Mag een arts of zorginstelling de behandelingsovereenkomst met de patiënt opzeggen?
Antwoord
Volgens artikel 460 van de Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst (WGBO) kan een hulpverlener (arts of bijvoorbeeld zorginstelling), behoudens gewichtige redenen, de behandelingsovereenkomst niet opzeggen.
Gewichtige redenen
Met andere woorden, de behandelingsovereenkomst kan wél opgezegd worden wanneer er ‘gewichtige redenen’ zijn. In de wet is niet verder uitgewerkt wanneer gesproken kan worden van gewichtige redenen. In de parlementaire geschiedenis van de WGBO en in jurisprudentie wordt in zekere mate een nadere invulling van het begrip gegeven. Over het algemeen wordt niet snel aangenomen dat er sprake is van gewichtige redenen. Dit heeft te maken met de afhankelijke positie die de patiënt ten opzichte van de arts en zorginstelling inneemt, maar ook omdat een onmiddellijke opzegging van de overeenkomst het belang van de gezondheid van de patiënt kan schaden. Hieruit vloeit voort dat er bijzondere zorgvuldigheidsvereisten gelden voordat de arts tot beëindiging van de behandelingsovereenkomst kan besluiten. Er zijn verschillende manieren waarop een behandelingsovereenkomst kan worden beëindigd:
- beëindiging door de arts;
- beëindiging door de instelling waar de patiënt is opgenomen; de binnen de instelling werkzame arts(en) zullen daarbij ook betrokken zijn en binnen hun eigen marges zorgvuldig moeten handelen;
- beëindiging door de patiënt;
- beëindiging op gezamenlijk verzoek.
Naast deze situaties zijn er situaties te onderscheiden waarin een arts of instelling besluit geen behandelingsovereenkomst aan te gaan. In dit stuk wordt op die situatie niet verder ingegaan.
Situaties
Hieronder volgt een aantal (algemene) voorbeelden van situaties waarin een arts of zorginstelling kan besluiten de behandelingsovereenkomst op te zeggen. In individuele gevallen zal de arts of zorginstelling op grond van de specifieke omstandigheden moeten afwegen om te besluiten tot het al dan niet beëindigen van de overeenkomst.
In de Richtlijn ‘Niet-aangaan of beëindiging van de geneeskundige behandelingsovereenkomst’, te vinden op de website van de KNMG via www.knmg.nl/publicaties, treft u een volledig overzicht van de diverse situaties en de daarbij in acht te nemen zorgvuldigheidseisen aan. In deze richtlijn wordt tevens aangegeven in welke gevallen een arts kan besluiten geen behandelingsovereenkomst met de patiënt aan te gaan.
- Grond voor beëindiging voor de arts kan zijn dat de patiënt zich onheus of agressief jegens de arts of anderen gedraagt. Deze situatie zal zich met name voordoen als sprake is van een ernstig con¬flict tussen arts en patiënt zonder enig perspectief op herstel. Een eenmalige onheuse uitlating van de patiënt is onvoldoende reden voor beëindiging door de arts. Beëindigt de arts de behandelrelatie met een van de gezinsleden vanwege een conflict, dan is dat op zich onvoldoende reden om ook de reeds sinds jaren bestaande behandelrelatie met de andere gezinsleden op te zeggen. Dat geldt te meer als deze laatste duidelijk hebben aangegeven buiten het conflict te willen blijven.
- Als variant op het opzeggen van de behandelingsovereenkomst wordt sinds enige jaren in het kader van het Project VeiligeZorg in een aantal ziekenhuizen en huisartsenpraktijken een veiligheidsbeleid gevoerd aan de hand van het zogenaamde ´gele en rode kaarten´ beleid. Dit gebeurt in samenwerking met politie en het openbaar ministerie. De gele kaart geldt als een officiële waarschuwing. Met de rode kaart kan het ziekenhuis de patiënt of bezoeker de toegang gedurende drie tot zes maanden ontzeggen (schorsen van de behandelingsovereenkomst), met uitzondering van het bieden van spoedeisende of acute hulp. De rode kaart kan direct uitgedeeld worden in zeer ernstige situaties.
- Grond voor beëindiging voor de arts kan ook zijn, dat de patiënt opzettelijk geen informatie of medewerking wil geven (of achterhoudt), terwijl dat wel in zijn vermogen ligt en voor goede hulpverlening noodzakelijk is. Het niet verstrekken van die informatie moet dan ernstige consequenties hebben. Zo zal het bewust herhaald niet gebruiken van voorgeschreven medicatie, terwijl dit wel geïndiceerd en duidelijk afgesproken is met de patiënt, uiteindelijk een reden kunnen zijn de behandelingsovereenkomst te beëindigen.
- Frequente weigering van de patiënt de nota’s te betalen kan reden zijn voor eenzijdige beëindiging. Een enkele weigering is in het algemeen onvoldoende reden.
- De omstandigheid dat de arts persoonlijke gevoelens voor een patiënt heeft opgevat die dusdanig zijn dat ze een goede hulpverlening belemmert.
- Door toedoen van naasten van de patiënt kunnen ernstige spanningen met de hulpverleners binnen de zorginstelling ontstaan, waardoor voortzetting van zorgvuldige behandeling en verzorging van de patiënt ernstig wordt bemoeilijkt. Omdat het niet om het gedrag van de patiënt zelf maar om dat van diens naasten gaat, zal de zorginstelling in deze situatie extra zorgvuldig te werk moeten gaan bij het beëindigen van de behandelingsovereenkomst.
- Een andere grond voor beëindiging door de zorginstelling kan zijn dat om organisatorische, personele of budgettaire redenen of vanwege de zorgbehoefte van de patiënt niet langer verantwoorde zorg kan worden gegarandeerd. Het gaat hier derhalve om situaties waarin de instelling om geheel andere dan om medische redenen de overeenkomst met de patiënt wil beëindigen. De individuele professionele verantwoordelijkheid van de arts om al dan niet met het instellingsbesluit mee te gaan, vraagt daarom om een heldere motivatie.
- Het is mogelijk dat in de loop van de behandeling de indicatie voor opname van de patiënt wijzigt of komt te vervallen waardoor langere bezetting van een bed of plaats binnen de instelling niet juist is. Dit kan grond zijn voor beëindiging van de behandelingsovereenkomst.
- Arts of zorginstelling en patiënt kunnen tenslotte ook gezamenlijk besluiten de overeenkomst te beëindigen. Bijvoorbeeld omdat de arts/instelling en de patiënt gezamenlijk tot de conclusie komen dat de behandeling beter elders kan worden voortgezet.
Zorgvuldigheidseisen
Doet een van de hiervoor aangegeven situaties zich voor dan kan de arts of zorginstelling, tenzij de situatie heel acuut en ernstig is, niet direct de behandelingsovereenkomst opzeggen. Eerst zal aan een aantal bij de specifieke situatie behorende zorgvuldigheidseisen voldaan moeten worden. Voldoet de arts of instelling hier niet aan, dan bestaat de kans dat de (tucht)rechter oordeelt dat niet voldoende zorgvuldig is gehandeld. Aan de volgende zorgvuldigheidseisen moet bijvoorbeeld worden gedacht:
- Als de arts met vermelding van redenen besluit de overeenkomst op te zeggen (waarvan een schriftelijke bevestiging aan de patiënt), neemt hij daarbij een redelijke termijn in acht. Welke termijn redelijk is, hangt af van de specifieke omstandigheden van het geval. In het algemeen zijn van belang: de ernst van de (medische) situatie van de patiënt en daarmee de afhankelijkheid van de zorg; de aard en duur van de arts-patiënt relatie; de aard van de instelling waar de patiënt verblijft en de duur van het verblijf; de termijn die nodig is om een aanvaardbaar alternatief van zorg (andere arts of instelling) te vinden. Beëindiging of ontslag uit de instelling met onmiddellijke ingang is alleen geoorloofd als sprake is van zeer dringende redenen, bijvoorbeeld bij uiterst agressief gedrag.
- De arts zet medisch noodzakelijke hulp voort of zorgt – zonodig in overleg met andere betrokken artsen, de instelling waar de patiënt verblijft of de zorgverzekeraar – voor hulp door een andere arts of hulpverlener, en wel totdat de patiënt een nieuwe arts heeft gevonden. De arts werkt zoveel mogelijk mee aan het zoeken naar een alternatief voor de zorg.
- De patiënt met wie de behandelingsovereenkomst wordt beëindigd op grond van organisatorische of budgettaire redenen moet voldoende gelegenheid geboden worden om een alternatieve oplossing te vinden. Dat geldt ook voor beëindiging op grond van ernstige conflicten met de familie. Het al dan niet voorhanden zijn van een passend redelijk alternatief voor hulp buiten de instelling op aanvaardbare termijn is bepalend voor de opzeggingstermijn. De instelling en arts moeten meewerken bij het zoeken van alternatieve zorg elders. Tot die tijd moet de instelling zorgdragen voor continuïteit in de hulpverlening aan de patiënt.
- Bij ernstige meningsverschillen over het gedrag van de patiënt of over de wijze waarop de patiënt de behandelingsovereenkomst naleeft, is het van belang dat de arts of instelling herhaaldelijk heeft aangedrongen op verandering. Daarover worden schriftelijke afspraken en een aantekening in het dossier gemaakt. De arts of instelling waarschuwt de patiënt dat als het gedrag niet verandert of de plichten niet worden nageleefd, de behandelingsovereenkomst wordt beëindigd.
- Eventueel reeds ontvangen patiëntengegevens verstrekt de arts of instelling desgevraagd na verkregen toestemming van de patiënt aan een andere behandelaar.
Zie ook:
Vraag?
KNMG Artseninfolijn
De KNMG Artseninfolijn helpt u bij lidmaatschapszaken, wijzigingen van uw adres en/of werksituatie of meer informatie over de federatie KNMG. U kunt bij de KNMG Artseninfolijn ook terecht voor advies bij juridische, medisch-ethische en loopbaanvragen.
Veelgestelde vragen
Telefoon: 030-282 33 22
E-mail: artseninfolijn@fed.knmg.nl
Ik & kwaliteit
Ik & kwaliteit. Nieuwe reeks in federatienieuws (Medisch Contact) en online. Met maandelijks een interview met een arts over eigen kwaliteitsactiviteiten of die van de vereniging. Heeft u een praktische uitwerking van kwaliteitsnormen waar collega’s hun voordeel mee kunnen doen? Meld u aan via kwaliteitsmeter@fed.knmg.nl.
