U bent nu hier:

Goede steun en consultatie bij euthanasie (2012)

Hoe ga je als SCEN-arts om met vragen van collega-artsen? De KNMG-richtlijn Goede steun en consultatie bij euthanasie geeft aan wat van SCEN-artsen mag worden verwacht, maar ook waar SCEN-artsen op mogen rekenen als de behandelend arts hen inschakelt.  

SCEN-artsen verschillen van opvatting over de omgang met vragen van collega-artsen om steun en consultatie, zo bleek uit een SCEN-evaluatie. Zij willen toe naar meer uniformiteit in oordeelsvorming en werkwijze. De KNMG heeft, na raadpleging van de SCEN-groepen, vuistregels vervat in de richtlijn Goede steun en consultatie bij euthanasie. Deze beoogt meer eenduidigheid en daarmee zekerheid te bieden aan SCEN-artsen, maar daarmee ook aan consultvragers en patiënten.

Verkennen van elkaars verwachtingen is cruciaal

Soms neigt een arts ernaar om bij moeilijkheden in het stervensproces de  SCEN-arts direct te bellen. Dat kan zinvol zijn, maar een logische tussenstap is om eerst met een collega te overleggen. Van SCEN-artsen mag worden verwacht dat zij bij een telefoontje eerst de feiten, de mening van de behandelaar en eventuele twijfel exploreren. Het verkennen van elkaars verwachtingen is cruciaal voor een goed verlopende SCEN-interventie.

Spoed?

Het moment van consulteren lijkt in een belangrijke mate de kwaliteit ervan te bepalen. Euthanasie en de daarbij horende consultatie is veelal niet spoedeisend. De behandelend arts moet de SCEN-arts in de gelegenheid stellen zijn werkzaamheden goed uit te voeren. De SCEN-arts moet op zijn beurt in staat en bereid zijn huisbezoeken af te leggen, zo nodig ook in de avonduren of in uitzonderlijke gevallen in het weekend. 

De KNMG-richtlijn geeft met deze en andere punten aan wat van SCEN-artsen mag worden verwacht, maar ook waar SCEN-artsen op mogen rekenen als de behandelend arts hen inschakelt. 

Zie ook:

Deelnemende sites

Voor deze site(s) bent u ingelogd