U bent nu hier:

Tweetspreekuur

Bart Brandenburg

Bart Brandenburg, Erik Jansen, Filip van Dijk

twitter.com/tweetspreekuur >

Kunt u een korte omschrijving geven van uw toepassing?
Samen met huisarts Erik Jansen en communicatie- en ICT-specialist Filip van Dijk, die ik op Twitter heb 'ontmoet', ben ik begonnen met @tweetspreekuur: een huisartsenspreekuur op het sociale netwerk Twitter. Gebruikers van  Twitter kunnen ons (medische) vragen stellen waarop wij uiteraard zo goed mogelijk antwoord proberen te geven.

Een bericht op Twitter (ook wel tweet genoemd) bestaat uit maximaal 140 tekens. Vragen kunnen op twee manieren worden gesteld: openbaar, zodat anderen ook kunnen meelezen, of privé, via een zogenaamde 'Direct Message' (DM). Wanneer een vraag een uitgebreidere analyse nodig heeft hebben we de mogelijkheid een inlogcode voor het webspreekuur (een initiatief van Filip van Dijk), een beveiligde internetpagina, uit te geven.

Waarom bent u ermee begonnen, en wanneer?
Enthousiasme over Twitter en de mogelijkheden van het netwerk was één drijfveer. De constatering dat een flink percentage van de tweets over gezondheid gaat een andere. Nieuwsgierigheid over wat je als arts via een dergelijk netwerk zouden kunnen bijdragen de derde.  

Begin oktober 2009 is het idee geboren. We zijn één keer bij elkaar gaan zitten en een week later is @tweetspreekuur op het Reshape09 congres in Nijmegen ten doop gehouden. Onder het motto 'The proof of the pudding is in the eating' zijn we heel bewust snel begonnen om gaandeweg te leren door te doen.

Wat is de huidige status en wat zijn uw ambities?
Onze 'Twitterpraktijk' bestaat uit een kleine 900 leden, dat zijn gebruikers van Twitter die @tweetspreekuur 'volgen'. Ter relativerende vergelijking: een twitterende BN-er heeft al snel enkele duizenden volgers terwijl internationale kopstukken vele miljoenen volgers kunnen hebben. We hebben in 3 maanden tijd ongeveer 600 berichten verstuurd, 60% besloten, de rest openbaar. Acht keer is gebruik gemaakt van het webspreekuur.

Via Twitter hebben zich een apotheker en een aantal artsen gemeld die willen helpen met het beantwoorden van vragen. Hiervan hebben we een paar keer dankbaar gebruik gemaakt. Ons initiatief heeft ook school gemaakt: de jurist van @1ehulpjuridisch en de fysiotherapeut van @fysiospreekuur hebben zich door ons laten inspireren.

Onze ambities bestaan eruit dat we ook aan de 'antwoord'-kant een echte community willen creëren en zo op een juiste manier gebruik te maken van de 'wisdom of crowds'. Het is de vraag of Twitter hiervoor voldoende mogelijkheden biedt. We zijn bezig met het analyseren van onze resultaten van de eerste paar maanden en het formuleren van een visie op hoe we het kunnen doorontwikkelen. Hierover willen we uiteraard graag met zo veel mogelijk mensen van gedachten wisselen.

Wat zijn uw ervaringslessen bij deze eHealth innovatie?
We hebben heel veel goede ervaringen opgedaan met dit initiatief. We ontvingen flink wat positieve reacties en een verrassend grote media-aandacht. De reactie van de LHV was wat gereserveerd, terwijl de inspecteur voor de gezondheidszorg zich juist constructief kritisch opstelde.

Inhoudelijk bestrijkt het tweetspreekuur alle aspecten van de huisartsgeneeskunde. Mensen stellen zinvolle vragen en sturen soms een foto als bijlage mee. Het percentage 'taboevragen' ligt relatief wat hoger dan in de dagelijkse praktijk. Vermoedelijk werkt het anonieme karakter van Twitter hier drempelverlagend.

We stellen waar mogelijk gerust, geven altijd informatie en adviseren daarnaast regelmatig om de eigen huisarts te consulteren. De beperking van maximaal 140 tekens per bericht is slechts ten dele een nadeel en stimuleert tot scherp formuleren. Het is opvallend hoeveel informatie je in 2 of 3 tweets kwijt kunt.

De mogelijkheid om in een bericht eenvoudig naar betrouwbare webbronnen te verwijzen is een voordeel. Het medium werkt sneller dan een 'traditioneel' e-consult. De indruk bestaat dat hierdoor via Twitter ook (semi) acute vragen worden gesteld. Hierin schuilt een zeker risico.

Welke praktische issues zijn nog niet opgelost en wat moet daar wat u betreft voor gebeuren en door wie? 
Heel veel vragen op het gebied van aansprakelijkheid, privacy, dossiervorming et cetera zijn nog niet 'formeel' opgelost. Vermoedelijk zal ook hier de praktijk de theorie moeten sturen.

Het initiatief in zijn huidige vorm leent zich niet tot onbeperkt opschalen. Het is nog onduidelijke welke plaats sociale media krijgen in de reguliere zorg. Ook is er nog geen bruikbaar businessmodel. Hierover willen we graag met geïnteresseerden in discussie treden.

Kortom: Het tweetspreekuur is een idee in ontwikkeling. In de traditie van het sociale medium nodigen we iedereen uit om daaraan een bijdrage te leveren.

Waarom zouden collega-artsen dit ook met uw of soortgelijke eHealth toepassing moeten integreren in het zorgproces?
Dat is een vraag die wij ons ook met enige regelmaat stellen. Een innovatie is alleen succesvol wanneer alle betrokken partijen er beter van worden. Wanneer een initiatief als tweetspreekuur leidt tot beter geïnformeerde en gemotiveerde gebruikers van zorg is dat voor zowel vragers als aanbieders een voordeel.

Voor artsen biedt een sociaal medium als Twitter een snelle toegang tot een in principe onbeperkt netwerk. Dat kan het vak minder eenzaam, leuker en uitdagender maken. Twitter en andere sociale media kunnen ook invulling geven aan de veranderende rol van artsen en andere zorgprofessionals: van poortwachter naar coach. Op die manier voldoen we beter aan de wensen van onze belangrijkste klant: de patiënt. Daar wordt een onderneming (óók in de zorg) altijd beter van. De praktijk zal het leren!

twitter.com/tweetspreekuur >


06-12-2010 - aanvulling auteurs:

We hebben inmiddels de resultaten van het Tweetspreekuur wat verder geanalyseerd en hierover gerapporteerd op het internationale Medicine 2.0 congres in Maastricht.
Zie de presentatie op Slideshare.

Zie ook:

Meer praktijkvoorbeelden >

Bent u arts en heeft u een goed voorbeeld?
Laat het ons weten via dit formulier >


Lees ook het artikel ‘Succesvol werken met e-health’ in Medisch Contact van
14 januari 2011 met acht tips om uitvoeringsproblemen te tackelen.



De KNMG wil met het plaatsen van praktijkvoorbeelden van artsen eHealth breed bekend maken onder artsen en een discussieplatform bieden. De KNMG geeft hiermee geen inhoudelijk oordeel over deze voorbeelden.


Actualiteit, commentaren, KNMG-richtlijnen en standpunten.
Dossiers op thema >

Deelnemende sites

Voor deze site(s) bent u ingelogd