De huisartsopleiding is een duale opleiding waarin het hulpverleningsproces in de huisartspraktijk centraal staat. Het totale handelingsdomein van de huisarts wordt in het competentieprofiel van de huisarts onderverdeeld in zeven taakgebieden. De onderlinge samenhang van deze taakgebieden is nauw. In het onderdeel 'inrichting van de opleiding' uit het document Handreiking Opleidings Plan wordt dit nader uitgewerkt. De opleiding is concentrisch van opbouw wat inhoudt dat alle competenties jaarlijks in het onderwijsprogramma aan de orde moeten komen en getoetst worden. In het onderwijsplan wordt onderscheid gemaakt in toetsthema’s.
Met een toetsthema als kapstok worden overeenkomstige klachten en aandoeningen geclusterd, zodat in het onderwijs en in de bijbehorende toetsing gericht aandacht gegeven kan worden aan een bepaalde (medische) problematiek. De toetsthema's verdelen het totale opleidingstraject in overzichtelijke blokken. De blokken zijn echter niet scherp afgebakend en kunnen elkaar in tijd deels overlappen. Bovendien is variatie mogelijk in de volgorde van de blokken. Verder moet gerealiseerd worden dat een blok weliswaar focust op een bepaalde (medische) problematiek, maar er is altijd ruimte voor leervragen over een andersoortige problematiek naar aanleiding van ervaringen in de hulpverleningspraktijk.
Toetsthema’s Jaar 1
Spoedeisende hulp in de huisartspraktijk
Korte episode problemen
Complexe aandoeningen
Moeilijk interpreteerbare klachten
Veel voorkomende chronische ziekten
Eis: dekking tussenprofiel jaar 1
Toetsthema’s Jaar 2
Spoedeisende hulp in de kliniek
Diagnostiek en behandeling van naar de 2e-lijn verwezen problemen
Chronische complexe aandoeningen in een (intramurale) instelling
Diagnostiek en behandeling van psychosociale en psychiatrische problematiek in de instelling
Individuele competentieverbreding
Eis: dekking tussenprofiel jaar 2
Toetsthema’s Jaar 3
Terminale/palliatieve zorg
Planmatig begeleiden van langdurig hulpbehoevenden/diseasemanagement
Praktijkmanagement
Individuele competentieverbreding
Eis: dekking competentieprofiel van de huisarts
Toetsing
Binnen het project Vernieuwing Huisartsopleiding is in aansluiting met het Protocol Toetsing en Beoordeling en Handreiking voor een Opleidingsplan het Landelijk Toetsplan samengesteld. Dit landelijk toetsplan bevat aanbevelingen voor een competentiegericht toetsbeleid. Het doet aanbevelingen voor een uitgebalanceerde mix van toetsing- en beoordelingsinstrumenten passend bij de principes van een competentiegerichte opleiding. Daarnaast biedt het een overzicht van welke doelen (objecten), wanneer, op welke wijze en door wie getoetst worden.
Het Protocol Toetsing en Beoordeling is gemaakt op basis van het Kaderbesluit CHVG en is vastgesteld door de HVRC. Daarmee is het onderdeel van de regelgeving geworden. Het Protocol Toetsing en Beoordeling bevat een aantal regels over de wijze waarop educatieve en selectieve toetsing, beoordeling en besluitvorming binnen de huisartsopleiding op de verschillende opleidingslocaties gerealiseerd moet worden. Het protocol is een landelijk kader dat bijdraagt aan uniformiteit en transparantie.
Uitgangspunten bij toetsing
Toetsen van competenties
Kenmerkend voor competenties is de geleidelijke ontwikkeling ervan door herhaling van het handelen in steeds complexer wordende praktijksituaties. Bij het toetsen van competenties gaat het dan om het vaststellen van de beheersingsgraad op een bepaald moment in de opleiding. Om tot een hogere graad van beheersing te komen is het noodzakelijk dat de aios:
het huidige handelen bijstuurt;
oefent in nieuwe situaties;
onderliggende kennis en vaardigheden uitbreidt.
Als beheersing van relevante kennis, inzicht en vaardigheden een voorwaarde is voor groei, dan is het niet meer dan logisch dat deze bouwstenen van de competenties tot op zekere hoogte los van de context bestudeerd, geoefend én getoetst worden. Dit houdt in dat kennistoetsen, vaardigheidstoetsen en competentietoetsen deel uit moeten maken van de toetsing.
Functie van toetsen
Voor wat betreft de functie van het toetsen moet onderscheid gemaakt worden tussen educatieve en selectieve toetsing. Dit is uitgewerkt in het Protocol Toetsing en Beoordeling conform het Kaderbesluit CHVG en vastgesteld door de HVRC.
Bij educatieve toetsing worden de uitkomsten van elke afzonderlijke kennis-, vaardigheids- en competentietoets gebruikt voor het geven van feedback aan de aios. Deze feedback is nodig om het huidige handelen te kunnen bijsturen.
Ten behoeve van selectieve toetsing worden de uitkomsten van het geheel aan afgenomen toetsen bekeken om te komen tot een voortgangsbeslissing. De afzonderlijke toetsen dienen daarbij als onderbouwing van het ‘overall’ oordeel. Voornoemd protocol bevat grondregels voor uitvoering van de toetsing binnen het opleidingsinstituut en geldt als landelijk kader voor een toetsplan.
Principes van toetsen en beoordelen
Principes voor het toetsen en beoordelen zijn:
spiegelen aan ervaren professional;
dekking van drie dimensies;
solide onderbouwing van het oordeel;
attractief om getoetst te worden.
Het toetsplan geeft een overzicht van de verschillende handelingsdomeinen, objecten en de toetsthema’s. De toetsthema’s zijn over de opleidingsjaren verdeeld. Per toetsthema is het te beoordelen object, de plaats van beoordeling en wie beoordeelt uitgewerkt. Er worden aanbevelingen gedaan met welke toetsinstrumenten getoetst kan worden.
Downloads: