U bent nu hier:

Geschillencommissie

Alle geschillen die betrekking hebben op de vorm, inhoud en duur van de opleiding, de inschrijving in het opleidingsregister of de erkenning als opleider, opleidingsinrichting of opleidingsinstituut en de inschrijving, herregistratie of herintreding in een profielregister, kunnen aan de Commissie voor Geschillen (CvG) van de registratiecommissies worden voorgelegd. Voorwaarden zijn wel dat de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing is en het geschil niet aan de Adviescommissie voor de behandeling van bezwaarschriften (ACO) moet worden voorgelegd.

Geschillen waarover de CvG zich buigt, zijn bijvoorbeeld geschillen over de kwaliteit van de opleiding, over de beoordeling van de aios (arts in opleiding tot specialist) door de opleider en over in- en uitschrijvingen van het opleidingsregister. De geschillenregeling is ook van toepassing op de overeenkomsten die een opleidingsinstituut afsluit met een aios, een opleider, een stageopleider en een opleidings- of stage-inrichting.

Daarnaast handelt de CvG bezwaren tegen besluiten van de registratiecommissies af over de erkenning als opleider, opleidingsinrichting of opleidingsinstituut. De CvG oordeelt tevens over geschillen inzake besluiten over registratie, herregistratie en herintreding in een profielregister.

Partijen bij een geschil kunnen zijn de arts, de aios, de specialist, de opleider, de opleidingsinrichting, het opleidingsinstituut, de betreffende registratiecommissie en de arts die buiten Nederland een specialisatie heeft gevolgd en op grond van dit besluit een individueel scholingsprogramma moet volgen.

Er is sprake van een geschil zodra een van de partijen schriftelijk aangeeft dat er een geschil is. Partijen moeten wel eerst pogingen hebben gedaan om het geschil onderling te beslechten door het inschakelen van een mediator of een onafhankelijke bemiddelende partij. De kosten van mediation of bemiddeling worden gezamenlijk en voor gelijke delen door partijen gedragen tenzij bij de mediation of bemiddeling anders is overeengekomen. De CvG doet zelfstandig uitspraak over het geschil.

Voor specialismen vallend onder het CCMS geldt het volgende:

Alvorens een geschil aan de CvG te kunnen voorleggen, wendt de partij die een geschil heeft zich binnen vier weken na het ontstaan van het geschil eerst schriftelijk tot de centrale opleidingscommissie van het betreffende ziekenhuis, voorzover het de competentie van de centrale opleidingscommissie betreft. De centrale opleidingscommissie tracht het geschil binnen zes weken nadat het geschil aan haar is voorgelegd in der minne te schikken en kan daarvoor een mediator inschakelen. Indien de bemiddelingspoging niet lukt, kan het geschil binnen twee weken na het verstrijken van de termijn van zes weken schriftelijk aan de CvG worden voorgelegd in de vorm van een verzoekschrift.

Indien het geschil niet tot de competentie van de centrale opleidingscommissie behoort (zoals een geschil tussen aios of arts en de MSRC of een opleider en opleidingsinrichting en de MSRC) kan het geschil zonder voorafgaande bemiddelingspoging binnen vier weken na het ontstaan van het geschil schriftelijk in de vorm van een verzoekschrift aan de CvG worden voorgelegd.

Voor specialismen vallend onder het CHVG geldt het volgende:

Alvorens een geschil aan de CvG te kunnen voorleggen, wendt de partij die een geschil heeft zich binnen vier weken na het ontstaan van het geschil eerst tot een mediator die voorkomt op een door het opleidingsinstituut opgestelde lijst met aangewezen mediators of aan een onafhankelijk bemiddelende partij. De mediator c.q. de onafhankelijk bemiddelende partij tracht het geschil binnen zes weken nadat het geschil aan hem is voorgelegd af te ronden dan wel in der minne te schikken.
Indien bemiddeling niet lukt, kan het geschil binnen twee weken na het verstrijken van de termijn van zes weken schriftelijk aan de CvG worden voorgelegd in de vorm van een verzoekschrift.

Voor specialismen vallend onder het CSG geldt het volgende:

Alvorens een geschil aan de CvG te kunnen voorleggen, wendt de partij die een geschil heeft zich binnen vier weken na het ontstaan van het geschil tot een door het opleidingsinstituut en de aios aangewezen mediator of onafhankelijk bemiddelende partij. De mediator, c.q. de onafhankelijk bemiddelende partij tracht het geschil binnen zes weken nadat het geschil aan hem is voorgelegd af te ronden dan wel in der minne te schikken.
Indien bemiddeling niet lukt, kan het geschil binnen twee weken na het verstrijken van de termijn van zes weken schriftelijk aan de CvG worden voorgelegd in de vorm van een verzoekschrift.

Voor alle geschillen geldt dat de CvG het verzoekschrift niet in behandeling neemt als de bemiddeling c.q. mediation niet binnen de hierboven genoemde termijn heeft plaatsgevonden of als het verzoekschrift te laat is ingediend.

Nadat een verzoekschrift is ingediend, informeert de secretaris van de CvG betrokken partijen en geeft de wederpartij de gelegenheid een schriftelijke reactie te geven (verweerschrift) op het verzoekschrift. Vervolgens worden partijen door de CvG gehoord. De CvG doet binnen tien weken na ontvangst van het verzoekschrift uitspraak.De termijn voor het doen van een uitspraak kan met vier weken worden verdaagd.

Details over de procedure bij de CvG zijn opgenomen in hoofdstuk V.2 van de Regeling Specialismen en profielen geneeskunst.

Het voorleggen van een geschil aan de CvG

Een geschil wordt bij de CvG aanhangig gemaakt door het indienen van een verzoekschrift.
Het verzoekschrift dient ondertekend te zijn en tenminste te bevatten:

  • De naam en het adres van de indiener
  • De dagtekening
  • De omschrijving van het geschil waarop het verzoekschrift zich richt
  • De gronden van het verzoek.

Bij het verzoekschrift wordt zo mogelijk een kopie van het collegebesluit waarop het geschil betrekking heeft overgelegd en alle overige relevante stukken.

Het verzoekschrift dient te worden gericht aan de Commissie voor Geschillen, t.a.v. mw. mr. J.E.D. de Planque, secretaris, Postbus 20065, 3502 LB Utrecht.

Hoe is de CvG samengesteld?

Voor ieder zelfstandig specialisme is een specialist en een arts in opleiding tot specialist in de CvG benoemd. Leden kunnen geen deel uitmaken van of werkzaam zijn onder verantwoordelijkheid van een college of een registratiecommissie. Evenmin kunnen zij zitting hebben in het bestuur of werkzaam zijn bij de KNMG of een van haar beroepsverenigingen.

De CvG houdt zitting met drie leden: een onafhankelijk jurist als voorzitter, een specialist en een arts in opleiding tot specialist. De voorzitter kan, afhankelijk van de aard en de complexiteit van het geschil bepalen dat zitting wordt gehouden met vijf leden. De CvG streeft er naar dat bij de behandeling van een verzoekschrift het specialistlid en het artslid in opleiding tot specialist van het betreffende specialisme of een aanpalend specialisme deel uitmaken van de CvG.

Vragen

Indien u vragen heeft kunt u contact met de secretaris van de CvG:

mw. Mr. J.E. D. de Planque
telefoon: 030 2823206
e-mail cvg@fed.knmg.nl


CvG-uitspraken

Zie ook:

Opleiding
Registratie
Herregistratie
Erkenningen
Regelgeving
Ik heb een vraag
Meer informatie


Deelnemende sites

Voor deze site(s) bent u ingelogd