Toetsing urologie
Tijdens de hele opleiding zijn er een minimaal aantal beoordelingsmomenten en wordt er minimaal gebruik gemaakt van een aantal toetsinstrumenten.
Bij toetsing wordt onderzoek gedaan naar de mate waarin de aios de competentie(s) ontwikkelt (het zich door de aios hebben eigen gemaakt van de beoogde kennis en vaardigheden).
In het opleidingsplan is een toetsmatrix opgenomen waarin de toetsinstrumenten en toetsmomenten zijn vastgelegd. Het gaat daarbij om een minimum dat voldoet aan de eisen van de regelgeving. De opleider bepaalt voor dat deel van de opleiding waarbij hij de aios begeleidt, welke toetsen wanneer plaatsvinden.
Verplichte toetsinstrumenten opleiding urologie:
- de Korte Praktijk Beoordeling (KBP) - tenminste 10 per opleidingsjaar
- de Critical Appraised Topic (CAT) - tenminste 2 per opleidingsjaar
de schriftelijke toetsen die behoren bij het cursorisch onderwijs
Voor een volledig overzicht zie:
- kaderbesluit CCMS artikel B.12 en de toelichting
- kaderbesluit CCMS artikel B.13








