U bent nu hier:

Tijdelijke en incidentele dienstverrichting

Inleiding
Naast de al jaren bestaande automatische erkenning van diploma’s binnen de Europese Unie (EU)1. Onder andere van artsen en specialisten, kent de Europese regelgeving nu ook de ‘vrije dienstverrichting’: grensoverschrijdende waarneming zonder dat het diploma hoeft te worden erkend.

Europese regelgeving
De onderlinge erkenning van beroepskwalificaties (diploma’s) is een uitwerking van het beginsel van vrij verkeer van personen binnen de EU en ligt sinds 1975 vast in Europese regelgeving. In Richtlijn 2005/36/EG, in werking getreden op 20 oktober 2007, zijn de richtlijnen voor specifieke beroepen, onder andere artsen en specialisten, en de richtlijnen met algemene regels voor de erkenning van beroepskwalificaties samengebracht2. De bepalingen voor de onderlinge erkenning zijn hetzelfde gebleven. Artsen en specialisten die onderdaan zijn van een lidstaat van de EU en binnen de EU hun diploma hebben behaald hebben daardoor de mogelijkheid om in andere lidstaten hun beroep uit te oefenen onder dezelfde voorwaarden als onderdanen van die andere lidstaat.

Vrije dienstverrichting
In Richtlijn 2005/36/EG zijn nu ook bepalingen opgenomen over de zogenaamde ‘vrije dienstverrichting’, in de Nederlandse regelgeving aangeduid met ‘tijdelijke en incidentele dienstverrichting’. Grensoverschrijdende waarneming zou men ook kunnen zeggen. Het gaat om vereenvoudiging van het vrije verkeer van beroepsbeoefenaren die zich niet in een andere lidstaat willen vestigen, maar daar tijdelijk en incidenteel hun beroep willen uitoefenen. De richtlijn maakt dus onderscheid met beroepsbeoefenaren die zich in een andere lidstaat willen vestigen om daar op een vaste basis hun beroep uit te oefenen.

Artsen en specialisten die zich in een andere lidstaat willen vestigen moeten de registratieprocedure bij RIBIZ (CIBG)3 doorlopen, waarna zij in het register van artsen kunnen worden ingeschreven. Specialisten moeten daarna worden ingeschreven door een van de registratiecommissies van de KNMG4. Na registratie vallen deze artsen onder dezelfde wettelijke bepalingen, zoals het tuchtrecht, als houders van Nederlandse diploma’s die in deze registers zijn ingeschreven.

Artsen en specialisten die tijdelijk in een andere lidstaat willen werken, maar die gevestigd blijven in een andere lidstaat kunnen gebruik maken van de vrije dienstverrichting. Zij hoeven niet te worden geregistreerd, maar moeten zich wel melden bij RIBIZ en de registratiecommissies. Deze registratieautoriteiten moeten op de hoogte zijn of de beroepsbeoefenaar werkzaam is in de patiëntenzorg in Nederland en moeten kunnen nagaan of hij de vereiste kwalificaties bezit. Daarnaast houdt de Inspectie voor de Gezondheidzorg (IGZ) toezicht op de beroepsuitoefening. De dienstverrichter valt namelijk tijdens zijn werkzaamheden wel onder de Nederlandse wetgeving, waaronder het tuchtrecht. De dienstverrichter hoeft bij RIBIZ alleen zijn persoonsgegevens, diploma en een bewijs van bevoegdheid te overleggen. De melding gebeurt met een speciaal formulier en moet ten minste één maand voor het begin van de dienstverrichting worden gedaan.

Alleen beroepsbeoefenaren die zijn gevestigd in het land van herkomst en die een diploma hebben dat valt onder de automatische erkenning komen voor dienstverrichting in aanmerking. Als alles in orde is stuurt RIBIZ een verklaring van geen bezwaar. Hiervoor staat een termijn van vier weken. Wanneer RIBIZ niet binnen deze termijn bericht stuurt kan de dienstverrichter gewoon beginnen. Bij een specialist stuurt RIBIZ de melding door naar de registratiecommissies van de KNMG, waar wordt nagegaan of het specialisme onder de automatische erkenning valt. Is dat het geval dan geeft ook de registratiecommissie een verklaring van geen bezwaar af. Wat onder tijdelijk en incidenteel moet worden verstaan is niet gedefinieerd in de richtlijn: dat moet van geval tot geval worden beoordeeld. De Nederlandse overheid heeft besloten dat wanneer de dienstverrichter na een jaar nog steeds of opnieuw diensten wil verrichten, hij zich opnieuw moet melden.

Bespreking
De mogelijkheid van vrije dienstverrichting komt voort uit het streven zoveel mogelijk belemmeringen in het vrije verkeer te slechten. De vraag is nu wie van deze regeling beter wordt: de beroepsbeoefenaar, de instelling die een waarnemer zoekt of de patiënt?

De arts of specialist die tijdelijk en incidenteel in een andere lidstaat zijn beroep wil uitoefenen kan door deze regeling – als hij tenminste onder de automatische erkenning valt - snel aan de slag. Het is overigens de vraag of er sprake zal zijn van tijdwinst in vergelijking met de gewone registratieprocedure: zowel RIBIZ als de registratiecommissies handelen routineverzoeken snel af. De duur van de behandeling van verzoeken tot registratie is bovendien korter geworden nu het Interne Markt Informatie systeem (IMI), een internetapplicatie waarmee de registratieautoriteiten rechtstreeks informatie kunnen uitwisselen, operationeel is geworden.

De regeling biedt instellingen de mogelijkheid om snel beroepsbeoefenaren uit andere landen in te zetten als er sprake is van een (tijdelijk) tekort, zonder dat de beroepsbeoefenaar eerst moet worden geregistreerd. In situaties waarin op korte termijn een waarnemend arts, eigenlijk altijd een specialist, moet worden ingezet en die in het eigen land niet beschikbaar is, kan de vrije dienstverrichting uitkomst bieden. Maar dan moeten alle betrokkenen, niet alleen beroepsbeoefenaren maar vooral ook directies van ziekenhuizen, op de hoogte zijn van de eisen die de Europese en de nationale regelgeving daaraan stellen. Het gaat immers om het belang van patiënten. Om efficiënt gebruik te kunnen maken van de dienstverrichting en niet geconfronteerd te worden met een beroepsbeoefenaar die zijn beroep niet mag uitoefenen is het voor instellingen van groot belang dat zij in de overeenkomst van dienstverrichting de (ontbindende) voorwaarde opnemen dat de beroepsbeoefenaar in aanmerking komt voor automatische erkenning van zijn arts- en specialistendiploma. Dat houdt kort gezegd in (1) dat de beroepsbeoefenaar een onderdaan is van een lidstaat van de EU, (2) dat hij in het bezit is van een artsdiploma en specialistendiploma dat is afgegeven in een lidstaat van de EU en (3) dat arts- en specialistendiploma in aanmerking komen voor automatische erkenning.

Hoewel de IGZ ook toezicht houdt op dienstverrichters kan dat toezicht en eventuele handhaving ernstig worden belemmerd door de korte duur van de dienstverrichting. Als een tuchtrechtelijke procedure wordt aangespannen is de dienstverrichter allang weer de grens over en het Europese arrestatiebevel geldt niet voor het tuchtrecht. Een tuchtrechtelijke procedure kan in afwezigheid van de beroepsbeoefenaar worden gevoerd, maar of een eventuele maatregel consequenties voor de beroepsbeoefenaar zal hebben hangt af van de wet- en regelgeving in de lidstaat van herkomst.
Inschrijving van artsen en specialisten in het BIG-register en in de specialistenregisters is niet alleen bedoeld om instellingen maar vooral ook burgers, patiënten en potentiële patiënten, inzage te geven in bevoegdheid van (onder andere) artsen en specialisten. Bij dienstverrichters ontbreekt dit inzicht: zij worden immers niet ingeschreven.

Noten

  1. Met lidstaten worden naast de lidstaten van de Europese Unie ook de staten die partij zijn bij de overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte (Noorwegen, IJsland en Liechtenstein) en Zwitserland bedoeld
  2. Richtlijn 2005/36/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 september 2005 betreffende de erkenning van beroepskwalificaties
  3. RIBIZ (Registratie en informatie beroepsbeoefenaren in de zorg) verzorgt namens het ministerie van VWS de inschrijving van zorgverleners in het BIG-register. Daarnaast houdt RIBIZ zich bezig met de erkenning van buitenlandse diploma's. RIBIZ is een onderdeel van het Centraal Informatiepunt Beroepen Gezondheidszorg (CIBG), een agentschap van het ministerie van VWS
  4. Huisarts, Verpleeghuisarts en arts voor verstandelijk gehandicapten Registratie Commissie (HVRC), Medisch Specialisten Registratie Commissie (MSRC), en Sociaal-Geneeskundigen Registratie Commissie (SGRC)


Auteurs
Dr. L.R. Kooij, coördinerend secretaris KNMG Opleiding & Registratie
Mw. mr. G.M. van Reenen, stafjurist KNMG Opleiding & Registratie
Mr. J.J. Luiten, jurist BIG-registers afdeling CIBG/RIBIZ, Ministerie van VWS
Mw. mr. D.I.M. Hoefnagel, senior beleidsmedewerker, afdeling Beroepen & Opleidingen, directie MEVA, Ministerie van VWS
Drs. J. Vesseur, project hoofdinspecteur patiëntveiligheid, ICT en internationaal, Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ)

Laatst gewijzigd: 9 juni 2011

Meer O&R nieuws >

Deelnemende sites

Voor deze site(s) bent u ingelogd