U bent nu hier:

Vraag van de Week (CAT)

Wie is aan het woord?
Prof. dr. Edith ter Braak, hoogleraar medisch onderwijs en plaatsvervangend opleider interne geneeskunde in UMC Utrecht, over de Vraag van de Week als werkvorm voor de CAT.

Prof. dr. E. ter Braak

Wat is het?
“De Vraag van de Week is één van de didactische werkvormen die wij hebben gekozen voor de verplichte CAT (Critical Appraisal of a Topic). Doel van de Vraag van de Week is kennisvermeerdering en attitudevorming, zodat aios leren beslissingen te nemen op grond van het best beschikbare wetenschappelijk bewijs, geïntegreerd met hun eigen klinische oordeel en de voorkeuren van de patiënt.”

Hoe werkt het?
“Op maandagochtend doet de dienstdoende aios verslag van het weekend. Tijdens dat ochtendrapport luistert een andere aios, die van tevoren is ingeroosterd voor de Vraag van de Week, of er een vraagstuk in de overdracht zit dat zich leent voor een CAT. Is dat het geval, dan proberen we met z’n allen direct een wetenschappelijke zoekvraag te formuleren. Daar gaat de aios mee aan de slag in de literatuur, via PubMed.

Op vrijdagochtend van diezelfde week presenteert hij of zij het ‘antwoord’ op de Vraag van de Week. Als handreiking hebben we daar een format voor ontwikkeld. De aios is overigens redelijk vrij in de wijze van presenteren, als de voordracht maar in elk geval een Critical Appraisal van de artikelen omvat. Tijdens de vrijdagochtendpresentatie is een klinisch expert uit de staf aanwezig als co-referent. Na de voordracht is er ruimte voor discussie, waarna de Vraag van de Week wordt afgesloten met gestructureerde feedback.”

Wat levert het op?
“Anno 2011 is een kritische houding hard nodig om het medische beroep goed te kunnen uitoefenen. Deze werkvorm stimuleert de ontwikkeling van een kritische en wetenschappelijke houding. De Vraag van de Week gaat niet alleen over wat er in de literatuur is gevonden, het doel is dat je de gevonden literatuur weet te integreren met je klinische oordeel. Immers: het hangt er maar net van af wat voor patiënt je voor je hebt qua leeftijd, bijkomende aandoeningen et cetera. Je kunt niet domweg handelen naar wat er in de literatuur staat, veel vaker komt het aan op een combinatie van bewijs, ervaring en gezond verstand. Het is goed om je dat te realiseren.” 

Heeft u tips voor opleiders die de Vraag van de Week willen invoeren?
“Het is belangrijk dat er op de afdeling voldoende kennis is van de technieken die je nodig hebt voor evidence based medicine. Is die expertise niet binnen de eigen staf of aios-groep aanwezig, dan is het raadzaam om bijvoorbeeld een epidemioloog bij deze werkvorm te betrekken, die vanuit zijn vakgebied gewend is om volgens de juiste methoden medisch bewijs uit de literatuur te vergaren. Of aois die zich daar, bijvoorbeeld in het kader van hun promotieonderzoek, in hebben bekwaamd.

Daarnaast is het van belang om niet alleen de uitkomsten van het literatuuronderzoek te presenteren, maar er ook een conclusie aan te koppelen met meeweging van klinische ervaring. Veel aios vinden dat moeilijk, gewoon omdat ze nog niet zoveel praktijkervaring hebben. De inbreng van een ervaren expert kan daarbij dus erg nuttig zijn.

Als laatste kan ik aanraden om alle ‘antwoorden’ op de Vragen van de Week te bewaren. Wij hebben de ambitie om onze resultaten te publiceren op een website om ze later te kunnen naslaan. Uiteindelijk gaat het erom dat we ons klinisch handelen zoveel mogelijk baseren op wetenschappelijk bewijs, of daar, bijvoorbeeld op grond van de voorkeuren van de betreffende patiënt, gemotiveerd van afwijken.”

Deelnemende sites

Voor deze site(s) bent u ingelogd