U bent nu hier:

Studiebijeenkomst vervolgopleidingen sociale geneeskunde

Zijn de beoordelingscriteria van het Hoofdenoverleg van opleidingsinstituten en de SGRC werkbaar? Kunnen de wetenschappelijke verenigingen ermee uit de voeten bij het beoordelen van de instituutsopleidingsplannen? Deze vragen stonden centraal tijdens de studiebijeenkomst over de modernisering van de sociaal geneeskundige vervolgopleidingen op 6 oktober jl.

Opleidingen in de sociale geneeskunde bestaan uit een praktijkopleiding en een instituutsopleiding die met elkaar samenhangen. De praktijkopleiding vindt plaats bij opleiders in erkende opleidingsinrichtingen, de instituutsopleiding bij instituutsopleiders in erkende opleidingsinstituten. Het Kaderbesluit schrijft voor dat de instituutsopleidingsplannen samen met de betreffende wetenschappelijke verenigingen moeten worden opgesteld. De werkwijze in de praktijk is dat het opleidingsinstituut het plan ontwikkelt en het plan vervolgens ter beoordeling voorlegt aan de wetenschappelijke vereniging.

Handvatten
De wetenschappelijke verenigingen beoordelen of het opleidingsplan in overeenstemming is met de regelgeving, of er sprake is van een competentiegerichte opleiding en of de opleiding leidt tot het beoogde type professional. Om opleidingsinstituten en wetenschappelijke verenigingen handvatten te bieden bij het ontwikkelen en beoordelen van plannen, hebben het Hoofdenoverleg van opleidingsinstituten sociale geneeskunde en de SGRC beoordelingscriteria opgesteld.


Doel van de bijeenkomst op 6 oktober was om de dertig genodigden - medewerkers van opleidingsinstituten en wetenschappelijke verenigingen - wegwijs te maken in het competentiegerichte opleiden, de onderlinge samenwerking te bevorderen en de gelegenheid te bieden om de beoordelingscriteria te toetsen op bruikbaarheid.

Presentaties
De genodigden namen eerst deel aan de plenaire sessie, met presentaties van
- Corry den Rooyen, onderwijskundige en projectmedewerker MMV;
- Els Stolk, sportarts en instituutsopleider NIOS;
- Jeannette de Boer, arts Maatschappij & Gezondheid en instituutsopleider NSPOH;
- Tineke Woldberg, verzekeringsarts en instituutsopleider NSPOH.


Daarna gingen de deelnemers in groepen uiteen om de beoordelingscriteria te toetsen op twee instituutsopleidingsplannen: Sportgeneeskunde van het Nederlands Instituut Opleiding Sportartsen (NIOS) en 2e fase Maatschappij en Gezondheid van de Netherlands School of Public & Occupational Health (NSPOH). 

Aandachtspunten
Uit de groepssessies kwam naar voren dat de criteria op veel punten concreter gemaakt kunnen worden. De deelnemers noteerden zelf een flink aantal aandachtspunten voor de beoordeling van de opleidingsplannen. Deze aandachtspunten worden in november tijdens het volgende Hoofdenoverleg besproken en zo mogelijk verwerkt in de beoordelingscriteria. Wordt vervolgd.


Lees meer:
Over de opleidingen Sociale Geneeskunde >
Over het Kaderbesluit en het Handboek CSG >



Deelnemende sites

Voor deze site(s) bent u ingelogd