Mag een behandelend arts medische informatie over overledenen verstrekken aan verzekeringsmaatschappijen?
Antwoord
De KNMG heeft als richtlijn dat na overlijden van een patiënt aan een verzekeringsmaatschappij alleen informatie over de doodsoorzaak mag worden verstrekt voor statistische doeleinden. Om te voorkomen dat die informatie wordt gebruikt bij de beoordeling door de verzekeraar of wel of niet tot uitkering wordt overgegaan, kan dergelijke informatie pas worden verstrekt als er duidelijkheid is over de vraag of de verzekeringsmaatschappij tot uitkering overgaat. Als het verzoek om de doodsoorzaak de arts bereikt terwijl nog onduidelijk is of uitkering zal volgen, doet de arts er goed aan het verstrekken van de doodsoorzaak uit te stellen tot daarover zekerheid is ontstaan.
Aanvullend
Sinds 1 mei 2005 geldt in aanvulling op deze regel de afspraak dat levensverzekeraars vermoedelijke gevallen van fraude (in de zin van het bij het aangaan van de verzekering verzwijgen van bekende en relevante informatie over zijn gezondheid) kunnen voorleggen aan een speciale Toetsingscommissie Gezondheidsgegevens. Deze commissie is ingesteld door de KNMG, het Verbond van Verzekeraars, het Breed Platform Verzekerden en de NP/CF op basis van het Convenant Bestrijding Fraude met Gezondheidsgegevens. De commissie, onder voorzitterschap van oud-minister Job de Ruiter, onderzoekt alle gevallen van overlijden binnen twee jaar na afsluiten/wijzigen van een levensverzekering, als de levensverzekeraar concrete aanwijzingen heeft voor fraude. De commissie kan ook onderzoek doen in gevallen van overlijden langer dan twee jaar na afsluiten/wijziging van een levensverzekering, maar dan gelden zwaardere criteria. De commissie bemoeit zich uitsluitend met levensverzekeringen in de zin van de Wet Toezicht Levensverzekeringsbedrijf. Het gaat om ‘verzekering tot het doen van geldelijke uitkeringen in verband met het leven of de dood van de mens’, inclusief de natura-uitvaartverzekeringen.
In geval van fraude
Als de commissie oordeelt dat er inderdaad aanwijzingen zijn voor fraude, dan vraagt de arts in de commissie informatie op bij de behandelend arts. Het gaat dan om informatie over de gezondheidstoestand van de patiënt ten tijde van het afsluiten/wijzigen van de levensverzekering, die relevant zijn bij de risico-inschatting door de verzekeraar. Informatie die op grond van de Wet Medische Keuringen niet verstrekt hoefde te worden bij het aangaan van een levensverzekering, wordt ook niet achteraf door de commissie opgevraagd. Op basis van de verkregen informatie doet de commissie binnen 3 maanden een uitspraak die bindend is voor de levensverzekeraar.
De KNMG adviseert artsen om de bij deze procedure benodigde informatie te verstrekken aan de arts uit de toetsingscommissie. U bent daar echter niet toe verplicht. U heeft geen plicht tot doorbreking van uw geheimhouding, en mag weigeren de gevraagde informatie te verstrekken.
Niet ingaan op gemachtigde formulieren
Door nabestaanden ondertekende machtigingen om informatie te verstrekken en/of eventuele machtigingen die door de patiënt ten tijde van het sluiten van de verzekeringsovereenkomst zijn ondertekend vormen geen voldoende juridische basis voor het verstrekken van informatie aan de levensverzekeraar. Een afspraak in de context van het bovenstaande is dat levensverzekeraars geen gebruik maken van ‘machtigingsformulieren voor informatieverstrekking na overlijden’ (die de patiënt bij het aangaan van de verzekering moet ondertekenen). De KNMG raadt artsen aan om, als een levensverzekeraar – in weerwil van de afspraken – toch zo’n formulier overlegt, niet in te gaan op het verzoek om informatie. Dat geldt ook als er een door nabestaanden ondertekende machtiging is. Artsen kunnen levensverzekeraars in voorkomende gevallen doorverwijzen naar de Toetsingscommissie Gezondheidsgegevens.
Toelichting
De doodsoorzaak, maar meer nog het ziekteverloop wat aan het overlijden vooraf ging, kan voor een (levens)verzekeraar belangrijke informatie opleveren. Dergelijke informatie namelijk kan van belang zijn voor de vraag of uitkering moet plaatsvinden, in het bijzonder waar het gaat om de situatie dat vermoed wordt dat de verzekerde bij het aangaan van de verzekering fraude heeft gepleegd. De vraag of een behandelend arts na overlijden informatie mag afgeven aan een verzekeringsmaatschappij en zo ja, onder welke voorwaarden, wordt reeds meer dan een eeuw gevoerd. In het Convenant wordt het principe ‘geen gegevensverstrekking, tenzij…’ gehandhaafd. Het gaat om een proef van drie jaar.
Zie ook:
Vraag?
KNMG Artseninfolijn
Leden van de federatiepartners van de KNMG kunnen met lidmaatschapszaken, wijziging van adres en/of werksituatie terecht bij de ledenadministratie van hun beroepsvereniging.
U kunt bij de KNMG Artseninfolijn terecht voor advies bij juridische en medisch-ethische vragen of voor algemene informatie over de federatie KNMG.
KNMG Individuele leden en studenten geneeskunde kunnen voor lidmaatschapzaken rechtstreeks terecht bij de KNMG.
Telefoon: 030 - 282 33 22
E-mail: artseninfolijn@fed.knmg.nl

