U bent nu hier:

Hoe praat ik met de prof?

Inmiddels twee weken geleden vond mijn allerlaatste communicatietraining plaats in de vorm van een spreekuurtoets. Na een gesprek dat opgenomen werd via videoapparatuur hebben twee docenten zich beraden over mijn medische kennis en communicatieve vaardigheden. Hiermee is een einde gekomen aan vier jaar wekelijkse communicatietraining. Vaardigheden als de kleine aanmoediging en de gevoelsreflectie zijn een aangeleerde reflex geworden. Daar waar mijn medische kennis soms te wensen overlaat kan ik in ieder geval altijd terugvallen op mijn communicatieve vaardigheden

Tijdens de openbare vergadering van het KNMG Studentenplatform is eveneens gesproken over communicatie. Eigenlijk waren alle aanwezigen het er unaniem over eens dat deze vaardigheid essentieel is voor vrijwel iedere dokter die met patiënten in aanraking komt. De consensus was echter ook dat het misschien allemaal net een beetje minder zou mogen. Zelf heb ik wel eens het gevoel dat ik op een communicatief vaardige, empathische, reflecterende, gesprekstechnisch goede wijze de patiënt kan vertellen dat ik niet weet wat deze mankeert. Ofwel: het medisch inhoudelijke basisonderwijs moet niet ondersneeuwen – denk maar aan de behoefte van veel studenten aan meer anatomielessen.

Communicerend over dit onderwerp kwam bij mij ook de vraag op of deze hoofdzakelijk patiëntgerichte training wel aan alle behoeften voldoet. Wanneer het einddoel is om een communicatieve überdokter  te creëren, dan zijn er aspecten die momenteel onderbelicht zijn. Een groot deel van je carrière als dokter zul je namelijk doorbrengen communicerend met collega’s of opleiders. Vrijwel alle problemen tussen coassistent en arts die ik heb meegemaakt tijdens mijn coschappen hadden vermeden kunnen worden met effectieve communicatie… En wanneer ik  met co-assistenten aan het bed van de patiënt sta, blijkt ineens dat die overmacht aan trainingen geen enkele garantie geven voor daadwerkelijke communicatie met anderen dan patiënten. Wanneer de zaalarts ons een vraag stelt, kijkt het merendeel schuchter om zich heen, gegrepen door een ondefinieerbare angst het verkeerde antwoord te geven. De drempel om iets te vragen aan de opleider, arts assistent of medisch specialist is daarnaast voor veel studenten aanzienlijk. Dit terwijl deze arts waarschijnlijk meerdere workshops “teach the teacher” gevolgd heeft, om zo vaardig te worden in het communiceren met studenten. Waarom mist dan toch zo dikwijls de aansluiting?

Iedere geneeskundestudent is zich bewust van de noodzaak tot vaardig communiceren. In het kader “If you can’t beat ‘m, join ‘m”, lijkt het mij goed deze trainingen uit te breiden met een communicatietraining “hoe praat ik met de prof”, “communiceren met de chef de clinique” of “reflectie op het gedrag van een collega”, zodat ook die communicatie vanaf nu vlekkeloos verloopt.   Uiteindelijk mag iedere basisarts zich wat mij betreft dan naast Master of Science ook Master of Communication noemen. Mits de toetsing uiteraard in orde is, maar daar zal het KNMG Studentenplatform zich te zijner tijd wel weer over buigen.

Maurits Buiten,
Voorzitter KNMG Studentenplatform
 

Er zijn nog geen reacties bij dit bericht. Ziet u geen reactieformulier?

Geef uw reactie


code

Nog 4000 tekens over

Toelichting: Uw naam en woonplaats worden bij plaatsing van uw reactie getoond. Uw e-mailadres wordt niet getoond.

Ik & kwaliteit

Ik & kwaliteit. Nieuwe reeks in federatienieuws (Medisch Contact) en online. Met maandelijks een interview met een arts over eigen kwaliteitsactiviteiten of die van de vereniging. Heeft u een praktische uitwerking van kwaliteitsnormen waar collega’s hun voordeel mee kunnen doen? Meld u aan via kwaliteitsmeter@fed.knmg.nl.

Deelnemende sites

Voor deze site(s) bent u ingelogd