U bent nu hier:

Opleidingsplan geneeskunde voor verstandelijk gehandicapten

Een competentiegericht opleidingsplan

In het opleidingsplan wordt de inhoud en de vorm van het opleiden van de aios, onderbouwd met de uitgangspunten van de opleiding beschreven.

Het opleidingsplan

Het opleidingsplan is een plan dat de vorm en de inhoud van het praktisch en cursorisch gedeelte van de opleiding in de praktijk van de opleider, de opleidingsinrichting, het opleidingsinstituut en de stage-inrichting beschrijft. Het geeft de globale inhoud van het onderwijs aan en welke competenties in welke opleidingsactiviteiten kunnen worden ontwikkeld.

Richtlijnen voor beoordelen zijn in het opleidingsplan uitgewerkt. De voorwaarden en verplichtingen rondom toetsen en beoordelen zijn in het Protocol Toetsing en Beoordeling vastgelegd. De competenties staan in het competentieprofiel van de Arts voor Verstandelijk Gehandicapten (AVG) beschreven.

Het individueel opleidingsprogramma

In het individueel opleidingsprogramma wordt het persoonlijk ontwikkelingstraject van de aios beschreven. De aios stelt zelf een concept op en biedt dat aan het hoofd van het opleidingsinstituut ter goedkeuring aan.

Bij het opstellen van het individueel opleidingsprogramma moet de aios enerzijds letten op het kader dat vanuit het opleidingsplan van het instituut aangeboden wordt. Aan de andere kant moet hij zich oriënteren op de mogelijkheden en beperkingen, die de praktijkplaats stelt.

Binnen deze kaders kan hij een plan opstellen dat zoveel mogelijk tegemoet komt aan zijn leerwensen en specifieke belangstelling voor onderdelen van het vak.

Competentieprofiel

Het competentieprofiel van de Arts voor Verstandelijk Gehandicapten is in 2006 door de Nederlandse vereniging van Artsen voor Verstandelijk Gehandicapten vastgesteld. De competenties zijn afgeleid van de algemene competenties zoals deze door het CCMS zijn geformuleerd. De competenties zijn gebaseerd op de competenties van de CanMEDS.

Profiel van de opleiding

Het specifieke van het vakgebied van de AVG staat beschreven in het CHVG-besluit ‘Medische zorg voor verstandelijk gehandicapten’ (2004). Kenmerkend voor de medische zorg voor mensen met een verstandelijke handicap is dat deze zich richt op een specifieke populatie.

In hoofdstuk 2 van het opleidingsplan “medische zorg voor verstandelijk gehandicapten: vakinhoud en werkveld” wordt dit uitgebreid beschreven.

Lees meer over het profiel van de opleiding in Hoofdstuk 2.

Uitgangspunten van de opleiding

De opleiding tot AVG beoogt de aios houding en vaardigheden (competenties) bij te brengen, opdat deze na de opleiding in staat is als professional te handelen. Met het woord ‘professional’ wordt de arts als een persoon getypeerd die zelfstandig en op verantwoorde wijze gespecialiseerde medische zorg verleent aan mensen met een verstandelijke handicap. Daarbij worden visies, ontwikkelingen en veranderingen binnen de beroepsgroep en het werkveld kritisch gevolgd.

Uitgangspunten van het opleidingsplan 2007 zijn:

  1. Het leren is een actief en constructief proces met een toenemende mate van zelfsturing.
  2. De aios door directe ervaring op te doen in de praktijk
  3. Het competentieprofiel van de AVG

Bij het realiseren van de opleidingsdoelen die als competenties zijn geformuleerd, zijn alle onderwijsinterventies gericht op het ondersteunen van individuele leerprocessen. Dit ondersteunen wordt geïnterpreteerd als het realiseren van een krachtige leeromgeving. Dit is ‘een leeromgeving die zoveel mogelijk overeenkomt met de omgeving waar het geleerde moet worden toegepast, een omgeving die levensecht is, die uitnodigt tot activiteit, die voorziet in coaching en voortdurend impulsen geeft om zelf te leren en een omgeving die ervoor zorgt dat de student zich het besef van eigen bekwaamheid eigen maakt’ (Cluitmans, 2000). Aan voorgaande definitie kunnen vier verantwoordelijkheden voor de opleiding worden ontleend, te weten:

  • Het zorgen voor gelegenheid tot ervaren, reflecteren en objectiveren.
  • Het aanreiken van stimuli voor het daadwerkelijk optreden van leerprocessen.
  • Het in goede banen leren leiden van optredende processen.
  • Het in (groei)perspectief plaatsen van leerprocessen.

De opleiders en instituutsopleider vullen deze verantwoordelijkheden in binnen respectievelijk de beroepspraktijk en het instituut. Zij combineren daarbij afwisselend de rollen van coach en van expert. De inbreng als expert is moment- en onderwerpgebonden, terwijl de coach proces- en ontwikkelingsgericht met de situatie omgaat.

Lees meer over de uitgangspunten van de opleiding in Hoofdstuk 3.

De inhoud van de opleiding

Het vak van de AVG is dat van een arts die veelal werkt binnen een complexe multidisciplinaire setting. Medisch handelen is daarbij onlosmakelijk verbonden met andere competenties. Om dit vorm te geven binnen de opleidingssetting is gekozen voor een aantal thema’s dat bepalend is voor dit vak en waarin kenmerkende beroepssituaties zichtbaar worden.

Deze thema’s zijn:

  • Thema 1: Levensfasegebonden gezondheidsproblematiek.
  • Thema 2: Gedrag – Gedragsstoornissen - Psychiatrische stoornissen.
  • Thema 3: Specialistische somatische problemen bij verstandelijk gehandicapte mensen.
  • Thema 4: De AVG in de organisatie.
  • Thema 5: Etiologie en comorbiditeit / preventie in de zorg.

Thema’s, kenmerkende beroepssituaties en competentieprofiel als referentie

Voor de vormgeving van de opleiding wordt uitgegaan van kenmerkende en complexe beroepsactiviteiten. Het opleidingsinstituut heeft samen met het werkveld een inventarisatie gemaakt van de werkzaamheden van de AVG en deze in thema’s ondergebracht. Per thema zijn indicatoren uitgewerkt voor de zeven competentiegebieden van het CANmeds model. Hiermee is per thema benoemd welke kennis, vaardigheden en attitude-aspecten van belang zijn. Deze zijn vervolgens aan het werkveld voorgelegd en afgestemd. Voor de herkenbaarheid in de praktijk zijn de kenmerkende beroepssituaties per thema geordend. Een activiteit kan aan een aios worden toevertrouwd op het moment dat hij/zij voldoende competenties heeft verworven om de activiteit zelfstandig uit te voeren. De opleiding is zodanig ingericht dat de aios deze kenmerkende beroepsactiviteiten na de opleiding beheerst. Deze activiteiten en thema’s weerspiegelen de competenties uit het competentieprofiel van de AVG en vormen daardoor het inhoudelijke kader van de opleiding. In een matrix wordt de koppeling tussen competenties en thema’s zichtbaar gemaakt.

Lees meer over de themakaarten in Hoofdstuk 6.

Structuur van de opleiding

In de opleiding vormen praktijkopleiding en instituutsopleiding een geïntegreerd geheel. De aios leert vooral in de praktijk en het cursorisch onderwijs ondersteunt dit. Beide onderdelen zijn wezenlijk en vullen elkaar aan. Een manier om de opleiding te structureren is door de thema´s en de zogenoemde leerlijnen (zie hieronder) te faseren. Hierdoor komt de leerdynamiek en niet de lesstof centraal te staan. Het biedt de aios een gevarieerde manier om competenties te ontwikkelen.

Lees meer over de verschillende onderdelen in Hoofdstuk 4.

Achtergrond en uitgangspunten

  • In een competentiegericht curriculum is de wijze van beoordelen en toetsen van groot belang. De toetsing moet duidelijk maken of de aios zich de competenties van de AVG heeft eigen gemaakt.
  • Tot op zekere hoogte stuurt de wijze van toetsen ook het leergedrag van de aios.
  • In de opleiding wordt gestreefd naar valide, betrouwbare en praktisch hanteerbare toetsen. In het Protocol Toetsing en Beoordeling zijn de afspraken rondom voortgang en beoordeling vastgelegd.

Lees meer over het toetsingsbeleid in Hoofdstuk 5. In bijlage 2 is het protocol Toetsing en Beoordeling opgenomen.

Toolkit

Professionalisering van opleiders

De kwaliteit van de opleiding van de aios wordt in belangrijke mate bepaald door de kwaliteit van de opleiders.

Op dit moment wordt in samenwerking met de andere werkvelden (huisartsgeneeskunde en verpleeghuisgeneeskunde) een competentieprofiel van de opleider en een opleidingstraject ontwikkeld.

In voorjaar 2008 zullen deze producten gereed zijn.

Draagvlak

Lees meer over draagvlak in het interview met Frans Ewals




< Terug naar huidige regelgeving CGS

Deelnemende sites

Voor deze site(s) bent u ingelogd