U bent nu hier:

Begeleide Zelfzorg Trombosedienst

Sabine Pinedo, internist – Stichting Begeleide Zelfzorg, Amsterdam

Sabine Pinedo, internist – Stichting Begeleide Zelfzorg, Amsterdam

www.begeleidezelfzorg.nl

Kunt u een korte omschrijving geven van uw toepassing?
Een online trombosedienst, waarbij de patiënt, na het volgen van een e-learning, zelf de INR (international Normalized Ratio, de stollingswaarde) meet via een capillaire meting (vingerprik), welke vervolgens door de patiënt wordt doorgegeven via een beveiligde persoonlijke website. Vervolgens wordt het doseerschema via deze zelfde website door een doseerarts opgemaakt en verzonden. Ook is het mogelijk te chatten met een arts in geval van, bijvoorbeeld, geplande ingrepen, wijziging van medicatie, complicaties etc. 

Het WIPPS systeem (web based interactive patiënt professional support system ) wordt binnenkort gekoppeld aan het AIS van een landelijke apotheekketen, zodat medicatieveiligeheid gewaarborgd wordt. Het systeem is behalve voor de patiënt ook inzichtelijk voor huisarts, specialist en apotheker.

Wij willen de zorg verbeteren volgens het Chronic Care Model van de World Health Organization.

De WHO zegt: de zorg is op lange termijn alleen betaalbaar door taakdelegatie (van de tweede lijn naar de eerste lijn, en van de arts naar verpleegkundigen) en door zelfmanagement. Wij willen de zorg niet alleen uitvoeren, maar ook een bijdrage leveren aan de wetenschap, dit doen wij onder andere door samenwerking en onderzoek met academische centra.

Waarom bent u ermee begonnen, en wanneer?
Als assistent interne had ik te kampen met slechte bereikbaarheid van de trombosedienst, voor zowel zorgverlener als patiënt. Een instantie als een trombosedienst die belangrijke informatie in haar bezit heeft dient dit, indien gewenst, op eenvoudige wijze te kunnen verstrekken en niet alleen afhankelijk te zijn van postservice of telefoon.

Daarnaast dacht ik regelmatig: 'Je zou maar iedere 3 weken ook in de vakantie naar een prikruimte moeten om jezelf blauw te laten prikken'. Dat dachten de makers van de point of care devices (apparaten die een vingerprik meting verrichten) kennelijk ook.

Ook viel mij op dat, naarmate patiënten meer over hun aandoening weten, de therapietrouw groter wordt. Dit is een van de belangrijke pijlers van onze organisatie geworden.

Het aantal patiënten tijdens mijn opleiding tot internist met bijvoorbeeld een gastro-intestinale bloeding of subduraal hematoom dat op de SEH verscheen als gevolg van interactie van orale antistolling kort na het starten van andere medicamenten door een huisarts of specialist was hoog.

Zo bleek ook toen in 2006 de resultaten van de HARM studie en in 2007 de HARM-wresling studie gepubliceerd werden: 34000 ziekenhuisopnames als gevolg van medicatieonveiligheid, waarvan zo’n 10 procent als gevolg van orale antistolling met en/of zonder interactieve medicatie. Meer dan de helft van deze 3400 opnames zou vermijdbaar zijn. Hier was dus werk aan de winkel, waarbij de patiënt een oplossing zou kunnen zijn, als deze een centrale rol in de keten kreeg.

Trombosediensten hebben een schat aan informatie voor wetenschappelijk onderzoek tot hun beschikking en het ligt dan ook voor de hand dat hier, uiteraard na toestemming van de patiënt, op grote schaal gebruik van wordt gemaakt. Helaas valt de onsluiting daarvan tegen en wij hopen met een grote database bij te kunnen dragen aan dynamische richtlijn ontwikkeling.

Wanneer gestart: in 2007. 

Wat is de huidige status en wat zijn uw ambities?
Momenteel maken enkele honderden patiënten gebruik van deze website en het aantal neemt in korte tijd flink toe, dit zijn zowel mensen met, als mensen zonder internet. De laatste groep wordt gesteund door een landelijke wijkverpleegkundige (WVK) organisatie, met wie wij een samenwerkingsovereenkomst hebben. Dit heeft als voordeel dat de WVK als verlengde arm fungeren voor het begeleiden van de chronisch zieke oudere met veelal multimorbiditeit en als gevolg hiervan polyfarmacie.

De intakes van patiënten vindt onder andere plaats op apotheeklocaties. Dit heeft als voordeel dat bij de aanmelding met extra zorg gekeken wordt naar de co-medicatie van de patiënt, zodat eventuele interactie gesignaleerd wordt. Ook de apotheker bezit een schat aan informatie en hij mag dus niet in de keten ontbreken. 

Toekomst:

  • Als er nieuwe orale antistollingsmiddelen op de markt komen voor patiënten met een langdurige antistollingsindicatie, zullen een hoop kleine trombosediensten door een plotselinge productiedaling in de problemen komen. Wij hopen deze trombosediensten dan te kunnen ondersteunen met deze website, dit portaal. Op die manier dreigen de mensen die wel op de 'oude' middelen blijven niet tussen de wal en het schip te geraken.
  • Het systeem wordt binnenkort gekoppeld aan het AIS van een landelijke apotheekketen, zodat medicatieveiligheid gewaarborgd wordt. Ook vindt koppeling plaats met het NIPED platform zodat informatie uitwisseling van HIS, ZIS en KIS eveneens mogelijk wordt. 

We willen de begeleiding bij zelfzorg uitbreiden naar andere cardiovasculaire ziektes. Patiënten willen meer weten, willen meer doen. En daarmee kunnen zij hun artsen ondersteunen. Door zelfmanagement kan de zorg beter worden, terwijl de huisarts er minder inspanning voor hoeft te leveren.

De eerder beschreven werkwijze zal binnenkort uitgebreid worden naar cardiovasculair risicomanagement en andere chronische aandoeningen zoals hypothyreoïdie, chronische pijnklachten, zwangerschapshypertensie en epilepsie. 

Wat zijn uw ervaringslessen bij deze eHealth innovatie?

  1. Bij het ontwikkelen van een dergelijk systeem dient men voortdurend feedback te vragen aan de gebruiker (lees patiënt), zodat men niet voor onaangename verrassingen komt te staan bij het daadwerkelijk in gebruik nemen van de website op grotere schaal. Daarnaast is het essentieel voor het slagen van een dergelijke werkwijze, dat het gebouwd is door artsen, voor artsen.
  2. ICT ontwikkeling en koppelingen van ICT systemen duren altijd langer dan in eerste instantie ingeschat wordt.
  3. De financiering van innovatie behoeft grote verbetering, bijvoorbeeld conform de aanbevelingen van de CVZ in november 2009.
  4. De innovatie subsidies worden niet altijd langs de meetlat van innovatie gelegd, maar te vaak beoordeeld vanuit de gevestigde orde(ning).

Welke praktische issues zijn nog niet opgelost en wat moet daar wat u betreft voor gebeuren en door wie?

  • De medicatieveiligheid ook te garanderen voor de patiënten die bij een apotheek zijn aangesloten met een ander apotheek informatiesysteem (AIS).
  • Koppeling van de overige AIS. Dit moet gebeuren door  de AIS leveranciers of op het landelijk schakelpunt.
  • De KNMG richtlijn voor zorg-op-afstand belemmert nieuwe toetreders en toepassingen die een lichtere infrastructuur (lees: geen polikliniek) bieden.
  • Vergoeding voor online begeleiding van andere aandoeningen ontbreekt. 

Waarom zouden collega-artsen dit ook met uw of soortgelijke eHealth toepassing moeten integreren in het zorgproces?
Vanwege het zorgontlastende effect waartoe het gebruik van een dergelijk systeem leidt. Daarnaast om transparantie en eenvoudige gegevens uitwisseling te waarborgen binnen de ketenzorg en dynamische richtlijn ontwikkeling te kunnen toepassen.

Begeleiding op afstand stelt collegae in staat met minder handelingen méér zorg te kunnen leveren: de geïnformeerde patiënt is van onschatbare waarde.

Het gemak voor de patiënt te garanderen: patiënten blijken na evaluatie uitermate dankbaar te zijn dat zij gebruik kunnen maken van deze vorm van zorg.

www.begeleidezelfzorg.nl

Zie ook:

Meer praktijkvoorbeelden >

Bent u arts en heeft u een goed voorbeeld?
Laat het ons weten via dit formulier >


Lees ook het artikel ‘Succesvol werken met e-health’ in Medisch Contact van
14 januari 2011 met acht tips om uitvoeringsproblemen te tackelen.



De KNMG wil met het plaatsen van praktijkvoorbeelden van artsen eHealth breed bekend maken onder artsen en een discussieplatform bieden. De KNMG geeft hiermee geen inhoudelijk oordeel over deze voorbeelden.


Actualiteit, commentaren, KNMG-richtlijnen en standpunten.
Dossiers op thema >

Deelnemende sites

Voor deze site(s) bent u ingelogd