U bent nu hier:

Medicatie voorschrijven aan onbekenden via internet niet meer toegestaan

Op 1 januari jl. is de herziene versie van de Richtlijn online arts-patiënt contact in werking getreden. Deze richtlijn gaat in op de vraag onder welke voorwaarden artsen via het internet patiënten mogen behandelen. De belangrijkste wijziging ten opzichte van de oude richtlijn is dat het via internet voorschrijven van medicatie aan onbekende patiënten niet meer is toegestaan.


Op 1 januari 2005 trad de eerste richtlijn over online arts-patiënt contact in werking. Die richtlijn had als uitgangspunt dat online contact tussen arts en patiënt zoveel mogelijk ingebed moest zijn in een reeds bestaand behandelrelatie maar liet onder zeer strikte voorwaarden ook online contacten daarbuiten toe. Ook het voorschrijven van medicatie was op die manier mogelijk zonder bestaande behandelrelatie. Door de inwerkingtreding van de Geneesmiddelenwet op 1 juli jl. is het niet meer toegestaan om online medicatie voor te schrijven aan personen die de voorschrijver nooit heeft ontmoet, niet kent of waarvan hij de medicatiehistorie niet beschikbaar heeft. Een wijziging van de oude richtlijn op dit punt was derhalve noodzakelijk.


De nieuwe richtlijn is van toepassing op elk contact tussen arts en patiënt dat via het internet verloopt en waarbij een behandelovereenkomst in de zin van artikel 7:446 BW tot stand komt of waarbij een behandelingsovereenkomst wordt voortgezet. De richtlijn beperkt zich echter tot drie soorten contact; contact waarbij de arts een op de situatie van de patiënt gericht advies geeft, contacten waarbij de arts farmacotherapie start en contacten waarbij de arts herhaalmedicatie voorschrijft. In andere gevallen is de richtlijn niet van toepassing.


Het uitgangspunt is dat in het belang van de kwaliteit en de continuïteit van zorgverlening aan de patiënt zorgvuldigheid geboden is als daarbij gebruik wordt gemaakt van het internet. Medicatie mag slechts online voorgeschreven worden indien er sprake is van een bestaande arts-patiënt relatie. Dat wil zeggen dat de arts de patiënt kent, gezien heeft en de medicatiehistorie beschikbaar heeft. Daarnaast moet de arts, voordat hij online medicatie voorschrijft beschikken over een betrouwbaar medisch dossier.


Ook als een arts via het internet een patiënt adviseert over medische aangelegenheden, moet er sprake zijn van een bestaande behandelrelatie. Dat is alleen anders als de risico’s die verbonden zijn aan het online advies geminimaliseerd zijn. Wanneer dat het geval is zal afhangen van het soort contact en het soort behandeling en zal door de arts beoordeeld moeten worden.


Naast deze algemene uitgangspunten bevat de Richtlijn verschillende zorgvuldigheidseisen inzake online contact. Ook gaat de Richtlijn in op de verantwoordelijkheden van de patiënt en geeft deze aanwijzingen voor de werkwijze van de arts. De gehele tekst van de richtlijn vindt u hier.

Meer informatie kunt u krijgen bij mr Diederik van Meersbergen. D.van.meersbergen@fed.knmg.nl.


 

Laatst gewijzigd: 9 november 2011

Geef nooit op?

'Geef nooit op?' KNMG-symposium over doorbehandelen in de laatste levensfase

  • Curatie tot het bittere eind?
  • Wie heeft de regie?
  • Geld speelt geen rol - of toch?

Praat mee op donderdag 14 juni 2012
Domus Medica, Utrecht

Deelnemende sites

Voor deze site(s) bent u ingelogd