U bent nu hier:

Relatie farmaceutische industrie en onderzoekers

Deel 3: Relatie farmaceutische industrie en onderzoekers

Er wordt kritisch gekeken naar de verwevenheid tussen wetenschappelijk onderzoek en financiers. Welke rol mag de farmaceutische industrie spelen in wetenschappenlijk onderzoek? Deel drie uit een reeks van vier over gunstbetoon.

Deel 3: Relatie farmaceutische industrie en onderzoekers

De verwevenheid tussen (top)klinische onderzoekers en financiers is een terugkerend onderwerp van debat en maatschappelijke kritiek. Verondersteld wordt dat deze verwevenheid negatieve kanten heeft, met name ongewenste beïnvloeding van het voorschrijfgedrag van artsen (1). Moet de farmaceutische industrie dan geen rol meer spelen in het wetenschappelijk onderzoek?

Knelpunten 

Er zijn duidelijke knelpunten op het gebied van transparantie bij medisch wetenschappelijk onderzoek, zo bleek eerder tijdens invitational conferences van de KNMG en Nefarma. Zo bestaat onvoldoende inzicht in lopende trials en is niet bekend hoeveel onderzoeken om welke reden voortijdig worden beëindigd. Ook blijkt uit onderzoek dat positieve uitkomsten meer kans hebben gepubliceerd te worden dan de negatieve (2). Om onevenwichtige kennisoverdracht te voorkomen, ook in de richting van betrokkenen bij richtlijnontwikkeling, is meer inzicht in de lopende studies gewenst, met name in niet gepubliceerde onderzoeken en voortijdig beëindigde studies. 

"Er zijn forse verschillen in de bereidheid om
onderzoek in een trialregister te melden."

Publicatiebias

Omdat lang niet alle resultaten van klinisch onderzoek openbaar worden gemaakt,  bestaat publicatiebias. Om dit tegen te gaan, maakt de Centrale Commissie Mensgebonden Onderzoek (CCMO) sinds een paar jaar onderzoekgegevens aan de hand van het ABR-toetsingsformulier openbaar. Er zijn forse verschillen in de bereidheid om onderzoek in dit trialregister te melden. In 2009 gaven farmaceutische bedrijven bij 47,9% van de studies toestemming aan de CCMO voor openbaarmaking. Universitaire Medische Centra (UMC’s) en overige ziekenhuizen gaven in 86,3% (3) van de studies toestemming. Het aanmelden van alle onderzoek in dit trialregister kan een oplossing zijn om meer inzicht te krijgen in trials die in Nederland worden uitgevoerd. Dit heeft als voordeel dat ook onderzoek dat niet tot publicatie leidt, bekend wordt. Vooraanstaande medische tijdschriften,  zoals The British Medical Journal en The Lancet, eisen al dat onderzoek aangemeld is in een trialregister om voor publicatie in aanmerking te komen. Het percentage nationaal openbaar gemaakt onderzoek stijgt gestaag. Het streven is volledige transparantie.

Transparantie

Terugkomend op de vraag of de farmaceutische industrie dan geen rol zou moeten spelen in het wetenschappelijk onderzoek kunnen we één ding zeker stellen: er is geen geld om alle onderzoeken uit collectieve middelen te financieren en de farmaceutische industrie heeft hier dan ook een blijvende rol in. Het veld zal daarom harde afspraken moeten maken om publicatiebias te voorkomen.  De eerste stappen zijn al gezet. De KNMG, Nefarma, het ministerie van VWS en IGZ zijn in een aantal invitational conferences met elkaar en met een aantal andere partijen in gesprek gegaan over de relaties tussen clinici en financiers en hebben afspraken gemaakt. De uitkomsten van de invitationals zijn duidelijk. Afgesproken is, dat de koepelorganisaties van partijen die medisch wetenschappelijk onderzoek verrichten, waaronder Nefarma, hun leden zullen oproepen om alle trials te melden, zoals in internationaal verband al de regel is. Tot die tijd moeten artsen bewust zijn dat er sprake is van publicatiebias.

Milena Babović, beleidsadviseur KNMG

Referenties


 

Dit is deel drie uit een reeks van vier over gunstbetoon.


Zie ook: 

Laatst gewijzigd: 14 juni 2011

Er zijn nog geen reacties bij dit bericht. Ziet u geen reactieformulier?

U kunt ook reageren door een e-mail te sturen naar communicatie@fed.knmg.nl

Uw reactie mag maximaal 4000 tekens (incl. spaties) bevatten.

Column

    Moeders werken!

    Moeders werken! Wat te doen als je opleider verwacht dat je nog een uur langer blijft en niet om half zes weg fietst naar het kinderdagverblijf? Hoe ga je om met het organiseren van je gezin, de tijd voor jezelf terwijl je ook nog eens een succesvolle topspecialist wil worden? Column van Sophie Querido, beleidsadviseur KNMG studenten- en loopbaanbeleid. »»


Deelnemende sites

Voor deze site(s) bent u ingelogd