U bent nu hier:

Opiniestuk NRC: feiten en misverstanden rond EPD

Op de opiniepagina van NRC Handelsblad van 14 mei is onderstaand stuk van de KNMG verschenen. In tegenstelling tot wat de kop in NRC suggereert, is de KNMG wel degelijk voorstander van het landelijk EPD, maar stelt zij hieraan duidelijke voorwaarden. Lees ook het dossier EPD.


Deze week is er in de media veel aandacht besteed aan het Elektronisch Patiëntendossier (EPD). Artsen hebben, zo blijkt uit een publicatie in Medisch Contact van deze week, in groten getale het bezwaarformulier tegen het landelijk EPD ingevuld. Zij willen dus niet als patiënt hun gegevens in het landelijk EPD inbrengen. Van de ondervraagde artsen heeft 31,5 procent er ook overigens niet veel vertrouwen dat het met het landelijk EPD goed komt (“tegen invoering van het landelijk EPD”). Ook een belangrijk deel van de bevolking, bijna 500.000 mensen, heeft bezwaar gemaakt tegen deelname aan dat EPD.
Het landelijke EPD is een project van het ministerie van VWS en is erop gericht, op korte termijn landelijk gegevens uit te kunnen wisselen over medicijngebruik en over de waarneming van huisartsen.

Wat bezielt die artsen toch? Hebben ze gelijk of ongelijk?
De artsenorganisatie KNMG, en met haar de overgrote meerderheid van de artsen, is groot voorstander van elektronische uitwisseling van patiëntgegevens. Dit kan de kwaliteit, veiligheid en efficiency van de zorg absoluut verbeteren. De patiënt hoeft niet meer overal hetzelfde verhaal te vertellen en de essentiële, actuele ziektegegevens zijn altijd voor iedere arts beschikbaar. Daarvoor is echter wel nodig dat artsen de gegevens op dezelfde wijze opslaan, zodat er geen interpretatieverschillen en fouten kunnen ontstaan. Ook moeten de gegevens de meest actuele zijn. Tenslotte moeten patiënten er van op aan kunnen dat hun gegevens veilig opgeslagen zijn en dat onbevoegden er niet bij kunnen komen.

Maatschappelijk draagvlak, dus ook onder artsen en patiënten, is essentieel voor een goed functionerend EPD. Als artsen en patiënten het niet vertrouwen, komt er weinig van terecht. We constateren dat het landelijk EPD van de overheid niet op dat draagvlak kan rekenen.
Draagvlak bij de bevolking ontstaat als de opslag en uitwisseling van gegevens veilig is, dus als deze voldoende beschermd zijn en als alleen de direkt betrokken hulpverleners inzage kunnen krijgen. Voor draagvlak onder artsen is hetzelfde nodig; bovendien moeten de gegevens niet foutgevoelig zijn en moeten de voordelen van elektronische gegevensuitwisseling in de dagelijkse praktijkvoering blijken. Dat is het geval bij de intensief gebruikte regionale en lokale elektronische systemen, waarin momenteel al de gegevens van zo'n 8 miljoen patiënten worden uitgewisseld. Dagelijks ervaren zeer vele artsen (en patiënten) de voordelen hiervan. Dat geldt niet voor het landelijke EPD. Dit is tot nu toe een teveel vanaf de tekentafel buiten de praktijk bedacht ontwerp en roept veel vragen op, onder anderen over de bruikbaarheid in de praktijk, de bescherming van de privacy, maar ook over de betrouwbaarheid van de opgeslagen gegevens, het feit dat het systeem nog onvoldoende getest is, en de te optimistische prognose van VWS over de termijn van invoering. Dat veel artsen hier ook hun twijfels over hebben, blijkt uit het eerder genoemde onderzoek in Medisch Contact. De KNMG heeft trouwens deze bezwaren al geruime tijd geleden bij de Tweede Kamer, en eind april jl bij de Eerste Kamer aanhangig gemaakt.
De KNMG tracht, samen met federatiepartners zoals LHV en Orde, de minister te bewegen meer oog te hebben voor de haalbaarheid en meent goede alternatieven aan te kunnen dragen.
Om het draagvlak onder artsen en patiënten optimaal te gebruiken, heeft de KNMG voorgesteld dat het EPD moet worden gebaseerd op de regionale elektronische systemen voor gegevensuitwisseling. Die moeten overigens wel verbeterd worden, zodat ze aan alle vereisten van veiligheid voldoen. Op die wijze kan volgens de KNMG beter worden toegewerkt naar een landelijk dekkend EPD, dan via het traject van het ministerie van VWS. De KNMG heeft het ministerie van VWS herhaaldelijk uitgenodigd om de twee opties, de bottom-up ontwikkeling vanuit de regionale systemen versus de top-down ontwikkeling die het ministerie van VWS wil, serieus te vergelijken. VWS reageert hier vooralsnog terughoudend op. Wij willen graag het gesprek met VWS voortzetten, omdat wij ervan overtuigd zijn dat goede patiëntenzorg gebaat is bij elektronische beschikbaarheid van gegevens. Maar zo’n EPD komt er alleen binnen afzienbare tijd als er voldoende draagvlak voor is bij de artsen en de bevolking.

Rest ons, enkele misverstanden die over het EPD leven en in de media naar voren kwamen, te corrigeren. Het EPD, in welke vorm dan ook, is geen centraal opgeslagen dossier. Elke arts blijft verantwoordelijk voor de bij hem of haar opgeslagen gegevens. Die gegevens kunnen, alleen als de patiënt daarmee akkoord gaat, voor andere hulpverleners beschikbaar komen via de elektronische snelweg. Niet alle hulpverleners kunnen alle patiëntgegevens inzien; een hulpverlener kan alleen de voor hem of haar relevante gegevens inzien. Het EPD is niet minder veilig dan de uitwisseling van gegevens via papier, email of fax, integendeel. Deze manier van uitwisselen an gegevens gegevens was veel onveiliger dan via het EPD. Wel is het EPD in principe voor veel meer hulpverleners toegankelijk dan het schriftelijke dossier vroeger, dus de beveiliging vraagt veel meer aandacht. Tenslotte: patiënten kunnen gegevens buiten het EPD houden, als zij niet willen dat die gegevens door anderen worden ingezien. Wij pleiten ervoor dat patiënten, als zij dat willen, dat uitsluitend in goed overleg met de huisarts doen, want een onvolledig dossier is gevaarlijk voor met name de patiënt.

Kortom: er leven onder artsen en patiënten weliswaar misverstanden over he EPD, maar die doen niets af aan de vraag of het ministerie nu wel op de goede weg is met het landelijke EPD. De KNMG denkt van niet. Wij hebben voorstellen gedaan hoe dit schip vlot kan worden getrokken. Nu is het ministerie aan zet.

Ik & kwaliteit

Ik & kwaliteit. Nieuwe reeks in federatienieuws (Medisch Contact) en online. Met maandelijks een interview met een arts over eigen kwaliteitsactiviteiten of die van de vereniging. Heeft u een praktische uitwerking van kwaliteitsnormen waar collega’s hun voordeel mee kunnen doen? Meld u aan via kwaliteitsmeter@fed.knmg.nl.

Artsenfederatie KNMG bevordert de kwaliteit, veiligheid, transparantie en toetsbaarheid van medisch handelen en ondersteunt artsen daarin. Dit werk voeren we uit in nauwe samenhang met de zeven federatiepartners van de KNMG. Lees meer

Deelnemende sites

Voor deze site(s) bent u ingelogd