Hulp bij het maken van je keuze? Hier vind je een overzicht van alle specialismen en profielen! Meer informatie >
KNMG Loopbaanbureau
Artsen die advies en ondersteuning nodig hebben bij de beantwoording van loopbaanvragen vinden een antwoord bij het KNMG Loopbaanbureau. Workshops, coaching, vacatures en meer.
Arts in Spe
Ook op Arts in Spe - de website voor geneeskundestudenten - vind je informatie over vervolgopleidingen.
Revalidatiegeneeskunde
Het beroep
Als revalidatiearts houdt je je bezig met het voorkomen en verminderen van blijvende gevolgen van ziekte, lichamelijk letsel en aangeboren afwijkingen. Het gaat hierbij niet alleen om de functies van het lichaam (bijv. spierkracht), maar ook om de gevolgen die een aandoening heeft op activiteiten (bijv lopen en zelfverzorging) en participatie (bijv werk of relaties). Belangrijke diagnosegroepen zijn CVA, niet-aangeboren hersenletsel, amputatie, dwarsleasie, chronische pijn, cerebrale parese en neuromusculaire aandoeningen bij kinderen en volwassen.
Het doel van de revalidatie is handicaps te voorkomen, dan wel zo klein mogelijk te laten zijn, zodat de patiënt optimaal kan functioneren in de maatschappij. Als revalidatiearts bereik je dit doel niet alleen met medische kennis, maar dien je aandacht te besteden aan de somatische, psychische en sociale aspecten van een ziekte of aandoening.
Revalidatieartsen werken voornamelijk in ziekenhuizen en revalidatiecentra. Hierbij geef je leiding aan een revalidatieteam, dat kan bestaan uit verpleegkundigen, paramedici als fysio- en ergotherapeuten, maar ook psychosociale disciplines, orthopedische schoenmakers en instrumentmakers.
Opleiding
De opleiding bestaat uit een basiscursus revalidatiegeneeskunde, gevolgd door een stage van tenminste een jaar op een afdeling revalidatiegeneeskunde van een algemeen ziekenhuis. Vervolgens loop je tenminste een jaar stage in een klinisch centrum voor volwassen patiënten en maximaal een jaar in een revalidatiecentrum voor kinderen. Er kunnen ook stages gevolgd worden van maximaal drie maanden bij medisch specialisten in andere vakgebieden. Tijdens de opleiding tot revalidatiearts wordt ruimschoots aandacht gegeven aan het functioneren in een multidisciplinaire team.
Het Medisch profielenboek bevat informatie over de dagelijkse praktijk van artsen uit de medische specialismen. In het onderdeel revalidatiegeneeskunde geven artsen aan hoe hun keuzeproces is verlopen en hoe tevreden zij hiermee zijn. Verder lees je hoe deze groep artsen hun werk beleven en waarderen. Lees meer >
Meer informatie over de inhoud van de opleiding, het opleidingsschema, opleidingslocaties en besluiten (informatie afkomstig van KNMG Opleiding & Registratie).
Opleidingsduur
De opleiding revalidatiegeneeskunde duurt vier jaar (gebaseerd op een volledige werkweek).
Structuur opleiding
Voor een volledig overzicht zie besluit revalidatiegeneeskunde artikel B.3. en de toelichting.
Inhoud opleiding
De opleiding is opgebouwd uit thema’s. De indeling van het specialisme in thema's vormt één van de uitgangspunten voor het opleidingsplan. De thema-indeling zorgt voor een structuur/ordening in de veelheid van beroepsactiviteiten of beroepssituaties die door de opleiding moet worden gedekt. De indeling in thema's sluit aan bij wat door de beroepsgroep als logisch wordt ervaren voor het specialisme.
Voor een volledig overzicht zie besluit revalidatiegeneeskunde artikel B.4. en de toelichting.
Opleidingsplan
Het landelijk opleidingsplan is opgesteld door de wetenschappelijke vereniging en door het College vastgesteld. Het plan beschrijft de structuur en inhoud van de opleiding tot de betreffende medisch specialist. Detaillering (ten opzichte van kaderbesluit en specifiek besluit) is opgenomen in het opleidingsplan van de wetenschappelijke vereniging en in het lokale/regionaal opleidingsplan van de opleider.
Het landelijk opleidingsplan en het lokaal/regionaal opleidingsplan vormen de basis voor het individuele opleidingsplan van de aios. Bij aanvang van de opleiding stelt de aios in overleg met de opleider een individueel opleidingsplan voor de opleiding op. Het vormt de inhoudelijke planning van de onderdelen van de opleiding en omschrijft hoe de aios de benodigde competenties zal gaan behalen. Het opleidingsschema vormt voor de individuele aios de tijdsplanning van de onderdelen van de opleiding (structuur) en omvat tevens de (locaties van de) opleidingsinrichtingen waar de opleiding wordt gevolgd.
Voor dat deel dat hij aanbiedt of verzorgt maakt de lokale opleider een vertaalslag van het landelijke opleidingsplan naar de eigen praktijksituatie in een lokaal of regionaal opleidingsplan. Naast de structuur van de opleiding beschrijft hij de koppeling tussen wat de aios leert (leerdoel), tot welk niveau, in welke setting de aios leert (bijvoorbeeld op een afdeling, via een stage, via cursorisch onderwijs) en hoe wordt dat getoetst met welk toetsinstrument.
Het landelijk opleidingsplan en het lokaal of regionaal opleidingsplan vormen de basis voor het individuele opleidingsplan van de aios.Het format van dit lokale opleidingsplan kent een vaste indeling en is, naast de erkenningsaanvraag van de opleider, opleidersgroep en opleidingsinrichting, basis voor visitatie.
De opleider legt vast in welke volgorde of hoe de thema’s in de opleidingsinrichting aan bod komen en of dat in lijn- of in blokleren wordt aangeboden. Is er sprake van met elkaar samenwerkende opleidingsinrichtingen, dan kan worden gekozen voor een regionaal opleidingsplan
De opleiding wordt gevolgd in een door de Registratiecommissie Geneeskundig Specialisten (RGS) erkende opleidingsinrichting. De opleidingsinrichting moet erkend zijn voor de opleidingsonderdelen die de aios daar volgt. Daarnaast zijn er nog bijzondere eisen gesteld aan de termijn en het 'soort' opleidingsinrichting waar onderdelen van de opleiding gevolgd kunnen worden.
De opleidingen in de diverse medische specialismen zijn gericht op het behalen van algemene competenties. Een competentie is de bekwaamheid om een professionele activiteit adequaat uit te voeren door de geïntegreerde aanwezigheid van kennis, inzichten, vaardigheden, attitude, persoonskenmerken of eigenschappen.
In het kaderbesluit zijn de competenties vastgelegd op het gebied van:
medisch handelen
communicatie
samenwerking
kennis en wetenschap
maatschappelijk handelen
organisatie
professionaliteit
Naast algemene competenties kent de opleiding ook specialisme gebonden competenties, vastgelegd in het besluit revalidatiegeneeskunde.
Tijdens de opleiding is de collectieve arbeidsovereenkomst (CAO) van de betreffende opleidingsinrichting van toepassing. Hierdoor wordt geborgd dat de rechtpositie van de aios aan minimumeisen voldoet. Zo moet de aios voor zijn werkzaamheden tijdens de opleiding volgens de landelijk gangbare salarisnormen uit de CAO worden gehonoreerd. Ook regelt de CAO de vergoeding van de voor de opleiding verplichte cursussen.
Als de opleiding wordt gevolgd bij meerdere opleidingsinrichtingen is veelal sprake van elkaar opvolgende arbeidsovereenkomsten. Het is echter ook denkbaar dat de aios die bij meerdere opleidingsinrichtingen zijn opleiding volgt, gedurende de gehele opleiding één arbeidsovereenkomst of aanstelling heeft zodat hij gedurende de opleiding niet van arbeidsvoorwaarden en pensioenregeling hoeft te veranderen. Dat kan arbeidsrechtelijk worden bewerkstelligd door een detacheringsovereenkomst waarbij één opleidingsinrichting de aios ‘uitleent’ aan de andere opleidingsinrichting(en). Het kaderbesluit CCMS staat een dergelijke constructie niet in de weg.
Tijdens de opleiding vinden beoordelingsmomenten plaats. Dit biedt zowel de opleider als de aios de gelegenheid op een gestructureerde wijze te reflecteren, over de opleiding in het algemeen, de voortgang in ontwikkeling van de competenties en het leerproces van de aios in het bijzonder. Er worden afspraken gemaakt voor verdere ontwikkeling die worden vastgelegd in het individuele opleidingsplan. Jaarlijks wordt bekeken of de aios geschikt is om de opleiding voort te zetten en uiteindelijk met goed gevolg af te ronden. Tegen het einde van de opleiding vind de eindbeoordeling plaats.
Per opleidingsjaar moet ten minste tien dagen cursorisch onderwijs gevolgd worden dat gericht is op het verwerven en behouden van de door het CCMS vastgestelde competenties. De tien verplichte dagen hoeven niet aaneengesloten of als hele dagen te worden gevolgd. Cursorisch onderwijs wordt landelijk, regionaal of lokaal in de eigen opleidingsinrichting gegeven.
Het cursorisch onderwijs omvat de volgende onderdelen:
het landelijk cursorisch onderwijs, georganiseerd door de Nederlandse Vereniging van Revalidatieartsen
het regionale onderwijs, georganiseerd door het opleidingscircuit
het lokale onderwijs, georganiseerd door de opleidingsinrichting.
Het doen van avond-, nacht- en weekenddiensten door de aios maakt deel uit van de opleiding. Als de opleiding in deeltijd wordt gevolgd dan wordt de omvang van de diensten naar rato aangepast.
Voorkomen moet worden dat de maximale omvang van de diensten wordt overschreden omdat in dat geval niet kan worden gegarandeerd dat de algemene en specialismegebonden competenties worden behaald.
De beoordelingsmomenten kunnen aanleiding geven tot een geïntensiveerd begeleidingstraject.
Doel van het traject is om bij twijfel over het functioneren van de aios een geïntensiveerd begeleidingstraject in te zetten waarmee de aios de mogelijkheid heeft om zich, onder intensieve begeleiding, te bekwamen in de onderdelen (competenties) waarover twijfel is uitgesproken.
Een geïntensiveerd begeleidingstraject kan onder andere inhouden dat er in overleg met de aios een mentor wordt aangewezen die voor de intensieve begeleiding zorgt.
Voor een volledig overzicht zie kaderbesluit CCMS artikelB.22 en toelichting
Er zijn regels gesteld als de opleiding om welke reden dan ook tijdelijk is onderbroken en weer moet worden hervat. Onderbreking moet worden gecompenseerd, tenzij het minder is dan 10 dagen. Bij hervatten van de opleiding na langdurige onderbreking zal door de opleider in samenspraak met de RGS worden bekeken of delen van de opleiding opnieuw moeten worden gevolgd.
De duur van de opleiding of onderdelen daarvan is gebaseerd op de situatie dat de aios de opleiding in volledige werkweek volgt. De opleiding kan ook in deeltijd worden gevolgd. De duur van de opleiding wordt dan naar rato verlengd. In het kaderbesluit zijn de voorwaarden opgenomen die gesteld worden aan het volgen van de opleiding in deeltijd.
Voor een volledig overzicht zie kaderbesluit CCMS artikelB.17 en toelichting
Het opleidingsschema is een overzicht van de begin- en einddatum, de volgorde en de locaties(s) van (onderdelen van) de opleiding van de aios. In het schema wordt rekening gehouden met de eisen in het kaderbesluit CCMS, het specifieke besluit en het lokale opleidingsplan. De opleider stemt schriftelijk in met het opleidingsschema.
De RGS controleert bij inschrijving van de aios in het opleidingsregister of het schema voldoet aan de regelgeving en of de opleider heeft ingestemd. Als het opleidingsschema geen invulling geeft aan alle opleidingsjaren, dient de aios de invulling voor het betreffende opleidingsjaar tijdig en voorafgaand aan dat opleidingsjaar bij de RGS in.
NB. Het is niet altijd mogelijk om voor alle opleidingsjaren opgave te doen van de te volgen onderdelen van de opleiding en van de opleidingsinrichting. Dan volstaat een opgave van de wel bekende onderdelen en opleidingsinrichting(en). Jaarlijks moet vóór 31 oktober de invulling van de opleiding voor het daaropvolgende kalenderjaar bij de RGS bekend en geaccordeerd zijn. Dit is een vereiste van VWS (regelgeving Opleidingenfonds).
Een portfolio is een door de aios bijgehouden verzameling van documenten waarin op systematische wijze de voortgang wordt gedocumenteerd. In het kaderbesluit is vastgelegd waar het portfolio aan moet voldoen.
Onderdelen van het portfolio
het individueel opleidingsplan
documentatie van minimaal de verplichte toetsingen van de competenties
verslagen van de voortgangsgesprekken en beoordelingsgesprekken
een registratie van de uitgevoerde verplichte opleidingsactiviteiten
overdrachtsdocumenten, zoals het verslag van de opleider voor een bepaald deel van de opleiding, gericht aan de opleider van de vervolgopleiding.
Tijdens de hele opleiding zijn er een minimaal aantal beoordelingsmomenten en wordt er minimaal gebruik gemaakt van een aantal toetsinstrumenten.
Bij toetsing wordt onderzoek gedaan naar de mate waarin de aios de competentie(s) ontwikkelt (het zich door de aios hebben eigen gemaakt van de beoogde kennis en vaardigheden).
In het opleidingsplan is een toetsmatrix opgenomen waarin de toetsinstrumenten en toetsmomenten zijn vastgelegd. Het gaat daarbij om een minimum dat voldoet aan de eisen van de regelgeving. De opleider bepaalt voor dat deel van de opleiding waarbij hij de aios begeleidt, welke toetsen wanneer plaatsvinden.
In het kaderbesluit is opgenomen aan welke verplichtingen de aios moet voldoen gedurende zijn opleiding.
hij schrijft zich voor aanvang van de opleiding in het opleidingsregister van de RGS in, waarbij onder andere een opleidingsschema (algemeen stukje opleidingsschema inbrengen) wordt overgelegd
bij aanvang van de (of gedeelte van de) opleiding stelt de aios samen met de opleider een individueel opleidingsplan (algemeen stukje opleidingsschema inbrengen) op
hij informeert RGS over relevante wijzigingen in de opleiding
hij houdt een portfolio (algemeen stukje portfolio inbrengen) bij
hij bezoekt de wetenschappelijke vergadering van de VRA en neemt deel aan tenminste één internationaal congres van revalidatieartsen.
hij houdt tenminste éénmaal een wetenschappelijke voordracht, presenteert een poster of publiceert één wetenschappelijk artikel
hij neemt deel aan refereer- en onderwijsbijeenkomsten van de regionale opleidingsgroep
de aios dient een registratie bij te houden van de diagnosegroepen, waaruit blijkt dat er sprake is voldoende spreiding over de diagnosegroepen.
Formulier om u aan te melden als assistent in opleiding tot medisch specialist (aios).
Bij samengestelde opleidingen (opleidingen waarbij een vooropleiding in het specialisme interne geneeskunde of heelkunde een vereiste is) moet reeds bij de aanmelding bekend zijn bij welke opleider en opleidingsinrichting de aios de vooropleiding gaat volgen.
Jaarlijkse beoordeling van de aios door de opleider en zijn medewerkers nadat de vereiste voortgangsgesprekken hebben plaatsgevonden.
De aios moet deze formulieren zelf in zijn/haar portfolio bewaren. Als er twijfel bestaat of de aios geschikt en/of in staat is de opleiding voort te zetten, moet het A/B formulier wèl aan de RGS worden opgestuurd.
Aanvraag tot vrijstelling van één of meer delen van de medisch specialistische opleiding. Dit formulier moet u ingevuld en ondertekend aan de RGS sturen uiterlijk voor de aanvang van het eerste opleidingsjaar.
De eindverklaring die tegen het einde van de opleiding door de eindbeoordelend opleider wordt opgesteld waarmee de aios registratie als medisch specialist bij de RGS kan aanvragen.