U bent nu hier:

E Pluribus Unum: uit velen één

Mijn inwerkweken in Domus Medica zijn weken geweest van bewondering en verwondering. De bewondering betreft de hartelijke en open sfeer die ik bij mijn komst heb ervaren. En vooral de trots op en toewijding van staf en medewerkers van het bureau KNMG aan wat de KNMG is en zou moeten zijn. Deze attitude vind ik exemplarisch voor het imago van de KNMG: degelijk, integer en professioneel. KNMG-ers gaan prettig met elkaar om. De stukken die ik gelezen heb zijn merendeels van goed tot hoog niveau en goed toegankelijk. De organisatie en faciliteiten zijn minstens zo goed als ik gewend ben, vaak (nog) beter. In een dergelijke omgeving is het goed toeven.


De verwondering betreft de grote variëteit aan onderwerpen die op de agenda staan. Mijn voorganger, Peter Holland, heeft daarop in tal van columns gewezen. Ook zijn laatste column is illustratief voor de heldere visie van waaruit hij de KNMG de afgelopen jaren heeft bestuurd.


Aan een aantal van deze onderwerpen zal ik hoge prioriteit geven. Het gaat dan om toenemende fragmentering in de zorg en over beleidsmaatregelen die de solidariteit onder druk zetten. De complexe ouderenzorg waarvoor een multidisciplinaire en integrale aanpak in een continuüm van care en cure noodzakelijk is. Voorts zullen automatisering van de zorg, het opleidingscontinuüm, de overheveling van bevoegdheden naar andere beroepsgroepen in het kader van substitutie van zorg en hoe de kwaliteit daarvan te borgen, en de marktwerking in de zorg extra aandacht krijgen. Wat dit laatste betreft moet de vraag beantwoord worden waar deze werkt en waar niet en wat de consequenties daarvan zijn voor de kwaliteit van de zorg en de opleidingen. Tenslotte maar zeker niet ten laatste het algemeen kwaliteitskader, dat wil zeggen de vraag aan welke eisen elke arts in Nederland moet voldoen om goede en veilige zorg te kunnen garanderen.
 
De artsenfederatie KNMG heeft in de vertaling van deze thema’s naar de praktijk een duidelijke verantwoordelijkheid en de uitwerking daarvan dient zichtbaar en effectief te zijn. Dat is een algemeen belang, geen deelbelang. Om dat te bereiken vind ik het belangrijk dat in het bestuur de collegiale verhoudingen en oog voor wat ons bindt de sfeer bepalen, zonder dat ik daarmee de belangen van de afzonderlijke federatiepartners tekort wil doen. Onder collegiaal bestuur versta ik een atmosfeer waarin bestuursleden streven naar een evenwichtige afweging van het ‘eigen’ en het ‘algemeen’ belang, voor zover dat te onderscheiden is, en zich daaraan ook committeren. Ook moeten zij bereid zijn in discussies boven het niveau van het eigen deelgebied uit te stijgen en elkaars opvatting respecteren cq proberen daarmee hun voordeel te doen, ook indien die opvattingen verdere reiken dan het eigen domein. Het wapen van de VS draagt het credo E Pluribus Unum, uit velen één, eenheid in verscheidenheid. Ik acht dit credo ook van toepassing voor de artsenfederatie KNMG. Zo ook voor de arts van nu, ongeacht het grote aantal werkterreinen waarin artsen werkzaam kunnen zijn. Ik zal mijn best doen om daaraan de komende jaren een herkenbaar elan te geven.


A.C. Nieuwenhuijzen Kruseman, voorzitter KNMG



 

Laatst gewijzigd: 9 juni 2011

Geef nooit op?

'Geef nooit op?' KNMG-symposium over doorbehandelen in de laatste levensfase

  • Curatie tot het bittere eind?
  • Wie heeft de regie?
  • Geld speelt geen rol - of toch?

Praat mee op donderdag 14 juni 2012
Domus Medica, Utrecht

Deelnemende sites

Voor deze site(s) bent u ingelogd