U bent nu hier:

Expositie Medische zorg in bezettingstijd

In de vitrine op de vide van de Domus Medica richt het Medisch Farmaceutisch Museum ‘De Griffioen’ elk kwartaal een medisch historische expositie in. Dit keer is de expositie gewijd aan de medische zorg in bezettingstijd.


Nadat Duitsland in 1918 de Eerste Wereldoorlog had verloren ontstond daar grote werkeloosheid. Adolf Hitler, die beweerde dat hij het land er weer bovenop kon helpen, nam in 1933 de macht over, waarmee de nazi­terreur begon.
Na vijf dagen heldhaftige verdediging werd in 1940 ons land bezet. Er brak een periode aan van onderdrukking en honger, want veel werd geroofd.
Om hun functie te kunnen uitoefenen, waren de Nederlandse artsen verplicht lid te worden van de Nederlandsche Artsen­kamer. De meeste huisartsen weigerden dit en plakten het woord arts naast de voordeur af. Zij hadden ondergronds contact met elkaar en wisselden informatie uit via estafette­berichten, het beroemde Medisch Contact.


In 1944 begon in West-Nederland de hongerwinter. Men at bloembollen, aardappelschillen en dunne soep uit de gaarkeuken. Tegen het eind van de oorlog had men slechts via rantsoenbonnen recht op 500 calorieën per dag. Hongeroedeem kwam toen frequent voor. De huisarts was bevoegd om een advies voor extra voeding te geven, maar in de legale handel was niets meer aanwezig. De zwarte handel tierde welig en voor eenvoudig voedsel betaalde men hoge prijzen met oud Nederlands geld. In het dagelijks leven werd gebruikgemaakt van waardeloos geld dat bestond uit zinken munten en papieren guldens en rijksdaalders, zogenaamde zilverbonnen. Soms konden artsen extra voeding voorschrijven, maar desondanks overleefden talrijke patiënten dit niet en kwamen de vliegende kruideniers, vlak voor de bevrijding, voor hen te laat.
In deze tijd stond de ontwikkeling van het medisch instrumentarium vrijwel stil. De grenzen waren potdicht, dus iedereen gebruikte vooroorlogse, antiek ogende instrumenten. Geleidelijk raakte alles op, er was ook een tekort aan genees- en verbandmiddelen. De in 1935 door Domagk ontdekte stof sulfanilamide was hier en daar verkrijgbaar en zo konden enkele infectieziekten met succes worden behandeld.


Voor de oorlog ontdekte Alexander Fleming in Londen de antibiotische werking van de schimmel Penicillium notatum en noemde dit geneesmiddel penicilline. In de Koninklijke Nederlandse Gist- en Spiritusfabriek had men via ondergrondse berichten vernomen dat er schimmels waren met een antibiotische werking. In het grootste geheim werd in een apart laboratorium, onder de schuilnaam Bacinol, geëxperimenteerd. In een wijdmondse glazen melkfles, die op zijn kant werd gelegd, kweekte men de schimmel. Een 17-jarig meisje had in 1945 een grote flegmone in haar gezicht en hoge koorts. Zij kreeg als eerste de Delftse penicilline toegediend en heeft haar leven hieraan te danken.
Ook in Nederlands-Indië hebben artsen in de kampen zoveel mogelijk medegevangenen met beperkte middelen verzorgd. In de expositie is een eenvoudige, houten microscoop te zien die een Nederlandse arts heeft gebruikt toen hij bij de Birma-spoorweg was gedetineerd.
Naast wat eenvoudig instrumentarium is op de tentoonstelling een aantal voorwerpen uit de bezettingstijd te zien die iets van de spanning en de belemmering van de Nederlandse arts in herinnering terugroepen.


Voor informatie: Medisch Farmaceutisch Museum ‘De Griffioen’, B.K.P. Griffioen, voorzitter, tel.: 015 2134 888 of bkpgriffioen@wanadoo.nl. Reacties en aanvullingen zijn altijd welkom. 


 

Laatst gewijzigd: 10 maart 2009

Geef nooit op?

'Geef nooit op?' KNMG-symposium over doorbehandelen in de laatste levensfase

  • Curatie tot het bittere eind?
  • Wie heeft de regie?
  • Geld speelt geen rol - of toch?

Praat mee op donderdag 14 juni 2012
Domus Medica, Utrecht

Deelnemende sites

Voor deze site(s) bent u ingelogd