U bent nu hier:

Landelijke Verwijsindex Risicojongeren ingevoerd

Op 1 augustus 2010 is de Wet Verwijsindex Risicojongeren (VIR) in werking getreden. Deze wet wijzigt de Wet op de jeugdzorg en introduceert een landelijke verwijsindex risicojongeren. Daarin kunnen hulpverleners jongeren tot 23 jaar met problemen aanmelden.

De verwijsindex is o.a. bedoeld voor hulpverleners in de (jeugd)gezondheidszorg, het onderwijs, de jeugdzorg en justitie. Huisartsen, jeugdartsen, verslavingsartsen, instellingen voor gehandicaptenzorg, psychiaters en SEH-artsen mogen jongeren aanmelden die problemen ondervinden “in hun ontwikkeling naar volwassenheid”. Dat is bijvoorbeeld het geval als een jongere blootstaat aan geweld, meer dan normale financiële problemen heeft of zich inlaat met strafbare zaken. Als een andere professional dezelfde jongere meldt, ontvangen de melders bericht van deze “match”.
Voor de regionale verwijsindexen die al functioneren betekent dit dat zij als regionale verwijsindex kunnen aansluiten op het landelijke systeem.

Artsen hebben geen meldplicht maar een meldrecht om een jeugdige zonder toestemming te melden aan de VIR bij een redelijk vermoeden van het bestaan van een risico voor daadwerkelijke bedreiging voor een gezonde en veilige ontwikkeling naar volwassenheid.
De website http://www.handreikingmelden.nl/ bevat criteria ingedeeld naar leefgebieden die de professional kunnen helpen bij de afweging om een jongere wel of niet aan te melden.  De KNMG en huisartsenvereniging LHV adviseren artsen om bij voorkeur een jongere pas aan te melden in de VIR als zij daarvoor toestemming hebben gekregen van de jongere of diens ouders.

KNMG en LHV adviseren aan artsen verder het volgende:

  • Beperk het toetsen aan de meldcriteria zoveel mogelijk tot de gezondheidsproblemen, zoals genoemd in de Handreiking, omdat die tot uw kerncompetentie behoren.
  • Wie zonder toestemming meldt zal zich moeten kunnen beroepen op de aanwezigheid van een conflict van plichten of van een zwaarwegend belang.
  • Meldt zonder toestemming van de jeugdige of diens ouders alleen bij (een vermoeden van) kindermishandeling en als u geen andere mogelijkheid ziet voor voldoende afstemming van hulp of verificatie van uw vermoeden, dan door te melden.
  • Artsen JGZ/jeugdartsen mogen vaker melden als dat voortvloeit uit hun taak tot het systematisch “volgen en signaleren van ontwikkelingen in de gezondheidstoestand van jeugdigen en van gezondheidsbevorderende en -bedreigende factoren”. De arts JGZ/jeugdarts moet wel kunnen motiveren waarom een melding zonder toestemming nodig is en waarom die toestemming niet kon worden verkregen.
  • Realiseert u zich dat in de fase na een “match” het medisch beroepsgeheim een inhoudelijke informatie-uitwisseling in de weg kan staan. Wie A heeft gezegd kan dan geen B zeggen en dat kan tot frustraties leiden bij de andere deelnemers aan de Verwijsindex.

Sjaak Nouwt, Adviseur Gezondheidsrecht KNMG
Jelly Hogendorp, Beleidsmedewerker LHV


Zie ook:

Risicojongeren melden met toestemming, april 2010

Samenvatting KNMG-advies over melding door artsen aan de VIR, april 2010

Meer over de inhoud van de wet en het advies van de KNMG

Brief KNMG aan Eerste Kamer over Verwijsindex Risicojongeren, 22 december 2009

Arts en Verwijsindex Risicojongeren: alleen als sluitstuk hulpverlening, 31 maart 2009

Dossier kindermishandeling en beroepsgeheim

Laatst gewijzigd: 5 juli 2011

Er zijn nog geen reacties bij dit bericht. Ziet u geen reactieformulier?

Geef uw reactie


code

Nog 4000 tekens over

Toelichting: Uw naam en woonplaats worden bij plaatsing van uw reactie getoond. Uw e-mailadres wordt niet getoond.

Geef nooit op?

'Geef nooit op?' KNMG-symposium over doorbehandelen in de laatste levensfase

  • Curatie tot het bittere eind?
  • Wie heeft de regie?
  • Geld speelt geen rol - of toch?

Praat mee op donderdag 14 juni 2012
Domus Medica, Utrecht

Deelnemende sites

Voor deze site(s) bent u ingelogd