13 juni 2008
Competentieprofielen en kaders voor scholing opleider en docent afgerond!
Op 17 april 2008 heeft het College voor Huisartsgeneeskunde, Verpleeghuisgeneeskunde en medische zorg voor verstandelijk gehandicapten (CHVG) de producten van het project opleidersprofessionalisering aangenomen. Het gaat hier om competentieprofielen voor opleider* en docent en de kaders voor scholing van beiden. Het CHVG heeft grote waardering voor de kwaliteit en de samenhang van de ontwikkelde producten en is van mening dat dit zal bijdragen aan de kwaliteitsverbetering van de opleidingen. De producten worden aan het veld aangeboden met het verzoek om dit zowel op lokaal als op landelijk niveau te implementeren. Niet alleen binnen het eigen specialisme, maar ook met de twee andere specialismen gezamenlijk.
»» Competentieprofiel van de opleider CHVG (pdf-bestand, 176 kB)
»» Competentieprofiel van de docent CHVG (pdf-bestand, 179 kB)
»» Landelijk scholingsplan docent CHVG (pdf-bestand, 229 kB)
»» Kaderdocument scholing opleider CHVG (pdf-bestand, 168 kB)
Drie hoofden van opleidingsinstituten is gevraagd om hun mening over de twee producten te geven.
“Goed uitgangspunt”
Dr. H.M. (Ron) Pieters, hoofd huisartsopleiding UMC Utrecht/Julius Centrum voor Gezondheidswetenschappen en eerstelijns geneeskunde:
“Ik ben van mening dat het competentieprofiel en de kaders voor scholing een goed uitgangspunt voor de professionalisering van opleiders en docenten vormen. De kaders voor scholing kunnen worden gebruikt als een standaard om zowel het individuele scholingstraject van opleider en docent als de totale scholing vorm te geven. Omdat het ook voor de andere disciplines geldt, kan het ook uitgangspunt zijn voor discipline overstijgend onderwijs. Omdat het in algemene termen is vervat die van toepassing zijn voor de verschillende betrokken disciplines, biedt het mogelijkheden om vanuit het spreken van dezelfde taal onderwijs te ontwikkelen. Daarmee biedt het ook mogelijkheden om van elkaars programma’s gebruik te maken.
Omdat het een compromis is van de verschillende betrokken disciplines, is er vanuit de hoek van de hao’s en docenten die betrokken zijn bij de huisartsopleiding, nogal wat commentaar geweest. Er zou te weinig rekening zijn gehouden met de reeds ontwikkelde producten van de werkgroep hao’s binnen het project vernieuwing huisartsopleiding. En dat is spijtig.”
“Levenslang leren”
“Mijn ervaring is dat de opleiders professionalisering binnen de andere (niet CHVG) specialismen nog in de kinderschoenen staat. Er wordt nog veel gewerkt vanuit de meester / gezel relatie waarbij niet altijd rekening wordt gehouden met didactische principes en onderwijsmethodiek. Bijvoorbeeld: Welke methode is het meest geschikt om bepaalde vaardigheden goed te leren. Binnen de andere specialismen is er geen onderscheid tussen de opleider en docent. Het voordeel van dit onderscheid is dat er verschillende specialisten (supervisoren) met verschillende verantwoordelijkheden betrokken zijn bij de opleiding. Er ontstaat hierbij de mogelijkheid voor de aios om te reflecteren op de vaardigheden van zijn opleider met een eveneens ervaren specialist om te komen tot een eigen wijze van taakinvulling van het vak anders dan alleen het kopiëren van het gedrag van de opleider.
Voor een goede opleiding zijn goed getrainde opleiders en docenten een randvoorwaarde. Door als opleider en docent zelf te werken aan deskundigheidsbevordering geef je een goed voorbeeld van een levenslang lerende arts met aandacht voor het leerproces.”
“Duidelijk en herkenbaar”
Dr. F. (Frans) Ewals, hoofd vervolgopleiding Artsen voor Verstandelijk Gehandicapten, Erasmusmc, Rotterdam:
“Waar ben ik tevreden over? De ontwikkeling van de producten binnen de beweging, de energie en de synergie van het Project Modernisering CHVG heeft het idee van het opleiderschap als tweede beroep bij alle betrokkenen doen landen. Dat is heel opvallend. Een beroep dat aantrekkelijk is, waarvoor vanzelfsprekend scholing voor nodig is en wat een nieuwe kleur geeft aan je professionele identiteit. Waar een opname in een register voor bijzondere bekwaamheden ook een logisch gevolg van is. De discussie hoeft niet meer gevoerd te worden. En wat er nodig is voor het vak opleider, is ook heel duidelijk, maar ook heel herkenbaar. Dat betekent dat doel en weg voor iedereen helder zijn. Dat betekent ook dat verdere opleidersprofessionalisering voortvarend opgepakt kan worden en dat er kaders voor toetsing gegeven zijn.
Het aardige van een beroepsgroep overstijgende formulering van competentieprofiel(en) en scholingskaders is dat het zichtbaar maakt dat opleidervaardigheden inderdaad bovenop de competenties van het primaire beroep komen. Een praktisch voordeel, vooral voor ons als relatief kleine opleiding, is dat het makkelijker is om aan te sluiten bij of gebruik te maken van materiaal dat bij collega-opleidingen ontwikkeld is.”
“Bijdrage aan de beroepstrots”
“Alles bij elkaar is deelname aan het project tot nu toe voor ons heel prettig en heel effectief geweest: in een hoge druk pan ideeën genereren, gedachtegangen scherpen, contacten opbouwen. Dat alles had ons anders een veel langere tijd en veel meer inzet gekost.
Het feit dat de competentieprofielen bestaan maakt het ook veel vanzelfsprekender opleiders gericht te bevragen op hun kwaliteiten, op hun competenties, meer toegesneden in kaart te brengen wat hun sterke en zwakkere kanten zijn en op deze gerichte ondersteuning aan te beiden. Idem voor de docenten. Ook wat betreft de differentiatie binnen die groep professionals.
Het verankeren in regelgeving kan de betekenis van de producten sterk vergroten. Wat voorkomen moet worden is dat het tot een toename van de regeldruk en een dichtmetselen van de mogelijkheden om individuele trajecten af te spreken. Sommige opleiders zijn toptalenten waarbij alleen wat fine-tuning nodig is, anderen zullen met veel inzet acceptabele opleiders worden, die met plezier werken aan de kwaliteit van hun opvolgers. Op dit moment zie ik vanuit mijn positie geen nadelen.
De profielen dragen bij aan de beroepstrots van opleider en docent!”
“Opleiden is een vak apart”
Dr. J. C.M. (Jan) Lavrijsen, hoofd vervolgopleiding tot verpleeghuisarts (VOVA) UMC St Radboud te Nijmegen:
“Ik ben verheugd dat met de producten duidelijk is gemaakt dat opleiden een vak apart is en dat daarvoor ook speciale scholing nodig is. Juist binnen de CHVG-opleidingen was dat al een uitgangspunt, maar nu hebben we disciplineoverstijgend geformuleerd wat daarbij komt kijken. Goed dat er nu in de scholingstrajecten van opleiders en docenten zowel qua uitgangspunten als ook qua opbouw van competenties en scholingskaders meer samenhang is gekomen. Het levert mijns inziens meer kwaliteit en samenhang in opleidingstrajecten van aios, opleiders en docenten op. Ook zie ik daarbij nieuwe mogelijkheden voor samenwerking tussen de opleidingen, zowel op landelijk niveau, als ook binnen het eigen UMC met de CHVG-specialismen. Voor de verpleeghuisartsopleidingen komt dat op een goed moment, nu de opleiding onlangs is uitgebreid naar drie jaar en diverse vernieuwingen in het aios-curriculum worden geïmplementeerd.
In Nijmegen heeft dat deze maand al geleid tot een overleg over de implementatie van vernieuwingen in het bestaande opleiderscurriculum met de coördinatoren van de drie verpleeghuisartsopleidingen. Ook hebben we onlangs de toelatingsprocedure voor aspirant-opleiders aangescherpt, waarbij opleiders in sollicitatiebrieven melden wat ze te bieden hebben. De competentieprofielen voor opleiders zullen bijdragen aan helderheid over en toetsing van kwaliteiten die verwacht worden. Om die te bereiken zie ik nieuwe mogelijkheden om landelijke toptrainers in te zetten bij gezamenlijke opleidingstrajecten.”
“Kijken over de grenzen”
“Ik zie geen nadelen, al zal het een uitdaging zijn om in de diverse samenwerkingsmogelijkheden de win-win situaties te blijven benutten. Soms kun je immers ook zelf in korte tijd innovaties doorvoeren die in samenwerking moeizamer kunnen gaan. De overstijgende visie op kwaliteit zal echter hierin leidend moeten zijn en blijven.
Discipline overstijgend denk ik dat vooral samenwerking en het meer benutten van de raakvlakken tussen de specialismen winst kan opleveren. Nu dat voor professionaliseringstrajecten van opleiders en docenten is geformuleerd, zou dat in de verdere toekomst wellicht ook kunnen leiden tot meer integratie van onderdelen van de aios-opleiding.
Wat kunnen andere specialismen van ons leren? Juist de CHVG-opleidingen hadden met betrekking tot professionalisering voor opleiders en docenten al ruime ervaring. Dit betreft zowel het opbouwen ervan, als ook het creëren van goede randvoorwaarden daarvoor, zoals financiering en organisatie van opleiden. De expertise van de opleidingsinstituten binnen de CHVG-opleidingen heeft daarbij een meerwaarde die voor andere specialismen bruikbaar is.
Persoonlijk hoop ik dat dit unieke samenwerkingsproject bijdraagt aan het kijken over de grenzen van de eigen opleiding en het eigen specialisme. De kwaliteit is erbij gebaat om naar buiten te treden met ieders kwaliteiten, die te benutten en daarmee van elkaar te leren. Met dit project is daarin een stimulerende stap gezet die hopelijk navolging krijgt bij andere specialismen.”
--------------------------------------------------------------------------------------------------------
* Binnen de CHVG is een opleider verbonden aan de werkplek. De docent is verbonden aan het opleidingsinstituut en geeft mede invulling aan het cursorisch onderwijs. Dit in tegenstelling tot de medische specialismen waar de opleider verantwoordelijk is voor de gehele opleiding.
Laatst gewijzigd: 11 augustus 2009








