U bent nu hier:

Artsen en de farmaceutische industrie

Onlangs besteedde het TROS-consumentenprogramma RADAR aandacht aan ongewenste beïnvloeding van artsen, apothekers en patiënten door de farmaceutische industrie. De programma's belichtten de vèrgaande methoden die de industrie soms hanteert om artsen en patiënten te benaderen en verleiden. Maar ook artsen die over weinig professioneel onderscheidingsvermogen beschikken in hun omgang met de farmaceutische industrie, werden in de schijnwerper gezet.

De meeste voorbeelden in de programma's waren een aantal jaren oud. In de afgelopen jaren heeft de stichting Code Geneesmiddelenreclame (CGR) veel nieuwe regels gemaakt over de wijze waarop geneesmiddelfabrikanten en artsen met elkaar om dienen te gaan op het gebied van reclame en beïnvloeding van voorschrijfgedrag. De CGR reageerde op de RADAR uitzendingen door te melden dat alle partijen – industrie, artsen en apothekers – zich aan de regels moeten houden, en dat zij misstanden moeten melden of klachten indienen bij de CGR als daar reden voor is.

Een juiste oproep, die de KNMG hier graag nog eens onderstreept. Het is waar dat de regels over geneesmiddelenreclame en gunstbetoon zijn aangescherpt, en dat veel meer artsen dan pakweg vijf jaar geleden zich daarvan bewust zijn. Naar die regels handelen is professioneel gedrag. Het is ook waar dat er nog steeds artsen zijn die zich op dit gebied minder of niet professioneel gedragen, en doorgaan met het accepteren van voordeeltjes van de industrie of er zelfs om vragen. Maar er hebben zich ook andere, ingewikkelder interacties tussen farmaceutische industrie en de medische wereld ontwikkeld. Waren het vroeger cadeautjes en pseudo-nascholingen ingebed in snoepreisjes waarmee artsen zich lieten verlokken, tegenwoordig is er sprake van toenemende interactie tussen enerzijds medische opinieleiders en klinische onderzoekers en anderzijds de farmaceutische industrie.

De RADAR programma's hebben ook die kant van de verwevenheid tussen industrie en medische wereld laten zien. Dat is een kant, zo bleek ook uit de programma's, waar moeilijk een vinger achter te krijgen is. De aard en omvang van die verwevenheid, en de gevolgen ervan, zijn nauwelijks in kaart te brengen maar vermoedelijk aanzienlijk.

We horen over "wetenschappelijke" artikelen waar bekende klinici hun naam aan lenen maar die zij niet hebben geschreven. We kunnen vermoeden welke invloed opinieleiders hebben op het voorschrijfgedrag van hun beroepsgenoten. We weten dat ongewenste onderzoeksresultaten niet voor publicatie worden aangeboden, zodat publicatie-bias ontstaat. We vermoeden dat medische opinieleiders soms zeer fors worden betaald door de industrie. Maar we weten het allemaal niet zeker, want vrijwel niemand klapt uit de school. De belangen zullen dus (zeer) groot zijn. En dat is ook wel te begrijpen.

Geneesmiddelenonderzoekers zijn vrijwel compleet afhankelijk van financiële steun van de farmaceutische industrie. Dat schept verlokkingen en verplichtingen. De overheid heeft aan deze situatie bijgedragen door alle eerste geldstroom financiering en de meeste tweede geldstroom financiering voor geneesmiddelenonderzoek op te heffen. Er ligt dus ook een taak voor de overheid om herstelwerkzaamheden te verrichten en nuttig geneesmiddelenonderzoek, zoals bijvoorbeeld onderzoek naar niet geregistreerde indicaties van geneesmiddelen, te financieren. Maar dat laat onverlet dat ondoorzichtige verstrengeling tussen farmaceutische industrie en (top)onderzoekers, zeker omdat het gaat om de belangen van patiënten, ongewenst, onprofessioneel en onmaatschappelijk is. De industrie mag best onderzoek financieren, graag zelfs, en artsen mogen best werk verrichten voor de industrie. Maar collega’s, maak dan ook duidelijk voor welke industrie(ën) je werkt en hoeveel het oplevert. Leen je naam niet aan schijnpublicaties. Wees objectief jegens je beroepsgenoten. Maak negatieve onderzoeksresultaten ook bekend, want daar heeft de samenleving en de patiënt recht op. Kortom, gedraag je professioneel!

Heeft u vragen of opmerkingen? Mail naar Lode Wigersma, directeur beleid & advies KNMG, L.Wigersma@fed.knmg.nl

Laatst gewijzigd: 24 november 2009

Geef nooit op?

'Geef nooit op?' KNMG-symposium over doorbehandelen in de laatste levensfase

  • Curatie tot het bittere eind?
  • Wie heeft de regie?
  • Geld speelt geen rol - of toch?

Praat mee op donderdag 14 juni 2012
Domus Medica, Utrecht

Deelnemende sites

Voor deze site(s) bent u ingelogd