 1994 stamde. Met deze nieuwe gedragsregels sluit de KNMG ook nauw aan bij de jurisprudentie zoals die de afgelopen jaren is ontwikkeld.


Zie ook:

Deelnemende sites

Voor deze site(s) bent u ingelogd