Wanneer mogen gegevens van een overledene aan een nabestaande of aan een ander worden verstrekt?
Antwoord
De hoofdregel is dat de arts medische gegevens van een overledene niet aan derden verstrekt. Het beroepsgeheim ‘reikt over het graf’ heen. Nabestaanden kunnen de arts niet van zijn geheimhoudingsverplichting ontslaan.
Uitzonderingen
Omdat deze regel tot ongewenste consequenties kan leiden, kan daarop in de volgende drie gevallen een uitzondering worden gemaakt:
- Er is een wettelijk voorschrift dat tot gegevensverstrekking verplicht. Een voorbeeld hiervan is de overlijdensverklaring op grond van de Wet op de lijkbezorging (WLB).
- De arts heeft concrete aanwijzingen om te veronderstellen dat de overledene, ware hij nog in leven geweest, toestemming voor gegevensverstrekking zou hebben gegeven. De wil van de overledene moet als het ware worden gereconstrueerd. Vaak zal er van uitgegaan kunnen worden dat een overledene ermee zou instemmen dat zijn nabestaanden inzage krijgen als er vragen of onduidelijkheden zijn ontstaan over de ingreep of behandeling (vermoeden fout) of als het gaat om erfelijk bepaalde afwijkingen. Daarbij spelen factoren een rol als: Wie doet het verzoek? Hoe was de verhouding tussen de verzoeker en de overledene? Hoe privacygevoelig zijn de gegevens? Welk doel is met de gegevensverstrekking gediend? Het belang dat derden, bijvoorbeeld nabestaanden, bij gegevensverstrekking hebben levert, hoe zwaarwichtig ook, als zodanig onvoldoende aanwijzing op om de toestemming van de overledene te veronderstellen.
- Als geen toestemming kan worden verondersteld, maar de arts toch concrete aanwijzingen heeft dat er belangen op het spel staan die zó zwaarwegend zijn, dat het belang dat met geheimhouding is gemoeid daarvoor moet wijken (conflict van plichten). Financiële- en/of emotionele belangen van nabestaanden (rouwverwerking) zijn doorgaans onvoldoende zwaarwegend om het geheim van de overledene op deze grond opzij te zetten.
Met de (levens)verzekeringsmaatschappijen zijn strikte afspraken gemaakt over het afgeven van een verklaring omtrent de doodsoorzaak. Deze zijn voor wat betreft het natuurlijk overlijden te vinden in hoofdstuk 4.19.3 van de ‘Richtlijnen inzake het omgaan met medische gegevens’: “De Vrede van Tilburg (1910)”. Bij niet-natuurlijke dood dient de medisch adviseur van de (levens)verzekeraar zich voor informatie te wenden tot de Officier van Justitie.
Zie ook:
Vraag?
KNMG Artseninfolijn
Leden van de federatiepartners van de KNMG kunnen met lidmaatschapszaken, wijziging van adres en/of werksituatie terecht bij de ledenadministratie van hun beroepsvereniging.
U kunt bij de KNMG Artseninfolijn terecht voor advies bij juridische en medisch-ethische vragen of voor algemene informatie over de federatie KNMG.
KNMG Individuele leden en studenten geneeskunde kunnen voor lidmaatschapzaken rechtstreeks terecht bij de KNMG.
Telefoon: 030 - 282 33 22
E-mail: artseninfolijn@fed.knmg.nl

