U bent nu hier:

Basisartsen en profielartsen opgelet! Herregistratie wordt ingevoerd

Geactualiseerd op 15 mei 2013

Op 1 januari 2012 wordt de regeling voor periodieke registratie ingevoerd, zo heeft minister Schippers besloten. Dit betekent dat basisartsen, profielartsen en bepaalde specialisten over vijf jaar voor de eerste keer moeten herregistreren. Doet u dat niet, dan wordt uw inschrijving in het BIG-register tegen die tijd doorgehaald.

Bij veel artsen heerst onduidelijkheid. Waar moet u op letten?

  • Alle artsen staan ingeschreven in het BIG-register. Specialisten staan daarnaast in een specialistenregister met een eigen herregistratiesysteem. Zo lang u als specialist geregistreerd bent, hoeft u zich niet apart te herregistreren in het BIG-register. Voor wie is het dan wel relevant? Voor basisartsen, profielartsen en specialisten die niet meer voldoen aan de eisen voor herregistratie als specialist.

    Lees meer

    • Als u geregistreerd staat in een specialistenregister dat door de KNMG wordt bijgehouden, dan hoeft u zich alleen in het specialistenregister periodiek te registreren. Uw registratie in het BIG-register wordt niet doorgehaald zo lang u in dat specialistenregister ingeschreven bent. De koppeling tussen deze twee registers is gelegd omdat een afzonderlijke herregistratietoets van specialisten voor het basisberoep niet nodig is. De eisen voor herregistratie als specialist liggen namelijk hoger dan de eisen voor herregistratie als beoefenaar van het basisberoep.

      Verlies specialistentitel

      Als u niet meer voldoet aan de eisen voor herregistratie als specialist, dan wordt u als specialist doorgehaald en mag u uw specialistentitel slechts voeren met de toevoeging ‘niet praktiserend’. Omdat u dan niet meer in het specialistenregister staat komt u niet meer in aanmerking voor een automatische (her)registratie in het BIG-register. Of u in dat geval uw BIG-registratie als arts behoud wordt getoetst door de Minister van VWS. Blijkt dat u ook niet (meer) voldoet aan de herregistratie-eisen voor het BIG-register, dan verliest u tevens uw artsentitel. U mag zich arts niet praktiserend noemen.

      Om geregistreerd te blijven in het BIG-register moet u voldoen aan de eisen die daarvoor gelden (zie eisen voor herregistratie).

      Specialisten en tarief

      Als specialist wordt u automatisch in het BIG-register ge(her)registreerd. Wel is het nodig dat u daarvoor een tarief betaalt. De minister zal dit tarief via de specialistenregistratie gaan heffen. Dit betekent dat het door de minister bepaalde tarief om ingeschreven te staan in het BIG-register via de KNMG bij U in rekening zal worden gebracht.

      Voor welke specialismen geldt dit?

      Dit geldt voor alle erkende specialismen.

      anesthesiologie; artsen maatschappij en gezondheid; bedrijfsartsen; cardiologie; cardio-thoracale chirurgie; dermatologie en venerologie; geneeskunde voor verstandelijk gehandicapten; heelkunde; huisartsgeneeskunde; interne geneeskunde; keel- neus- oorheelkunde; kindergeneeskunde; klinische genetica; klinische geriatrie; longziekten en tuberculose; maag-darm-leverziekten; medische microbiologie; neurochirurgie; neurologie; nucleaire geneeskunde; obstetrie en gynaecologie; oogheelkunde; orthopedie; pathologie; plastische chirurgie; psychiatrie; radiologie; radiotherapie; reumatologie; revalidatiegeneeskunde; specialisme ouderengeneeskunde; urologie; verzekeringsartsen.

    • Als u bent toegelaten tot een erkende opleiding tot specialist, dan kunt u op grond daarvan in het BIG-register worden geregistreerd, ook al voldoet u niet aan de uren-norm.

      Deze bepaling is (onder meer) opgenomen voor artsen die bijvoorbeeld na hun arts-examen eerst gaan promoveren en vervolgens in opleiding gaan tot specialist.

      Voor de aantekening in het BIG-register overlegt u een bewijs van inschrijving voor de desbetreffende opleiding. Na registratie bent u weer voor vijf jaar geregistreerd. Na die vijf jaar zult u opnieuw een verzoek tot herregistratie moeten indienen.



  • Op 1 januari 2012 gaat een termijn lopen van vijf jaar. Tegen het einde van die vijf jaar wordt gekeken of u in die periode tenminste 2080 uur werkervaring heeft opgedaan, dat is gemiddeld 8 uur per week. De werkzaamheden mogen niet langer dan twee jaar onderbroken zijn.

    • In vijf jaar tijd moeten 2080 uren gewerkt zijn. Dit komt neer op gemiddeld 8 uur per week. Dit zijn zogenoemde bruto uren. De werkzaamheden mogen niet langer dan twee jaar onderbroken zijn.

      Als werkervaring tellen mee de uren waarin u het beroep van arts uitoefent. Hieronder vallen ook de uren dat u daadwerkelijk beschikbaar bent voor het verrichten van die werkzaamheden, bijvoorbeeld waarnemingsdiensten.

      Bruto uren

      Het gaat om zogenoemde bruto uren. Dat wil zeggen dat als arbeidstijd moet worden meegerekend de uren die de werknemer niet heeft gewerkt vanwege:

      • ziekte (m.u.v langdurige ziekte, zie hierna)
      • vakantie
      • een algemeen erkende feestdag
      • de uren tijdens welke betaald verlof is genoten volgens de regeling van de van toepassing zijnde cao
      • de uren tijdens welke zwangerschaps- en bevallingsverlof of adoptieverlof is genoten
      • de uren besteed aan buitengewoon verlof, indien deze worden opgenomen voor invulling van werkzaamheden die overeenkomen met werkzaamheden verricht binnen het desbetreffende beroep (bijvoorbeeld vrijwilligerswerk bij het Rode Kruis of studieverlof in verband met de uitoefening van de functie).

      In de praktijk zal dit inhouden dat voor de berekening van het aantal gewerkte uren van de beroepsbeoefenaar in loondienst zijn individuele arbeidsovereenkomst bepalend zal zijn. Hierin is diens contractuele basisarbeidsduur opgenomen op basis waarvan het salaris wordt berekend.

      Langdurige ziekte

      In elk van de vijf jaren van de registratieperiode kan iemand gedurende zes weken ziek zijn, zonder dat dit wordt afgetrokken van de gewerkte uren. Het maakt daarbij niet uit of het zes aaneengesloten weken van ziekte betreft, of zes losse weken verspreid over het jaar.

      Indien het ziekteverzuim langer dan zes weken duurt, tellen de uren niet meer mee als gewerkte uren voor periodieke registratie.

      Indien iemand gedeeltelijk zijn werk hervat, wordt dit nog wel aangemerkt als werkonderbreking door ziekte. Pas als iemand zijn functie geheel heeft hervat, is de periode van werkonderbreking als gevolg van ziekte ten einde.

      Zwangerschap

      Het zwangerschaps- en bevallingsverlof van 16 weken (met een mogelijke uitloop tot 19 weken bij een late bevalling) zijn niet aangemerkt als werkonderbreking.

      Ziekte die aan de zwangerschap gerelateerd is en plaatsvindt direct voorafgaand of aansluitend aan het zwangerschaps- en bevallingsverlof zal echter gelijkgesteld worden aan ziekte zoals hiervoor omschreven. Dat betekent dat de aan zwangerschap en bevalling gerelateerde ziekte op jaarbasis tot maximaal zes maal de arbeidstijd per week meetellen bij het aantal gewerkte uren. Als de aan zwangerschap en bevalling gerelateerde ziekte op jaarbasis totaal langer duurt dan deze zes weken, moeten de niet gewerkte uren worden afgetrokken van het aantal uren.

      Niet meetellen als gewerkte uren

      Alle andere soorten van verlof of andere omstandigheden waardoor niet gewerkt is, tellen niet mee bij de berekening van het aantal uur.

      Voorbeelden zijn:

      • ouderschapsverlof Ouders mogen voor elk kind ouderschapsverlof opnemen. Het verlof kan verspreid maar ook aaneengesloten worden opgenomen. Uren die feitelijk niet zijn gewerkt door het opnemen van ouderschapsverlof (zowel door verkorting van de werkweek als aaneengesloten) mogen niet meetellen als gewerkte uren.
      • langdurig zorgverlof In een aaneengesloten periode mag iemand vanwege de zorg voor een levensbedreigend zieke partner, kind of ouder voor de helft minder werken. Deze uren tellen niet mee als gewerkte uren en moeten worden beschouwd als werkonderbreking.
      • buitengewoon verlof Indien buitengewoon verlof wordt opgenomen anders dan voor invulling van werkzaamheden die overeenkomen met werkzaamheden verricht binnen het desbetreffende beroep, mogen de uren niet meetellen als gewerkte uren.

      Werkonderbreking

      Verschillende kortere (dat wil zeggen korter dan twee jaar) werkonderbrekingen zijn altijd mogelijk zo lang over de vijf jaar in totaal voldoende uur wordt gewerkt.

      Werkonderbrekingen mogen niet langer duren dan twee aaneengesloten jaren. Indien iemand gedurende twee jaar aaneengesloten niet heeft gewerkt binnen zijn deskundigheidsgebied, zal hij in de overige drie jaren van de vijf jaartermijn de 2080 uur binnen zijn vakgebied moeten werken om zijn registratie te behouden.

    Niet alle werkzaamheden tellen mee. Het moet gaan om werk op het gebied van de ‘individuele gezondheidszorg’. Dit betekent dat de werkzaamheden gericht moeten zijn op een individuele patiënt en niet op bijvoorbeeld groepen patiënten. Er hoeft niet per se sprake te zijn van rechtstreeks contact met de patiënt. Wel moeten het werk dermate gerelateerd zijn aan de zorg die betrekking heeft op personen, dat het valt onder de handelingen op het gebied van de individuele gezondheidszorg. Ook moet het gaan om werkzaamheden binnen het deskundigheidsgebied van de arts.

    • Niet alle soorten werkzaamheden tellen mee. Het moet gaan om werkzaamheden die:

      • worden verricht binnen het deskundigheidsgebied van de arts zoals omschreven in de Wet BIG en
      • vallen binnen de individuele gezondheidszorg. Hieronder is nader uitgewerkt welke werkzaamheden hiermee bedoeld worden.

      Werkzaamheden binnen het deskundigheidsgebied

      De werkzaamheden moeten vallen binnen het deskundigheidsgebied zoals omschreven in hoofdstuk III van de Wet BIG. Dit deskundigheidsgebied is ruim omschreven: “tot het gebied van deskundigheid van de arts wordt gerekend het verrichten van handelingen op het gebied van de geneeskunst” (zie hierna).

      Individuele gezondheidszorg

      In artikel 1 van de Wet BIG wordt omschreven wat onder handelingen op het gebied van de individuele gezondheidszorg wordt verstaan. Dit zijn handelingen die rechtstreeks betrekking hebben op een persoon en ertoe strekken diens gezondheid te bevorderen of te bewaken. Het onderzoeken en het geven van raad is daaronder begrepen. Hieronder vallen ook de handelingen op het gebied van de geneeskunst. Dit zijn handelingen die zijn gericht op genezing van een ziekte, op het behoeden van een persoon voor een ziekte, op het beoordelen van de gezondheidstoestand dan wel op het verlenen van verloskundige bijstand. Ook valt hieronder het bij een persoon afnemen van bloed, of wegnemen van weefsel en het wegnemen van weefsel en het verrichten van een sectie bij een overledene.

      Rechtstreeks betrekking op een persoon

      De handelingen dienen individueel gericht te zijn. Werkzaamheden die niet zijn gericht op individuen, maar op de gehele bevolking of groepen uit de bevolking, zoals activiteiten in het kader van algemene gezondheidsvoorlichting en -opvoeding, vallen niet onder het begrip individuele gezondheidszorg. Deze werkzaamheden kunnen daarom niet meetellen als uren bij de berekening van het aantal gewerkte uren voor herregistratie.

      Er hoeft geen sprake te zijn van rechtstreeks contact met de patiënt. Een dergelijke eis zou tot gevolg hebben dat het mensen uitsluit die wel werken op het gebied van de individuele gezondheidszorg, doch die niet zelf letterlijk ‘aan het bed staan’.Wel moeten de werkzaamheden dermate gerelateerd zijn aan de zorg die betrekking heeft op personen, dat deze werkzaamheden vallen onder de handelingen op het gebied van de individuele gezondheidszorg.

      Uit de definitie van het begrip geneeskunst blijkt dat ook handelingen die behoeden voor het ontstaan van een ziekte daaronder vallen. Gedoeld wordt op de preventieve gezondheidszorg. De werkzaamheden die op dit gebied worden verricht komen in aanmerking voor herregistratie indien bij de werkzaamheden rekening moet worden gehouden met individuele verschillen tussen patiënten of cliënten. Alleen dan is sprake van individuele gezondheidszorg.

      Geen individuele gezondheidszorg

      Voorbeelden uit de jurisprudentie van handelingen die niet vallen onder de individuele gezondheidszorg, handelingen die gedaan worden in de hoedanigheid van:

      • arts-directeur patiëntenzorg
      • arts, lid van Raad van Bestuur
      • arts, lid bestuur huisartsenpost
      • deskundige ter terechtzitting
      • het scheppen van voorwaarden waaronder de zorg wordt verleend.

      Gelijkgestelde werkzaamheden

      Bepaalde werkzaamheden worden niet verricht op het gebied van de individuele gezondheidszorg maar kunnen toch door de Minister van VWS toch aangewezen worden als relevante werkzaamheden in het kader van herregistratie. De minister heeft aangegeven deze regeling zeer beperkt te zullen gaan invullen. Het zal gaan om werkzaamheden die uit de aard zodanig zijn dat de registratie in het BIG-register hierdoor gerechtvaardigd is. Bepalend is of – vanuit het oogpunt van patiëntveiligheid – de beroepsbeoefenaar in staat is om, na het werken in een beroep dan wel functie waarvan de werkzaamheden zijn gelijkgesteld, zelfstandig en onder eigen verantwoordelijkheid de handelingen uit te voeren, zonder dat betrokkene hiervoor nadere scholing hoeft te volgen. Het op de hoogte moeten blijven van de (recente) ontwikkelingen binnen het desbetreffende beroepsgebied is daarvoor een voorwaarde, maar op zichzelf niet voldoende. De gelijkstellingbepaling wordt beperkt tot die werkzaamheden waarbij de gelijkgestelde, na het beëindigen van de gelijkgestelde werkzaamheden, weer direct als praktiserend beroepsbeoefenaar aan de slag kan gaan, zonder daarbij eerst weer allerlei (theoretische en praktische) scholing te moeten volgen.

      Zeer beperkte invulling

      Alleen de werkzaamheden van (praktijk)docenten zijn vrijgesteld. Het moet gaan om docenten die werkzaam zijn binnen een onderwijsinstelling die de opleiding tot arts verzorgt en voor zover onderwijs wordt gegeven in de verschillende centrale vakgebieden.

      Een goede uitoefening van de functie van (praktijk)docent is onlosmakelijk verbonden met het op de hoogte moeten blijven van de (recente) ontwikkelingen binnen het gebied van de desbetreffende beroepsuitoefening en het uitoefenen van de daarbij behorende praktische vaardigheden. Deze docenten kunnen in staat worden geacht om zelfstandig en onder eigen verantwoordelijkheid de handelingen op het desbetreffende deskundigheidsgebied uit te voeren, zonder hiervoor aparte scholing te volgen. Het gaat daarbij alleen om onderwijs in de centrale vakgebieden. Onderwijs in de meer algemene vakken, zoals bijvoorbeeld de eigen professionele ontwikkeling, praktijkvoering en ondernemerschap en beroepsgeoriënteerde wetenschappelijk onderzoek worden daartoe niet gerekend. Het geven van scholing kan zowel binnen een gezondheidszorginstelling als binnen een onderwijsinstelling plaatsvinden.



  • Als u niet aan de eisen voldoet wordt uw registratie in het BIG-register doorgehaald. U mag zich dan geen arts meer noemen en geen medische handelingen verrichten, zoals het voorschrijven van geneesmiddelen. Wel mag u de titel ‘arts niet praktiserend’ voeren. Om na een doorhaling weer ingeschreven te worden moet u scholing volgen zodat u weer over de benodigde competenties beschikt.

    • Als u geen, of onvoldoende relevante werkervaring heeft opgedaan, dan moet u scholing volgen om aan het einde van de registratieperiode in het BIG-register ingeschreven te kunnen blijven. Ditzelfde geldt indien u als arts bent doorgehaald in het register, maar daarin opnieuw geregistreerd wilt worden.

      Onderscheid met deskundigheidsbevordering

      Scholing in het kader van herregistratie moet onderscheiden worden van andere soorten scholing, zoals bij- en nascholing in het kader van deskundigheidsbevordering en scholing gericht op het kunnen vervullen van specifieke functies. Deskundigheidsbevordering vormt geen onderdeel van de scholing die vereist is bij herregistratie. Ook functiegerichte scholing vormt geen onderdeel van de scholing die vereist is voor herregistratie.

      Welke scholing?

      Om in het BIG-register als arts geregistreerd te (blijven) staan moet u beschikken over de competenties die behoren tot de kern van het beroep. Dit zijn competenties die cruciaal zijn voor de beroepsuitoefening en zonder welke u bij de uitoefening van het beroep een gevaar kunt vormen voor de veiligheid van de betrokken patiënten. Welke competenties (opnieuw) aangeleerd moeten worden zal van individu tot individu verschillen. De onderwijsinstelling die de scholing aanbiedt kan de omvang van de benodigde scholing bepalen. Daarbij kan aansluiting worden gezocht bij de bestaande kennis- en vaardighedentoets als bedoeld in artikel 3a van het Besluit buitenslands gediplomeerden volksgezondheid. Deze toets kunnen buitenslands gediplomeerde artsen en tandartsen van buiten de Europese Economische Ruimte, afleggen voor het verkrijgen van een verklaring van vakbekwaamheid voor registratie in het BIG-register. Via de beroepsinhoudelijke test voor de arts kan getoetst worden welke competenties dan wel vaardigheden bij betrokkenen ontbreken en welke nog geschoold moeten worden.

      Indien uit de toetsing blijkt dat u alle vereiste kerncompetenties voldoende beheerst, kan op basis daarvan het periodiek registratiecertificaat worden verstrekt en op grond daarvan wordt u weer voor een periode van vijf jaar in het register ingeschreven. U hoeft dan niet eerst de scholing te volgen, u heeft dan immers aangetoond in voldoende mate de kerncompetenties te beheersen.

      Wie biedt scholing aan?

      De onderwijsinstellingen die de opleiding tot arts verzorgen zullen ook het scholingsaanbod voor de herregistratie moeten gaan verzorgen. Op dit moment is nog niet bekend hoe de scholing concreet ingevuld gaat worden.

      Kosten van de scholing

      Het uitgangspunt is dat de kosten voor het volgen van de scholing ten behoeve van herregistratie ten laste komen van de beroepsbeoefenaar zelf. Wat die kosten zullen zijn is (nog) niet bekend.



  • Artsen die in een profielregister van de KNMG zijn geregistreerd, zoals jeugdartsen, seh-artsen en artsen beleid en advies, moeten (in tegenstelling tot specialisten) ook voor het basisberoep herregistreren. Dit betekent een dubbele administratieve last. Om die reden heeft de KNMG aangedrongen op een werkbare oplossing. De minister heeft een praktische oplossing toegezegd. De KNMG vindt namelijk dat profielartsen, net als specialisten, per definitie voldoen aan de eisen voor registratie in het basisberoep. Er is echter nog steeds geen duidelijkheid over de wijze waarop dat zal gebeuren. We houden u op de hoogte.

    • Bent u in een profielregister ingeschreven en bent u niet tevens specialist, dan moet u naast uw herregistratie als profielarts ook in het BIG-register herregistreren. Dit zijn twee afzonderlijke procedures.

      Dit betekent dat u als profielarts elke vijf jaar ook een aanvraag voor herregistratie voor het basisberoep moet doen. Dit doet u door een formulier in te vullen waarop u uw werkervaring van de afgelopen periode invult. Het gaat om een eigen-verklaring. Steekproefsgewijs worden controles uitgevoerd. Als u binnen de steekproef valt, dient u op verzoek met bewijsstukken uw eigen verklaring te onderbouwen.

      Profielartsen zullen echter doorgaans aan de eisen voor herregistratie voldoen (werkzaam zijn op individuele gezondheidszorg en deskundigheidsgebied). Om die reden kan de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport bepalen dat het bewijs van inschrijving in het profielregister als bewijsstuk voor de werkervaring voor de BIG- herregistratie dienen. Dit betekent dat u nog wel een verzoek tot herregistratie moet doen (de eigen-verklaring), maar dat uw inschrijving in het profielregister als bewijsstuk kan dienen.

      Dit kan pas als de minister de profielregisters als zodanig heeft aangewezen. Dat is nog niet gebeurd.

      Profielregister

      De KNMG kent de volgende profielregisters met de bijbehorende beschermde titels

      • jeugdgezondheidszorg: jeugdarts KNMG
      • infectieziektebestrijding: arts infectieziektebestrijding KNMG
      • tuberculosebestrijding: arts tuberculosebestrijding KNMG
      • medische milieukunde: arts medische milieukunde KNMG
      • forensische geneeskunde: forensisch arts KNMG
      • sociaal-medische indicatiestelling en advisering: arts indicatie en advies KNMG
      • beleid - en advies: arts beleid en advies KNMG
      • spoedeisende hulpgeneeskunde: spoedeisende hulparts KNMG



  • Over vijf jaar moet u kunnen aantonen dat u in die periode voldoende relevante werkervaring hebt opgedaan. Dit doet u door het invullen van een eigen verklaring. Steekproefsgewijs worden die aanvragen gecontroleerd. Zit u in de steekproef, dan moet u nader bewijs van uw werkervaring overleggen, bijvoorbeeld een verklaring van uw werkgever. Voor de komende vijf jaar betekent dit dat u, zeker als u wisselende werkgevers of werkplekken heeft, uw werkervaring goed moet bijhouden en documenteren.

    • Om na een periode van vijf jaar opnieuw geregistreerd te kunnen worden moet u een aanvraag doen. Dit doet u door een formulier in te vullen waarop u uw werkervaring van de afgelopen periode invult. Het gaat om een eigen-verklaring.

      Steekproefsgewijs worden controles uitgevoerd. Als u binnen de steekproef valt, dient u op verzoek met bewijsstukken uw eigen verklaring te onderbouwen.

      Bewijsstukken beroepsbeoefenaren in loondienst

      Welke stukken voldoende zijn voor het onderbouwen van een individuele aanvraag voor herregistratie is afhankelijk van uw situatie. Bent u in loondienst dan komen de volgende stukken daarvoor bijvoorbeeld in aanmerking:

      • de individuele arbeidsovereenkomst of aanstellingsbesluit, waarin is opgenomen de hoeveelheid uren per week waarbinnen werkzaamheden worden verricht die vallen binnen de deskundigheidsomschrijving van het betreffende beroep
      • een kopie van uw recente loonstrook
      • een verklaring van uw werkgever over de aard van het arbeidsverleden in de voorgaande vijf jaar (met antwoord op de vraag of de werkzaam- heden zijn verricht binnen het betreffende beroepsgebied)
      • een verklaring van het uitzendbureau of een vergelijkbare instelling omtrent het aantal uren dat u in de voorgaande vijf jaar heeft gewerkt binnen het betreffende beroepsgebied
      • schriftelijke bescheiden van werkgevers dan wel instanties met nadere informatie over de duur van werkonderbrekingen in geval van ziekte, bijzonder verlof of andere omstandigheden
      • het bewijs van inschrijving in het Kwaliteitsregister van de betreffende beroepsgroep, mits de eisen die in het betreffende Kwaliteitsregister aan werkervaring worden gesteld gelijk aan dan wel hoger zijn dan de herregistratie-eisen van het basisberoep.

      Bewijsstukken zelfstandige beroepsbeoefenaren

      Ook zelfstandige dan wel vrijgevestigde beroepsbeoefenaren moeten zelf beoordelen welke stukken in aanmerking komen voor onderbouwing van de aanvraag.

      Zij hebben jegens de Belastingdienst een plicht tot het bijhouden van bepaalde informatie. Het aanleveren van bewijs over inkomsten en daaruit gerelateerd de gewerkte uren, zou in veel gevallen geen grote, extra belasting hoeven op te leveren. De volgende bewijsstukken komen bijvoorbeeld in aanmerking voor nadere onderbouwing van de aanvraag:

      • een accountantsverklaring waarin wordt gemeld dat het aannemelijk is dat de beroepsbeoefenaar in de voorgaande vijf jaar een bepaald aantal uren werkervaring heeft opgedaan. Dit kan de accountant afleiden uit omzet (na verdiscontering met vervuilende factoren) uitgezet tegen het gehanteerde uurtarief, doorgefactureerde uren aan patiënten, dan wel het aantal verrichtingen. Ook kan deze inzicht geven in eventuele werkonderbrekingen
      • de accountantsverklaring kan onderbouwd worden met een afschrift van de bladzijde uit de voorgaande vijf jaarverslagen van de winst- en verliesrekening waaruit de omzet uit die betreffende jaren blijkt
      • afschriften van belastingaangiften, indien deze een indicatie vormen voor het aantal gewerkte uren binnen het deskundigheidsgebied
      • een kopie van inschrijving in Kamer van Koophandel met omschrijving van de onderneming of praktijk
      • bij (tijdelijke) waarneming in een andere praktijk een kopie van de schriftelijke waarnemingsovereenkomst (waaruit kan blijken voor hoeveel uren de waarneming is aangegaan) dan wel een verklaring van de verantwoordelijke van die praktijk over het aantal uren dat de beroepsbeoefenaar binnen die praktijk heeft gewerkt
      • het bewijs van inschrijving in het Kwaliteitsregister van de betreffende beroepsgroep, mits de eisen die in het betreffende Kwaliteitsregister aan werkervaring worden gesteld gelijk aan dan wel hoger zijn dan de herregistratie-eisen van het basisberoep

      Bewijsstukken van werkervaring opgedaan in landen binnen EER-gebied

      Hebt u werkervaring opgedaan binnen het EER-gebied, dan gelden voor u dezelfde eisen wat betreft duur, spreiding en aard van de werkzaamheden. Ook gelden dezelfde regels met betrekking tot de bewijslast als ten aanzien van werkervaring opgedaan in Nederland.

      Bewijsstukken werkervaring buiten EER

      Hebt u werkervaring opgedaan binnen het EER-gebied maar in een beroep waarop de automatische erkenning niet van toepassing is? Of in een land dat geen partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte (EER) of in Zwitserland? Dan moet u de bewijsstukken direct bij uw aanvraag aanleveren. Het moet gaan om stukken waaruit de omvang, duur en aard van de daar verrichte werkzaamheden blijkt.

      Het EER-gebied omvat de volgende landen:

      Bulgarije, (Grieks) Cyprus, Denemarken, Duitsland, Estland, Finland, Frankrijk, Griekenland, Hongarije, Ierland, Italië, Letland, Litouwen, Luxemburg, Malta, Nederland, Oostenrijk, Polen, Portugal, Roemenië, Slovenië, Slowakije, Spanje, Tsjechië, Verenigd Koninkrijk, Zweden

      En: Liechtenstein, IJsland, Noorwegen en Zwitserland



  • Om in het BIG-register ingeschreven te staan moet u een tarief gaan betalen. Dit tarief wordt door de minister vastgesteld. Onderstaande bedragen zijn de huidige bedragen. De minister kan deze bedragen aanpassen.

    Basistarief

    Voor de behandeling van de aanvraag tot plaatsing van een aantekening in het register is de aanvrager een bedrag van € 65,-- verschuldigd. Uit dit tarief worden de kosten betaald van behandeling van de aanvraag, het innen van de verschuldigde bedragen, het verrichten van de steekproefsgewijze controle op de juistheid van de ingediende aanvragen, het beoordelen van bewijsstukken en het aanschrijven van alle ingeschrevenen een half jaar voor het aflopen van de registratieperiode.

    Onderhoudstarief

    Daarnaast is voor het ingeschreven zijn in het BIG-register een bedrag van € 20,-- verschuldigd. Dit dient ter dekking van kosten voor het bijhouden van mutaties in het register, voor het verstrekken van informatie aan derden over de ingeschrevenen, het beantwoorden van vragen van de ingeschrevenen zelf en het actueel houden van voorlichtingsmateriaal en de informatie op de website. Beide bedragen moeten tegelijkertijd worden betaald alvorens de aanvraag in behandeling kan worden genomen. Als de beoordeling van de aanvraag er uiteindelijk toe leidt dat de aantekening in het BIG-register niet wordt gemaakt, dan is het onderhoudstarief niet verschuldigd en wordt dit terugbetaald.

    Specialisten en tarief

    Het onderhoudstarief zal ook in rekening worden gebracht bij de specialisten. Door de koppeling tussen de specialistenregistratie en de BIG-registratie hoeven zij niet elke vijf jaar bij het BIG-register een aanvraag voor herregistratie in te dienen. Omdat zij daarin wel ingeschreven staan, moeten ze het onderhoudstarief wel betalen. De minister zal dit tarief via de specialistenregistratie gaan heffen. (zie ook ‘Specifiek voor specialisten’).


Zie ook:


Vragen?

BIG-informatielijn: 0900 89 98 225 (maandag t/m vrijdag: 8.30 - 17.00 uur)
E-mail: info@bigregister.nl
Twitter: @BIGregister
Website: www.bigregister.nl


Gerelateerde berichten

Datum   Titel
06-01-2014   CGS ontwikkelt vernieuwde regelgeving voor herregistratie
28-06-2013   Herregistratie met meer kwaliteit en minder papier
08-04-2013   Pilot geaccrediteerde nascholing buiten eigen vakgebied
28-03-2013   Overgangsregeling buitenslands gediplomeerde artsen
14-01-2013   Herregistratie: toetsen van meedoen of goed doen?
11-12-2012   Invoering herregistratie van basisartsen
09-07-2012   Herregistratie: het belang van de arts of van de patiënt?
29-05-2012   CGS publiceert jaarverslag 2011
29-05-2012   Tropengeneeskunde als profiel
02-05-2012   Succesvolle beleidsdagen Registratiecommissie Geneeskundig Specialisten

Laatst gewijzigd: 28 augustus 2013

Er zijn nog geen reacties bij dit bericht. Ziet u geen reactieformulier?

U kunt ook reageren door een e-mail te sturen naar communicatie@fed.knmg.nl

Uw reactie mag maximaal 4000 tekens (incl. spaties) bevatten.

HealthApp award

KNMG en VvAA mobiel bekronen de beste medische apps met de Health app award 2014. Draag uw favoriete medische app voor >

Deelnemende sites

Voor deze site(s) bent u ingelogd