U bent nu hier:

Zelfgekozen levenseinde: debat met artsen

Heeft een gewetensbezwaarde arts een verwijsplicht bij euthanasie? Wat is de rol van de arts als een patiënt wil stoppen met eten en drinken? Mag een arts dan overgaan tot palliatieve sedatie? Wat zijn de grenzen van de euthanasiewet en wat zijn de eigen grenzen van artsen?

Bij de districtsdebatten over het KNMG conceptstandpunt 'Rol van de arts bij een zelfgekozen levenseinde' is over bovenstaande vragen gediscussieerd. Een vruchtbaar debat, zo bleek.
In april en mei volgen nog twee debatten. Voor meer informatie kunt u mailen met districten@fed.knmg.nl.

Conceptstandpunt

Eind februari gingen beleidsmedewerkers naar KNMG districten Groningen en Arnhem om met de achterban in discussie te gaan over het conceptstandpunt de 'Rol van de arts bij het zelfgekozen levenseinde'. In dit standpunt gaat de KNMG in op de rol, verantwoordelijkheden, mogelijkheden en begrenzing van de arts bij het zelfgekozen levenseinde. De bijeenkomsten in samenwerking met de KNMG districten trokken rond de 120 artsen.  

Het debat startte met een presentatie van beleidsadviseur Eric van Wijlick over de inhoud van het KNMG conceptstandpunt. Vervolgens werd gediscussieerd onder leiding van Gert van Dijk, ethicus bij de KNMG.

Discussiepunten

Hieronder een aantal punten die tijdens de discussie aan de orde kwamen:

  • Lijden zonder enige medische grondslag valt buiten de Euthanasiewet. Een patiënt die niet in aanmerking komt voor euthanasie kan een behandelverbod opstellen, maar ook bewust stoppen met eten en drinken. Artsen mogen patiënten op deze mogelijkheden wijzen.
  • Als een patiënt ervoor kiest te stoppen met eten en drinken, dan hebben artsen de plicht tijdens dat proces goede palliatieve zorg te verlenen, ook als ze het niet eens zijn met het besluit van de patiënt. De artsen die ervaring met deze methode hebben (en dat zijn er verrassend veel), geven aan dat stoppen met eten en drinken met goede palliatieve zorg een begaanbare weg is en leidt tot een waardig sterfbed, waarbij doorgaans geen sprake is van lijden.
  • Als de euthanasieprocedure gestart is en de consulent heeft geoordeeld dat er voldaan is aan de zorgvuldigheidseisen, dan is de ruimte om euthanasie niet uit te voeren uitermate klein.
  • Een euthanasieverzoek is een van de zwaarste vragen die aan een arts gesteld kunnen worden. Artsen gaan dan ook niet zomaar in op een dergelijk verzoek, maar bewandelen samen met de patiënt een soms langdurig traject, dat uiteindelijk kan leiden tot euthanasie.
  • De discussie over de verwijsplicht laat zien dat daarover heel verschillend wordt gedacht. In een aantal regio’s zijn afspraken gemaakt tussen artsen die wel en artsen die niet willen ingaan op een euthanasieverzoek. In andere regio’s vindt men dat geen goed idee.
  • De ondraaglijkheid van het lijden moet altijd beoordeeld worden in het licht van de biografie en de hele context  van de patiënt.
  • Ouderen met een complex aan medische en niet-medische problemen vallen veelal binnen de kaders van de Euthanasiewet. Wel gaven veel artsen aan het in deze situaties moeilijk te vinden om euthanasie uit te voeren.
  • In de psychiatrie komt euthanasie weinig voor. Niet omdat het niet zou mogen, maar omdat het buitengewoon lastig is om de uitzichtloosheid van het lijden en de weloverwogenheid van het verzoek vast te stellen. 

Tot slot

Door de levendige en open sfeer voelden veel aanwezigen zich uitgenodigd vragen te stellen, commentaar te leveren en casuïstiek in te brengen. Het resultaat was zowel voor de aanwezigen als voor het bureau van de KNMG erg nuttig. De inhoud van de discussies levert de KNMG dan ook duidelijke input op om het conceptstandpunt aan te passen en te verduidelijken.

Komende bijeenkomsten

Er staan nog twee bijeenkomsten over het standpunt gepland op 18 april in Tilburg, 20 april in Haarlem en op 19 mei in Amsterdam. Voor meer informatie kunt u mailen met districten@fed.knmg.nl.

Meer informatie

Laatst gewijzigd: 25 oktober 2013

Er zijn nog geen reacties bij dit bericht. Ziet u geen reactieformulier?

U kunt ook reageren door een e-mail te sturen naar communicatie@fed.knmg.nl

Uw reactie mag maximaal 4000 tekens (incl. spaties) bevatten.

Column

    Moeders werken!

    Moeders werken! Wat te doen als je opleider verwacht dat je nog een uur langer blijft en niet om half zes weg fietst naar het kinderdagverblijf? Hoe ga je om met het organiseren van je gezin, de tijd voor jezelf terwijl je ook nog eens een succesvolle topspecialist wil worden? Column van Sophie Querido, beleidsadviseur KNMG studenten- en loopbaanbeleid. »»


Deelnemende sites

Voor deze site(s) bent u ingelogd